Afbeelding Utrecht Droochsloot
Startpagina | Inhoudsopgave | Lezingen | Op en rond het Domplein | Vrijwaring | Contact

op het web alleen op deze webstek
(om alleen op deze pagina te zoeken druk op Ctrl-F)

Omslag Uitzicht op Oudwijk



Uitzicht op Oudwijk

Uitzicht op Oudwijk
Bisschoppen, burggraven en het circa 1135 gestichte wereldlijk vrouwenstift in Oudwijk bij Utrecht in de twaalfde en vroege dertiende eeuw
door dr. Charlotte J.C. Broer

De twaalfde eeuw is een periode geweest waarin zich op politiek-kerkelijk, algemeen maatschappelijk en monastiek vlak aanzienlijke veranderingen voordeden en onderlinge verhoudingen zich sterk hebben gewijzigd. Dat gold voor het bisdom, Sticht en de stad Utrecht en haar omgeving.

In de directe nabijheid van die stad, aan de oostkant ervan, werd in 1135 door de Utrechtse burggravin Mechteld een religieuze vrouwengemeenschap gesticht, die later bekend zou staan als de benedictijner abdij van Sint-Steven in Oudwijk, maar aanvankelijk georganiseerd bleek als wereldlijk stift.

In deze publicatie worden het ontstaan en de eerste ontwikkeling van deze gemeenschap in de context van de genoemde ontwikkelingen geplaatst en haar geschiedenis gevolgd tot ongeveer het midden van de dertiende eeuw, toen het stift werd tot een benedictijner abdij.

Ter introductie kunt u onder deze koppeling een filmpje bekijken met een interview, uitgezonden op 16 oktober voor Podium Oost TV (vanaf minuut 32).

Inhoud

Inleiding

 
1. Het ontstaan en de vroegste geschiedenis van de kloostergemeenschap in Oudwijk: vragen en een eerste verkenning
1.1 Het oudste bronnenmateriaal: oorkonden uit de periode 1164-1174
1.2 Over de veronderstelde onechtheid van sommige oorkonden en wat het beschikbare bronnenmateriaal ons niettemin kan leren over het ontstaan en de vroegste geschiedenis van de kloostergemeenschap in Oudwijk
1.3 Het ontstaan en de vroegste ontwikkeling van een kloostergemeenschap in Oudwijk
 
2. Politiek-kerkelijke ontwikkelingen in de loop van de twaalfde tot in de vroege dertiende eeuw
Inleiding
2.1 Ontwikkelingen na het Concordaat van Worms (1122): de verander(en)de positie van de bisschop van Utrecht in de twaalfde eeuw
2.2 De positie van de Utrechtse kapittels, edelen en bisschoppelijke ministerialen in bisdom en Sticht
2.2.1 Toenemend belang van de kapittels
2.2.2 Vrije edelen en bisschoppelijke ministerialen
2.3 De Utrechtse bisschoppen in de twaalfde en vroege dertiende eeuw: van Burchard (1100-1112) tot en met Dirk (II) van Ahr (1197-1212)
2.4 Ontwikkelingen op monastiek gebied: veranderende opvattingen met betrekking tot het monastieke en canonicale leven en het ontstaan van nieuwe kloosters en abdijen in de loop van de twaalfde eeuw
2.4.1 Nieuwe kloosters en abdijen in bisdom en Sticht
2.4.2 Eigenkloosters uit de tijd?
2.4.3 Mogelijkheden voor vrouwen om (zelfstandig) een kloosterlijk leven te leiden
 
3. De ministeriale Utrechtse burggraven en hun positie in Oudwijk en omgeving
3.1 De ministeriale burggrafelijke familie
3.2 Oudwijk, Overdevecht en de positie aldaar van de ministeriale Utrechtse burggraven
3.2.1 Oudwijk: oud kerkelijk domeingoed tussen Rijn en Vecht
3.2.2 De ontginningen vanaf de jaren twintig van de twaalfde eeuw in het Oostbroek en het gebied ten oosten van de Vecht
 
4. Nadere beschouwingen rond het ontstaan van een kloostergemeenschap in Oudwijk en de vroegste ontwikkeling ervan in de jaren veertig en vijftig van de twaalfde eeuw
Inleiding
4.1 De vestiging van een kloostergemeenschap (claustrum) door burggravin Mechteld in 1135 in proprio fundo, ‘op (haar) eigen grond’, de dotering ervan en de schenkingen door burggraaf Otto
            Oudwijk
            Houten
            ‘Trechterveen’
            Abcoude en Aalsmeer
4.2 Een burggrafelijk eigenklooster: macht en onmacht van burggraaf en bisschop
4.3 Een nieuw klooster van benedictijner signatuur?
4.4 De stichting van en steun voor een wereldlijk damesstift of seculier kapittel in Oudwijk
4.5 De ontwikkeling van de gemeenschap in de jaren veertig en vroege jaren vijftig van de twaalfde eeuw en haar plaats in het monastieke landschap van die tijd

5. De positie en ontwikkeling van het wereldlijk vrouwenstift in Oudwijk ten tijde van het episcopaat van bisschop Godfried van Rhenen (1156-1178) tot en met de regeling van de voogdij in 1174
Inleiding
5.1 Het van het toneel verdwijnen van de ministeriale Utrechtse burggraaf en de mogelijke consequenties hiervan voor de gemeenschap in Oudwijk (1156-1164): een positie tussen bisschop en domproost
5.2 Sophia, abdis in Oudwijk
5.3 De schenking van Hendrik Troibant aan de gemeenschap in Oudwijk en de bevestiging daarvan in 1164 door de pauselijk legaat, bisschop Liudo van Sabina
‘Trechterveen’ (Oostveen) en Vleuten
5.4 De gemeenschap in Oudwijk geplaatst onder bescherming van de keizer (1165)
5.5 Het overlijden van domproost Arnold (1172/73), de bouw en wijding van een kerk (1173), en plaatsing van de gemeenschap onder de voogdij van de bisschop (1174)
5.5.1 De bouw van een stiftskerk, mogelijk gemaakt door onder meer schenkingen van de ministeriaal Willem van Voorn, en de plechtige wijding ervan door bisschop Godfried van Rhenen in juli 1173
De Meern
Oudkerkhof te Utrecht
Oudwijk en (de) Oostwaard (bij Zuilen)
5.5.2 Bisschop Godfried neemt de voogdij over de gemeenschap op zich en bevestigt en vermeerdert haar bezit en rechten; de oorkonde van 1174
5.5.3 De aankoop in 1174 van land in Oudwijk van Wolfram van Barneveld
5.6 Van voormalige eigenkloosterlijke instelling tot met de Utrechtse kerk verbonden en onder voogdij van de bisschop geplaatst wereldlijk stift
 
6. Het stift in Oudwijk onder voogdij van de bisschop. Positie en ontwikkeling in de latere twaalfde en loop van de dertiende eeuw, tot de regularisering en omvorming ervan tot benedictijner abdij in 1246
Inleiding
6.1 De laatste jaren van het episcopaat van Godfried van Rhenen en de regeringsperiode van bisschop Boudewijn van Holland (1178-1196)
6.1.1 De gemeenschap onder voogdij van de bisschop, maar ook onder bescherming van opnieuw een proost
Heemskerk
Mi(land) of Mije
Maarssen, Maarssenbroek en Maarsseveen
Breeveld (onder Woerden)
6.1.2 Het aantreden als bisschop van proost Boudewijn van Holland in 1178 en de betekenis daarvan voor de positie van de gemeenschap in Oudwijk: de interpolatie in de voogdijoorkonde van 1174 en ontwikkelingen daarna
Verlies van bezit in Maarssen en omgeving, in Aalsmeer en Heemskerk?
Mi(land) en Kamerik
6.2 De regering van bisschop Dirk van Ahr (1197-1212)
6.2.1 Herstel van vertrouwen en vermogen?
Bezit met name in het westen van het Nedersticht
6.2.2 Aankopen van land, mogelijk gemaakt door de schenking aan de gemeenschap door Frenkinna (circa 1200)
Vuilkop
Oostwaard
Maarsseveen
6.3 De gemeenschap in 1217 geplaatst onder bescherming van de paus en door deze bevestigd in haar bezit en rechten
6.4 De ontwikkeling van stift tot benedictijner abdij in de loop van de dertiende eeuw
6.4.1 De ontwikkeling van andere, deels nieuwe vrouwenkloosters in en bij Utrecht en de mogelijke betekenis daarvan voor de positie van de gemeenschap in Oudwijk
6.4.2 Het falsum op naam van bisschop Otto (II) van Lippe
6.4.3 Regularisering van de gemeenschap in 1246: benedictijner abdij van Sint-Steven in Oudwijk
 
7. Terugblik en perspectief: van welvarend stift in de schaduw van de Utrechtse kerk tot autonome benedictijner abdij

De publicatie, die is uitgegeven door de auteur, is verschenen op 22 september 2021. Het boek telt 288 bladzijden en is geïllustreerd. U kunt het bestellen door € 12,50 (indien het moet worden verzonden, plus € 4,15) over te maken op bankrekeningnummer NL86 INGB 0004 0414 32 ten name van C.J.C. Broer, Stadionlaan 41, 3583 RB Utrecht, onder vermelding van “Oudwijk”. U dient er wel voor te zorgen dat op de overschrijving duidelijk uw naam en adres zijn vermeld; handig is die gegevens even apart door te geven (cjcbroer[at]casema[punt].nl of via telefoonnummer 030-254 19 94). Na ontvangst van de betaling zal Uitzicht op Oudwijk u zo spoedig mogelijk (binnen Nederland) zonder verdere (verzend)kosten worden toegezonden.
Wilt u het boek komen halen (en aldus portokosten uitsparen), neemt u dan even contact met ons op.

N.B. Bij verzending naar het buitenland moeten helaas extra portokosten in rekening worden gebracht, bijvoorbeeld naar EU-landen € 8,70. Eventueel kunt u tevoren contact met ons opnemen.

Voor antiquarische publicaties van derden zie ► Boekwinkeltje De Trechter.


Omslag Eerste kerken
Voorzijde van de omslag van de publicatie.

De eerste kerken
op het Utrechtse Domplein

Een samenhangende visie

Ter gelegenheid van de Stadsdag 2024 op 2 juni en het 10-jarig bestaan van DOMunder is De eerste Kerken op het Utrechtse Domplein. Een samenhangende visie door ons digitaal beschikbaar gesteld. Voor wie een papieren exemplaar wenst, zijn nog enkele exemplaren verkrijgbaar.

Al bij de eerste grote opgraving op het Utrechtse Domplein in 1929 werd de vraag gesteld naar de aanwezigheid van de eerste kerken aldaar. Het resultaat bleef echter decennialang onduidelijk.

Rond Open Monumentendag 1992 werd als groot nieuws gepresenteerd dat de Heilig-Kruiskapel, die vroeger tussen de domkerk en de kerk van Sint-Salvator stond en die tot dan voor tiende-eeuws werd gehouden, wel eens ‘het Sint-Maartenskerkje van Willibrord’ van omstreeks 695 zou kunnen zijn. In de zomer van 1993 vond er een heropgraving van een deel van de kapel plaats.

Inmiddels zijn we meer dan twintig jaar verder. Er hebben sindsdien nog enkele heropgravingen plaatsgehad en men is bezig met het inrichten van een ondergrondse presentatie waar waarschijnlijk ook de resten van de eerste kerken voor het publiek zichtbaar zullen worden gemaakt en gehouden.

De afgelopen decennia zijn intussen ook verschillende publicaties verschenen waarin de vragen met betrekking tot die eerste kerken werden behandeld. Daarbij traden grote verschillen van inzicht aan het licht en hadden er verschuivingen van standpunten plaats.

In deze publicatie, die ook weer op Open Monumentdag is verschenen, geven de auteurs, de historici dr. Charlotte J.C. Broer en dr. Martin W.J. de Bruijn, die zich al van meet af aan beroepshalve met de problematiek hebben beziggehouden, opnieuw een samenhangende visie op de eerste kerkenbouw in Utrecht. In het tweede deel van dit boek geven ze een overzicht van wat er de afgelopen twintig jaar over de problematiek geschreven is.

Het geheel biedt een boeiende caleidoscoop van ideeën en ontwikkelingen in het denken over de eerste kerken op het Utrechtse Domplein.

Inhoudsopgave

Woord vooraf
 
I    Een samenhangende visie
 
Overzicht
Inleiding
Van Romeins naar Germaans
Friezen en Franken
De bouw van een eerste kerkje in Utrecht
Het Sint-Thomaskerkje verwoest
Willibrords komst naar Utrecht
en de stichting van zijn eer­­ste kerk (Sint-Salvator) aldaar
De missionering
De herbouw van het Sint-Thomaskerkje
Hulp van Winfried-Bonifatius
Willibrords laatste levensjaren
Nieuwe bemoeienis van Bonifatius met Utrecht
De bouw van een nieuwe Sint-Salvatorskerk
Problemen met de bisschop van Keulen
Een Karolingische domkerk
In 794 werd Utrecht een bisdom onder het aartsbisdom Keulen
 
II     Historiografie
‘Restje van een ouder bouwwerk’
Twintig jaar archeologisch en historisch onderzoek naar de eerste kerken in Utrecht
 
Inleiding
Nieuwe aandacht voor het probleem
Themanummer van het Bulletin KNOB
Een eerste overzichtspublicatie van onze kant
Enkele reacties
     Reactie van de mediëviste J.M. van Winter
     Reactie van de voormalig stadsarcheoloog van Utrecht T.J. Hoekstra
Nog twee (impliciete) reacties van een mediëvist en een architectuurhistoricus
Overzicht van de Romeinse en vroegmiddeleeuwse bebouwing
Provinciegeschiedenis: onsamenhangend en onevenwichtig
Een nieuwe samenhangende visie
Stadsgeschiedenis: tussen de regels door weggemoffeld
Terug naar het inzicht van archeoloog Van Giffen: de Heilig-Kruiskapel dateert niet uit de tijd van Willibrord
Een dissertatie over munsters en kapittels
Opnieuw een samenhangende visie van onze kant
De Heilig-Kruiskapel en Willibrord
‘Schatten van het Domplein’: een ambitieus project
De ‘gemeentelijke’ archeologie toch overstag?
 
Bijlage
 
Literatuur en bronnenpublicaties
     Afkortingen
     Bronnenpublicaties
     Literatuur

De eerste kerken op het Utrechtse Domplein. Een samenhangende visie
(ISBN: 978-90-805772-6-8) telt 100 pagina’s en is voorzien van heldere schema’s, plattegronden en verschillende afbeeldingen. De prijs bedraagt thans € 2,50 (exclusief porto- en/of bezorgkosten, binnen Nederland, 4,00).

U kunt het boek bij ons als auteurs bestellen. Hiervoor dient u het verschuldigde bedrag over te maken op bankrekeningnummer  NL86 INGB 0004 041 432 ten name van C.J.C. Broer, Stadionlaan 41, 3583 RB Utrecht, onder vermelding van De eerste kerken.

N.B. Bij verzending naar het buitenland moeten helaas extra portokosten in rekening worden gebracht. Eventueel kunt u hierover tevoren contact met ons opnemen.

U dient er wel voor te zorgen dat op de overschrijving duidelijk uw naam en adres (in elk geval uw postcode en huisnummer) zijn vermeld. Handig is die gegevens even apart door te geven via cjcbroer[at]casema[punt]nl of telefonisch: 030-2541994.

Na ontvangst van de betaling zal De eerste kerken op het Utrechtse Domplein u zo spoedig mogelijk worden toegezonden. Wilt u het boekje zelf komen halen (en porto/bezorgkosten uitsparen), dan dient u even contact met ons op te nemen.


Aanvulling van 19 september 2021:
Regelmatig wordt ons nog gevraagd naar onze publicatie De eerste kerken in Utrecht:
Sint-Thomas, Sint-Salvator, Sint-Maarten uit 1995. Hoewel we inmiddels in details andere opvattingen hebben, is deze publicatie als beginstuk van ons onderzoek naar de kerstening en de vroege kerkenbouw in Utrecht inmiddels volledig te raadplegen onder deze koppeling.

Verder nog verkrijgbare uitgaven:

Omslag Rondom het Utrechts stadsrecht

Charlotte J.C. Broer en Martin W.J. de Bruijn, Rondom het Utrechts stadsrecht. De gebeurtenissen in Utrecht in mei-juni 1122 in een nieuw perspectief, Utrecht 2012; ISBN 978-90-805772-0-06.

Jaartallen en data spelen een rol in het leven van ieder mens en iedere in­stelling. Vaak zijn het kapstokken waaraan voorafgaande maar ook erop volgende ontwikkelingen worden opgehangen. Dit is ook het geval met de datum 2 juni 1122 voor de stad Utrecht. Op die dag werden de Utrechters door keizer Hendrik V in hun oude rechten en een kort daarvoor verleend privilege bevestigd.

In 2009 heeft de gemeente Utrecht 2 juni tot ‘stadsdag’ gemaakt. Op deze wijze zouden de Utrechters ieder jaar worden herinnerd aan het ontstaan en de vele eeuwen oude geschiedenis van hun stad.

Met deze publicatie, te verschijnen 890 jaar na de verlening van het Utrechtse stadsrecht,  willen de auteurs een tastbare en algemeen toegan­kelijke inhoudelijke bijdrage leveren aan de viering van de jaarlijkse stadsdag door aandacht te besteden aan de ontwikkelingen en gebeurtenis­sen die mede geleid hebben tot die verlening van het stadsrecht.

De publicatie telt 64 pagina’s, is ruim voorzien van illustraties en verschijnt ter gelegenheid van de Utrechtse stadsdag op 2 juni 2012.
De prijs bedraagt € 1,00 (exclusief een aandeel in de verzend- of bezorgkosten, binnen Nederland € 3,00).

Binnen Nederland kunt u deze uitgave verkrijgen door verschuldigde bedrag  voor het boekje en eventueel de verzending over te maken op IBAN: NL86 INGB 0004 041 432 ten name van C. Broer, Stadionlaan 41, 3583 RB Utrecht, onder vermelding van ‘Rondom het Utrechts stadsrecht’. U dient er wel voor te zorgen dat op de overschrijving duidelijk uw naam en adres zijn vermeld of per e-post uw adresgegevens even door te geven. Na ontvangst van de betaling zal het boekje u zo spoedig mogelijk worden toegezonden.

Voor nadere informatie, zoals de mogelijkheid tot het afhalen van de publicatie (en uiteraard het uitsparen van de portokosten), kunt u zich wenden tot C. Broer of M. de Bruijn, tel. 030-2541994, of via cjcbroer[at]casema[punt]nl.

Omslag Monniken in het moeras

C.J.C. Broer, Monniken in het moeras. De vroegste geschiedenis van de abdij van Sint-Laurens in het Oostbroek bij Utrecht, Utrecht 2011; ISBN 978-90-805772-5-1.

Rond 1121 trokken enkele ridders zich terug in het moeras ten oosten van Utrecht, het Oostbroek, om daar een vroom leven als heremiet te gaan leiden. Al spoedig hierna, in 1122, werd het aldaar ontstane klooster, dat zowel mannen als vrouwen herbergde, begiftigd door niemand minder dan keizerin Mathilde, echtgenote van keizer Hendrik V. Juist in deze periode bezocht de keizer enkele malen Utrecht. Daar vonden gebeurtenissen plaats die van grote invloed zouden zijn op de ontwikkeling van de stad Utrecht en haar omgeving.

In deze publicatie wordt het ontstaan en de eerste ontwikkeling van dit klooster – later bekend als de Sint-Laurensabdij en het daarnaast ontstane Vrouwenklooster in De Bilt – in de context van de genoemde ontwikkelingen geplaatst. Hierbij worden de gebeurtenissen in en rond Utrecht in deze periode in een nieuw licht gezet en worden de bronnen die er van de begunstiging van de abdij bewaard zijn gebleven opnieuw bekeken.

Voor de inhoudsopgave zie Monniken in het moeras.

Het boek telt 304 pagina's en is aantrekkelijk geïllustreerd.

De uitgave is inmiddels uitverkocht, maar volledig raadpleegbaar onder deze koppeling.

Omslag Bonifatius en de kerk van Nederland

C.J.C. Broer en M.W.J. de Bruijn, Bonifatius en de kerk van Nederland, Utrecht 2005; ISBN 978-90-805772-3-5.

Deze uitgave is uitverkocht, maar volledig raadpleegbaar als pdf-bestand.

Aan de betekenis van Willibrord als grondlegger van de Utrechtse kerk – de basis van het bisdom Utrecht in de Middeleeuwen – is in het onderzoek en in tal van publicaties de nodige aandacht besteed. De rol echter die zijn aanvankelijke leerling Bonifatius in Utrecht heeft gespeeld, is tot nu toe veel minder voor het voetlicht gekomen. Bonifatius kennen veel mensen vooral als de martelaar-missionaris die in 754 in Dokkum werd vermoord door Friezen.

Al minder bekend is bij velen dat Bonifatius – na een drietal jaren Willibrord in Friesland te hebben geassisteerd bij zijn missiewerk – in Germanië (vooral Hessen en Thüringen) een grootse eigen carrière als missionaris heeft gehad en daarna als initiator van hervormingen binnen de toenmalige Frankische kerk en haar oriëntatie op de paus in Rome is uitgegroeid tot een figuur van Europese statuur. Dat hij zich tegelijkertijd ook steeds zeer betrokken is blijven voelen bij de Utrechtse kerk, is tot op heden in het historisch onderzoek en de beeldvorming onvoldoende onderkend.
Bonifatius heeft evenwel in Utrecht in de jaren veertig van de achtste eeuw niet alleen een nieuwe aan Sint-Salvator gewijde kerk gebouwd, maar zich ook beijverd voor het voortbestaan van de Utrechtse kerk als zelfstandige kerk en zetel van een direct onder Rome staand bisdom.

In deze publicatie worden de resultaten gepresenteerd van nieuw onderzoek naar die rol en betekenis van Bonifatius voor de Utrechtse kerk en het – een groot deel van het huidige Nederland omvattende – middeleeuwse bisdom Utrecht.
Ook wordt in deze studie aan de hand van alle beschikbare bronnen, zowel archeologische als historische, een nieuwe visie gepresenteerd op de ontwikkeling van de eerste kerkelijke bebouwing in Utrecht.

Uniek in de stad

C.J.C. Broer, Uniek in de stad. De oudste geschiedenis van de kloostergemeenschap op de Hohorst bij Amersfoort, sinds 1050 de Sint-Paulusabdij in Utrecht: haar plaats binnen de Utrechtse kerk en de ontwikkeling van haar goederenbezit (ca. 1000 - ca. 1200), Utrecht 2000; ISBN 978-90-805772-1-9.

Utrecht kent een lange monastieke geschiedenis die teruggaat tot de missionaris Willibrord, zevende-eeuwse grondlegger van de Utrechtse kerk. Als monastieke opvolgster van het door hem gestichte monasterium van Sint-Salvator, waarin deze kerk haar basis had, werd omstreeks 1000 door bisschop Ansfried op de Hohorst bij Amersfoort een nieuwe kloostergemeenschap gesticht. Deze gemeenschap, niet lang na het ontstaan ervan georganiseerd als benedictijner abdij, werd voorts rond 1050 door bisschop Bernold overgebracht naar de stad Utrecht, waar ze als Sint-Paulusabdij naast de kapittels aldaar een belangrijke plaats ging innemen.

Over deze vroege geschiedenis en de unieke plaats van de abdij in Utrecht en de rol in de entourage van de bisschop gaat Uniek in de stad. Uitgebreid wordt ingegaan op de achtergronden en (kerkelijke en monastieke) context van de stichting van de abdij, maar met name ook de wijze waarop de kloostergemeenschap van meet af aan door de bisschoppen voorzien werd van belangrijke goederen en rechten, waarvan de inkomsten bestemd waren om in het onderhoud van de monniken te voorzien. Deze bezittingen waren onder meer gelegen in de omgeving waar de kloostergemeenschap oorspronkelijk gevestigd was, namelijk in Eemland (Leusden, Soest en verder in de min of meer directe omgeving van Amersfoort), maar ook in bijvoorbeeld Zuid-Holland, het Midden-Nederlandse rivierengebied, Zeeland en Friesland. In verschillende van deze streken is de abdij nauw betrokken geweest bij ontwikkelingen als de stichting van nieuwe kerken en parochies en bij de ontginningen die hier in de loop van de Middeleeuwen op grote schaal werden uitgevoerd.

Inmiddels is de volledige tekst van deze dissertatie raadpleegbaar via deze koppeling.

Voor wie evenwel nog een 'echt' boek wil, kan nog een enkel exemplaar van deze publicatie (640 pagina’s) bestellen, met korting, voor € 20,00 (exclusief een aandeel in de verzend- of bezorgkosten, binnen Nederland, € 6,95). Uniek in de stad inog direct te bestellen via cjcbroer[at]casema[punt]nl.

Utrechts oudste kloosters

C.J.C. Broer, Utrechts oudste kloosters: Van Sint-Salvator tot Sint-Paulus. De ontwikkeling van de monastieke traditie binnen de Utrechtse kerk vanaf de tijd van Willibrord tot in de twaalfde eeuw, Utrecht 2007; ISBN 978-90-805772-4-4.

Deze uitgave is uitverkocht, maar volledig raadpleegbaar als pdf-bestand.

Utrecht kent een lange en belangrijke monastieke traditie. Het is immers in een kloosterlijke instelling – het omstreeks 695 door Willibrord gestichte en in de eerste plaats aan Sint-Salvator gewijde monasterium of missieklooster – dat de Utrechtse kerk haar basis heeft gehad.

Als monastieke opvolgster van dit oude Utrechtse monasterium werd omstreeks 1000 door bisschop Ansfried op de Hohorst bij Amersfoort een nieuwe kloostergemeenschap gevormd.

Deze gemeenschap, niet lang na het ontstaan ervan georganiseerd als benedictijner abdij, werd voorts rond 1050 door bisschop Bernold overgebracht naar de stad Utrecht, waar ze als Sint-Paulusabdij naast de kapittels aldaar en in de entourage van de bisschop een belangrijke plaats ging innemen.

Over de monastieke traditie in Utrecht en de ontwikkeling ervan, van Sint-Salvator tot Sint-Paulus, verhaalt dit boekje.



Also freely available in English:

C.J.C. Broer en M.W.J. de Bruijn, 1122, June 2. The confirmation of Utrecht's city privileges by emperor Henry V, seen in a new perspective (Utrecht 2022)

C.J.C. Broer, The Utrecht Cross of Churches. Medieval Model or Modern Myth? (translation of the web page Het Utrechts kerkenkruis. Middeleeuws model of moderne mythe? (Utrecht 2001)

C.J.C. Broer, Summary St Paul (= summary PhD thesis Uniek in de stad (Unique in the city) (Utrecht 2000)

C.J.C. Broer, Lost possessions and rights of the monastic community on the Hohorst near Amersfoort, later (since 1050) the abbey of Saint Paul's in Utrecht, located in and near Vught (North Brabant) (translation of a paragraph in her PhD thesis Uniek in de stad (Utrecht 2000))

Gepubliceerd 2010; laatst bewerkt 2 juni 2024.