Panorama Goirke
Startpagina | Inhoudsopgave | Lezingen | Uitgaven | Vrijwaring | Contact

op het web alleen op deze webstek
(om alleen op deze pagina te zoeken druk op Ctrl-F)
Andere bijdrage over de Tilburgse geschiedenis op deze internetpresentatie:
Hoe oud is Tilburg?
Heren van Tilburg
De herdgang de Rijt in Tilburg
Daneel van Heyst. Een vijftiende-
     eeuwse Tilburger en zijn omgeving

Schôon en lillek. De teloorgang van een
     Tilburgs wevershuis
Het geslacht Van Spaendonck
Zie verder:
Stamreeks Van Heyst-De Bruijn
Kwartierstaat Martin de Bruijn
en de daaraan gekoppelde webpagina's
Het domein Korvel in Tilburg
door Martin W.J. de Bruijn


Te citeren als: M.W.J. de Bruijn, ‘Het domein Korvel te Tilburg’ (www.broerendebruijn.nl/Korvel.html, versie van [datum], geraadpleegd op [datum]).

Inleiding
 
Tilburg was vanouds verdeeld in een aantal ‘herdgangen’. In het Latijn wordt een herdgang pastoria genoemd. De naam is afgeleid van ‘de gang van de herder’ – herder is in het Middelnederland herde – met de gemeenschappelijke kudde naar de graasgronden. In het begin van de zestiende eeuw waren er in Tilburg elf herdgangen, die ook bestuurlijke betekenis hadden. De namen van de oude herdgangen zijn nog steeds in gebruik. Een ervan was Korvel. De benaming komt vanaf de veertiende eeuw voor, niet alleen voor het gebied maar ook als familienaam Van Korvel.
[1] M.A. Erens (uitg.), De oorkonden der abdij Tongerlo(o), 4 dln. (Tongerlo 1948-1958) dl. III, nr. 741: Katherina de Corvelle et Mathias dictus Bac eius filius.


[2] In 1340 betaalde een Bac van Corvel een cijns van 17 schellingen nieuw uit een erf van Tongerlo in Helvoirt (Algemeen Rijksarchief Brussel, Rekenkamers, nr. 45038, f. 103v.: Item Bac van Corvel de hereditate quondam abbatis Tongherloensis XVII s. de nov.). Ik acht het aannemelijk dat hier Mathijs bedoeld is.


[3] Galesloot L. (uitg.), Le livre des feudataires de Jean III, duc de Brabant (Brussel 1865), Latijnsboek f. 82v.: Mathias filius Ghieselberti Bacs.


[5] Abdijarchief Tongerlo, Charters, nr. 916 (1385.06.19): wilner Hubrecht van Corvel, zoen wilner Ghisbrechts Bacs van Westilborch. Overigens wordt als man van Gijsbrecht Bac ook genoemd Katelijn dochter van Jan Bie van Weelde (Galesloot, Le livre des feudataires, Latijnsboek f. 76v.). Het is mij niet duidelijk of zij een alias was voor Katelijn van Korvel. Ook De Bie was een vooraanstaande familie in met name Goirle.
In een oorkonde van 23 juni 1350 is sprake van een villa de Corvelle in Tilburg (zie noot 20). In het Latijn van die dagen wordt met villa een dorp bedoeld. Een oudere betekenis is echter ‘domein’. Het begrip gaat terug naar de Vroege Middeleeuwen. Het duidt op het agrarische bezit van een heer met alle functies die nodig waren om een zo’n domein uit te baten, inclusief met de mensen die er deel van uitmaakten. In zijn klassieke vorm bestond de kern ervan uit een herenhoeve (curtis) en een aantal hoeven (cassatae) die door tot het domein behorende onvrijen, ‘horigen’, bebouwd werden in ruil voor vaste diensten en betalingen, in geld maar vooral in natura. De domeinheer organiseerde de overheidsfuncties over de mensen, waaronder de rechtspraak. Veel domeinen bezaten ook een molen waar de graanopbrengst gemalen moest worden. Sommige domeinen hadden een kerk die eveneens aan de domeinheer toebehoorde.

De vraag is of ook Korvel in Tilburg zo’n domein is geweest. Het probleem is dat er geen directe schriftelijke gegevens over Korvel bewaard zijn gebleven. De oudste dateren pas uit de veertiende eeuw, een periode dat het eventuele domein in zijn oorspronkelijke vorm niet meer bestond. Het bestaan kan dus alleen uit latere en eventuele ook andersoortige gegevens worden afgeleid.

Tot die andere gegevens kunnen ook archeologische behoren. Nu wil het toeval dat er in 2010 vrij omvangrijke opgravingen hebben plaatsgehad onmiddellijk ten zuiden van het oude driehoekige Korvelplein. Dergelijke pleinen vormden vaak de kern van een herdgang. Op het opgravingsterrein werden de sporen van vroegmiddeleeuwse boerderijen aangetroffen, daterend vanaf de achtste eeuw. Deze vondsten maken de aanwezigheid van een domein aldaar een stuk aannemelijker dan tot dan toe het geval was geweest.

De familie Van Korvel


Een domein behoorde toe aan een kerkelijke instelling of een adellijke familie. Bronnen uit de eerste helft van de veertiende eeuw maken melding van een familie Van Korvel die tot de top van de Tilburgse samenleving behoorde.

Aan de hand van de bronnen laat zich een fragmentgenealogie van vier generaties uit de veertiende eeuw samenstellen (zie hieronder). Een Oisterwijkse schepenakte van 17 juli 1331 vermeldt dat Katelijn van Korvel en haar zoon Mathijs geheten Back vanwege schulden van wijlen Jan van den Plasch aan hen waren geëigend aan diens goed Leendonk in Udenhout. Hierna verkochten zij het goed aan Hendrik Bac van West-Tilburg (= Tilburg) ten behoeve van de abdij Tongerlo.[1] Het feit dat Mathijs hier Back wordt genoemd doet vermoeden dat zijn vader een telg uit de bekende Tilburgse familie Bac was.[2] Dit vinden we bevestigd in het zogeheten Latijnsboeck, een leenregister van het hertogdom Brabant uit 1312, waarin hij een zoon van Gijsbrecht Bac genoemd wordt.[3] Deze laatste had een broer Hendrik en een broer Wouter. Mogelijk waren zij zoons van een Herman van der Rijt, maar vooralsnog is dit niet vast te stellen.[4] De broers waren waarschijnlijk neven-oomzeggers van de abt van Tongerlo Hubrecht Bac en behoorden tot de belangrijkste familie van Tilburg. Kennelijk was Katelijn van Korvel een geschikte huwelijkspartner. Over haar ouders en verder voorgeslacht is niets bekend, maar aannemelijk is dat zij een dochter, misschien zelfs erfdochter was, van de domeinheren van Korvel.

Dat de naam Korvel tot een aanzienlijk geslacht behoorde, blijkt ook uit het feit dat een zoon van de hierboven al vermelde Gijsbrecht Bac van Tilburg Hubrecht van Corvel heette – in 1385 heette hij al overleden –,[5] wat er tevens op wijst dat een Van Korvel tot zijn voorgeslacht behoorde. Mogelijk ging dat om zijn moeder en was de genoemde Gijsbrecht Bac met een Van Korvel getrouwd geweest.
[6] Galesloot, Le livre feudataire, Latijnsboek, f. 84r.: Mathyas Bac XL solidos annuatim, III homines feodales, X mansionarios, LX homines qui solvunt talliam.


[7] J.Th. de Raadt, Sceaux armoriés des Pays-Bas et des pays avoisinants (Brussel 1897-2003), dl. 4, 367.


[8] Erens, Oorkonden Tongerlo, dl. IV, nr. 1031, blz.195-196.


[9] Ald., nr. 1113, blz. 317-318.


[10] Erens, Oorkonden Tongerlo, dl. IV, nr. 940, blz. 70 (1349.11.16) op Kievitslaar.


[11] Gemeentearchief ’s-Hertogenbosch [GAHt], Rechterlijk archief [R.], nr. 1180, blz. 655: bona dicti Mathie, dicta communiter tot Coervel, sita in parochia de Westilborch, cum edificiis, terris, pratis, pascuis, piscaturis ad dicta bona spectantia et ceteris eorundem bonorum attinentiis singulis et universis, ubicumque locorum tam in humido quam in sicco, in duro et in molli, situatis, atque cum omnibus et singulis censibus annuis in dictis bonis annuatim de iure solvendis, salvis tamen dicto Mathie et liberis[?] reservatis a dicto venditore quodam molendino olei ipsius Mathie ibidem sito ac[?] eius fundo et quadam via eiusdem molendini.


[12] Ald.: domum et ortum et agrum terre, sitos in parochia de Westilborch in loco dicto Corvel inter communem plateam ex uno et inter hereditatem Heylwigis cort Rosijns ex alio; item quandam pascuam dictam een weyde, sitam ibidem inter hereditatem Walteri Boyart[?] ex uno et inter hereditatem Walteri vanden Zande ex alio; item peciam terre dictam den Beirct, sitam in dicto loco Coervel vocato inter hereditatem dicte Heylwigis Cortrosijns ex uno et inter hereditatem Iohannis Moelner ex alio; item quendam agrum quatuor lopinis siliginis in semine capiente, situm in dicto loco Coervel vocato inter molendini venti de Coervel ex uno et inter hereditatem Elizabeth Mols ex alio.


[13] Ald.: bona quondam Mathie dicti Bac de Coervel, receptoris olim de Buscoducis, dicta communiter tot Coervel, sita in parochia de Westilborch, cum edificiis, terris, pratis, pascuis, piscaturis, ad dicta bona spectantibus, et cum ceteris eorundem bonorum attinentiis singulis et universis, ubicumque locorum, tam in humido quam in sicco, in duro et in molli situatis, salvis tamen predicto Mathie et liberis[?] suis[?] naturalibus[?] molendino olei ipsius Mathie ibidem situato ac eius fundo et quadam via eiusdem molendini, que bona cum (cum) dictis suis edificiis, terris, pratis, pascuis et piscaturis et cum ceteris suis attinentiis, exceptis dictis molendino et via, dictus quondam Henricus Wisse erga dictum Mathiam Bac emendo acquisierat.


[14] GAHt, R. 1214, f. 30v.


[15] Abdijarchief Tongerlo, Charters, nr. 916.


[16] Camps, H. (uitg.) Oorkondenboek van Noord-Brabant tot 1312, dl. I-2, nr. 820, blz. 994-995.


[17] Ik ben er niet in geslaagd dit Bomele te situeren.


[18] Erens, Oorkonden Tongerlo, dl. III, nr. 815, blz. 359-360.


[19] Ald., nr. 833, blz. 378-379.


[20] Regionaal Archief Tilburg [RAT], Rechterlijk archief Oisterwijk 229 (schepenprotocol 1524-1525) f. 34 (schepenakte van 1525.07.26).


[21] GAHt, R. 1177, f. 286.


[22] Abdijarchief Tongerlo, Charters, nr. 916.


[23] GAHt, R. 1178, f. 101v.


[24] R. 1179, blz. 77.


[25] R. 1180, blz. 359.

Plattegrond Korvel
Fragment van de plattegrond van H. Verhees van 1790. Het noorden ligt rechts. Links de driehoekige kern van de herdgang Korvel, thans het Korvelplein. Rechts daarvan, in de richting van het Haringseind, de Korvelse molen.

Een domein Korvel?


Keren we terug naar Korvel zelf. Hoewel in het leenboek van de hertog van Brabant, het Latijnsboek, aangelegd in 1312, bij een Mathijs Bac de naam Korvel ontbreekt, meen ik dat hier sprake is van het domein met die naam. In die post blijkt Mathijs leenman te zijn van een bedrag van 40 schellingen jaarlijks, verder drie leenmannen, tien hoevenaars en zestig mensen die tallia, belasting, ik neem aan cijns, wellicht hoofdcijns, betalen.[6] Het ligt voor de hand dat hier ook sprake is van jurisdictie, van een leenhof en een cijnshof. In 1349 blijkt Mathijs Bac van Korvel rentmeester van de hertog in ’s-Hertogenbosch te zijn.[7]

In 1355 is er sprake van die hostat van Corvel, die toebehoorde aan Hendrik Wisse (Wysse) van Tilburg. Op 11 augustus van dat jaar gaf deze Hendrik een akker op Korvel, Belenacker geheten, in erfelijke pacht aan Wouter Blieke en Peter Meyniaert van Tilburg voor twee mud rogge per jaar Tilburgse maat.[8] De akker grensde aan een erf van Hubrecht Hendriksz., in wie we wel Hubrecht Hendriksz. Bac mogen zien. Op 1 april 1361 droeg Hendrik Wisse de pacht over aan Gijsbrecht zoon van Klaas Moelnere van Tilburg.[9]

In 1397 vernemen we van een omvangrijk goed tot Corvel, waarvan niet duidelijk is of het hetzelfde is als het zojuist genoemde. Als dit wél het geval is, kan worden aangenomen dat het oorspronkelijke leengoed geallodialiseerd is. Van een leenband met de hertog blijkt namelijk nergens meer.

Op 5 januari 1397 verscheen voor de Bossche schepenen Gerit van de Wiel, zoon van wijlen Gielis van de Wiel, wettige echtgenoot van Katelijn dochter van wijlen Hendrik Wisse, en verkocht daar een aantal goederen aan Hendrik Boudens en Wouter Bac, zoon van wijlen Jan van Broekhoven ten behoeve van hemzelf en ten behoeve van Jan van der Bieststraten. Als vooroorkonde werd verwezen naar een akte waarin Mathijs Bac van Korvel, ontvanger van ’s-Hertogenbosch, had verkocht aan zijn schoonzoon Hendrik Wisse het goed gewoonlijk geheten tot Coervel. Hendrik Wisse komen we tegen vanaf 1349, toen hij al bezit in Tilburg had.[10] Mogelijk was hij toen al getrouwd met Katelijn de dochter van Mathijs Bac (die hoogstwaarschijnlijk vernoemd is naar haar moeder Katelijn van Korvel).

In de vooroorkonde van die van 5 januari 1397 wordt het goed te Korvel omschreven met een zogeheten pertinentieformule: met gebouwen, landen, beemden, weilanden, visserijen enzovoorts, en met de jaarlijkse cijnzen die daaruit betaald werden. Uitgezonderd werd een oliemolen aldaar met zijn ondergrond en een tot die molen behorende weg.[11]

Uit dit goed verkocht op 5 januari 1397 Gerit van de Wiel, gehuwd met Katelijn dochter van Hendrik Wisse, de volgende op Korvel gelegen goederen:[12]
– een huis en tuin en akker lands;
– een aldaar gelegen weide;
– een stuk land geheten den Beirct;
– een akker van vier lopense, die onder meer grensde aan de windmolen van Korvel. Deze molen stond aan de weg die nu de Capucijnenstraat heet, op de hoek van de huidige Meelstraat en Paterstraat.

In een niet afgewerkte akte die in het schepenprotocol aan de akte van 5 januari 1397 voorafgaat, staat dat genoemde Gerit van de Wiel het hele goed te Korvel had willen verkopen, met uitzondering van de genoemde oliemolen en de daartoe behorende weg, en van het huis, de tuin en de daaraan liggende akker.[13] Maar de oorkonde houdt abrupt op. De verkoper is dus kennelijk van mening veranderd en uiteindelijk zijn juist het huis, de tuin en de akker wél verkocht met de hierboven vermelde grondstukken.
 
Bekende opeenvolgende veertiende-eeuwse bezitters van het Goed te Korvel:
1. Gijsbrecht Bac van Tilburg, gehuwd met Katelijn van Korvel
2. hun zoon Mathijs van Korvel (had een broer Hubrecht; zie hieronder)
3. diens dochter Katelijn, gehuwd met Hendrik Wisse
4. hun dochter Katelijn, gehuwd met Gerit van de Wiel

In 1444 wordt nog verwezen naar het goed van Korvel, zoals dat in het bezit was geweest van Hendrik Wisse. Op 5 januari van dat jaar verkocht Pauwels van Haastrecht, zoon van wijlen Dirk van Haastrecht en Gijsbertke dochter van wijlen Jordaan Aart Tielkens en van Mechteld Gijsbrechtsdr. van Doorn, een cijns van vier mud rogge uit het domein of heerlijkheid Korvel (villa dicta Corvel) met toebehoren, zoals omschreven in de voorafgaande eeuw.[14] Blijkens de genealogische opgave was de cijns vererfd van Gijsbrecht van Doorn op diens dochter Mecheld, gehuwd met Jordaan Aart Tielkens, en vervolgens op diens dochter Gijsbertke, gehuwd met Dirk van Haastrecht, heer van Loon op Zand, en daarna op ziens zoon Pauwels. Behalve heer van Loon op Zand waren Dirk en Pauwels ook heer van Tilburg en Goirle.

Er zijn meer vroege gegevens bewaard gebleven over goederen die mogelijk in oorsprong tot dit goed te Korvel hebben behoord.

Interessant is om te beginnen een Oisterwijkse schepenakte van 19 juni 1385, waarin de kinderen van wijlen Hubrecht Bac een cijns van 40 schellingen Tours geld overdragen aan Bruisten van den Grave.[15] Hubrecht had die cijns verkregen van Hubrecht van Korvel, zoon van wijlen Gijsbrecht Bac van Tilburg. Zij was gevestigd op sijnre woninghe met hore toe behoerten, gheleghen in Corvel in alder grootte dat sy daer gheleghen is ende wilner Mathijs sinen brueder toe te horen plach. Hubrecht van Korvel was dus een broer van Mathijs en beiden waren zij zonen van wijlen Gijsbrecht Bac. Dat deze dus een zoon had die Van Korvel werd genoemd, wijst op een voorvader of voormoeder van het geslacht Van Korvel. Ik kom op die naamgeving terug.

Gijsbrecht Bac van Tilburg komen we al tegen in een oorkonde van 27 juli 1310, toen hij afstand deed van een cijns van drie mud rogge op het derde deel van de hoeve Ter Rijt in Tilburg ten behoeve van de abdij Tongerlo. Zijn broers Wouter en Hendrik deden toen eveneens afstand ten behoeve van de abdij van een cijns van gelijke grootte op andere bezittingen. Hendrik deed dit op het grote huis (mansio) waarin hij woonde en op braakland dat hij van de hertog van Brabant in leen hield, Wouter op zijn hoeve met toebehoren zoals zij van Dirk Bliec was en gelegen tegenover zijn deur. Hij woonde er dus tegenover. Van een verwijzing naar Korvel is in deze akte helaas geen sprake.[16]

Toch acht ik het niet uitgesloten dat het hier althans ten dele om goederen op Korvel ging. Ik meen het grote huis (mansio) tegen te komen in een oorkonde van 14 december 1336 waarin Wouter Bac, wonende in Westerlo en zoon van Wouter Bac van Bomele,[17] zijn mansio en een aantal andere goederen in Tilburg overdroeg aan Mathijs Bac van Korvel.[18] Onder die goederen bevond zich behalve het grote huis een stuk land geheten die Brake, gelegen bij het huis aan de oostkant, waarvan aan het klooster Tongerlo drie mud rogge werd betaald. Het lijkt er alleszins op dat het hier ging om het braakland dat ook in de oorkonde van 27 juli 1310 vermeld is. Niet duidelijk is hoe huis en braakland van Hendrik Bac van Tilburg aan Wouter Bac van Westerlo zijn gekomen.

Tot de goederen van Wouter Bac van Bomele in Tilburg blijken ook twee windmolens te hebben behoord, die ook in het bezit van Mathijs Bac van Korvel waren gekomen. Blijkens een schepenakte van 21 december 1338 verkocht Mathijs twee windmolens in Tilburg aan Aart Bertout (Bac).[19] Volgens de akte had Mathijs de goederen van de kinderen van Wouter Bac van Bommel gekocht van de abdij Tongerlo, die echter grondheer zouden blijven. Aart zou de molens op dezelfde manier houden als Mathijs dat deed.

Het lijkt aantrekkelijk om in een van beide molens die van Korvel te zien, maar dit zal toch niet het geval zijn geweest. Op 23 juni 1350 namelijk gaf Hendrik Everdey, wettig echtgenoot van Aleid dochter van Dirk van Aarle, de helft van de Korvelse windmolen, die van Wouter van Goirle de oude was geweest, in erfelijke pacht aan Jan van Goirle, zoon van Wouter van Goirle.[20] Hendrik had deze helft met zijn vrouw Aleid als huwelijksgift ontvangen. De andere helft behoorde aan Jan van Goirle, zoon van Wouter van Goirle. De jaarlijkse lasten bedroegen de hertogcijns en een cijns van twee groten aan Hendrik Bluys uit die molenstat – dus de plaats waar de molen op stond – en voor acht mud rogge erfelijke pacht Bossche maat aan de genoemde Hendrik Everdey door de genoemde Jan van Goirle jaarlijks in de genoemde villa de Corvelle – dus het domein of de heerlijkheid Korvel – uit de genoemde helft van de molen.

Zoals hierboven al is vermeld droegen op 19 juni 1385 de kinderen van wijlen Hubrecht Bac een cijns van 40 schellingen Tours geld over aan Bruisten van den Grave. Hubrecht had die cijns verkregen van Hubrecht van Korvel, zoon van wijlen Gijsbrecht Bac van Tilburg. Zij was gevestigd op sijnre woninghe met hore toe behoerten, gheleghen in Corvel in alder grootte dat sy daer gheleghen is ende wilner Mathijs sinen brueder toe te horen plach.

De molen van Korvel

Op 15 maart 1386 gaf Jan de Bie, zoon van wijlen Hubrecht Bac, tweevijfde deel in de helft van de Korvelse windmolen aan Jan van den Dijk in erfelijke pacht voor 1½ groot uit de genoemde helft en voor een erfelijke pacht van een mud rogge aan Hendrik Everdey uit de genoemde helft te betalen, en voor een erfelijke pacht van drie mud rogge Bossche maat aan Jan de Bie, Hubrecht Bacsz. Vervolgens droeg Liesbet dochter van wijlen Hubrecht Bac een vijfde deel in erfelijke pacht aan Jan van den Dijk voor dezelfde jaarlijkse lasten.[21] Het is dus duidelijk dat vijf delen in de helft van de molen vererfd waren aan kinderen van Hubrecht Bac, genoemd in de akte van 19 juni 1385.[22]

Op 29 april 1389 droeg Jan de Bie, zoon van wijlen Hubrecht Bac, de betreffende pacht van drie mud rogge over aan Hendrik natuurlijke zoon van Jan van den Dijk ten behoeve van zichzelf en ten behoeve van Agnes natuurlijke dochter van Jan van den Dijk. Op dezelfde datum droeg hij aan deze twee natuurlijke kinderen een pacht van een mud rogge over uit alle goederen die de hierboven genoemde Liesbet dochter van wijlen Hubrecht Bac van haar ouders geërfd had en welke pacht Jan de Bie had verkregen Hendrik Pas Tielmansz. van Vlijmen en de genoemde Liesbet. Jan van den Dijk beloofde tot slot aan Jan de Bie 120 Hollandse guldens.[23]

De molen van Korvel komen we, met de windmolen van Oerle, ruim twee jaar later weer tegen, op 3 augustus 1391, wanneer Bertout zoon van Jan Bac Bertoutsz. van Tilburg aan Jan van Wijflit een cijns van 12 oude schilden verkoopt uit de helft van deze beide molens. De andere helft van deze molens behoorde aan Jan van den Dijk.24]

Vier jaar later blijkt de bezitssituatie zich weer gewijzigd te hebben. Op 21 september 1395 droeg een broer van Bertout, Aart Bac, zoon van Jan Bac Bertoutsz. van Tilburg, de aan hem behorende helft van de molen van Korvel en de helft van de windmolen van de Veldhoven, eveneens in Tilburg, over aan Jan van den Dijk ten behoeve van diens natuurlijke zoon Hendrik. De andere helft van beide molens behoorde toen aan genoemde Jan van den Dijk.[25]

Voorlopige conclusie


Het lijkt erop dat Korvel in Tilburg oorsprong een domein heeft gevormd of dat er op Korvel – tegenwoordig zegt men in Tilburg
op Korvel en niet meer in Korvel – een dergelijke domein heeft gelegen. Dit domein zal in het bezit zijn geweest van een familie Van Korvel, waarvan een erfdochter Katelijn gehuwd is met Gijsbrecht Bac, behorend tot – na het uitsterven van de prefeodale heren van Tilburg – de meest vooraanstaande Tilburgse familie (zie op deze webstek de pagina Afstamming van de heren van Tilburg? en de daar genoemde literatuur).

Het vermoedelijke domein kan gesitueerd worden bij de Korvelse molen op de hoek van de huidige Capucijnenstraat, Meelstraat en Paterstraat. Mogelijk heeft die molen in oorsprong deel uitgemaakt van het domein, al kon dit niet worden vastgesteld. Of het zich ook uitstrekte tot en over het driehoekige plein waaruit het tegenwoordige Korvelplein is voortgekomen – een bekende vorm voor een nederzettingskern in de Zuidelijke Nederlanden – is niet duidelijk. Ten zuiden van dit plein is in ieder geval bij archeologisch onderzoek een vroegmiddeleeuwse nederzetting aangetroffen.
Verdergaande conclusies kunnen wat mij betreft vooralsnog niet worden getrokken. Zeker is dat het domein al vóór het midden van de veertiende eeuw ontbonden is en dat toen ook een uit dat domein voortgekomen grondheerlijkheid – dit wil zeggen met jurisdictie alleen over de grond en niet meer over de personen die erop woonden, zoals bij een domein het geval was – al niet meer bestond. Mogelijk kan voortgezet onderzoek hierover meer duidelijkheid verschaffen.


© 2023 C.J.C. Broer en M.W.J. de Bruijn. - Gepubliceerd 26 januari 2023; laatst bewerkt 26 januari 2023.