Panorama Goirke
Startpagina | Inhoudsopgave | Lezingen | Uitgaven | Vrijwaring | Contact

op het web alleen op deze webstek
(om alleen op deze pagina te zoeken druk op Ctrl-F)
Terug naar de stamreeks Thomas Martens de Bruijn

Het gezin woonde waarschijnlijk eerst in Udenhout en in ieder geval vanaf 1744 in Berkel. De kinderen van dit dorp werden zowel in Udenhout als in Oisterwijk gedoopt. Hoewel Berkel al in de Middeleeuwen een kapel had, vormde het geen eigen parochie. De inwoners vielen vanouds onder Oisterwijk. Nadat in 1723 de parochie Udenhout opgericht was, mochten de inwoners van Berkel en het onder Berkel gelegen gehucht Heukelom kiezen waar zij wilden kerken. Pas in 1852 kreeg Berkel een eigen parochie. Heukelom kwam toen onder deze parochie te behoren.

Mijn voorvader Thomas werd geboren in Udenhout en op 1 oktober 1710 in Oisterwijk gedoopt als zoon van Marten de Bruijn en Cornelia van Beurden. Zijn oom en tante Joost de Bruijn en Elizabeth van Beurden traden op als doopheffers. Zoals bij de vorige generatie is vermeld, verwierf hij zijn ouderlijk huis in Udenhout aan de Kreitenmolen en verkocht dit op 7 augustus 1733 aan Adriaan Huiberts van Hees. Mogelijk woonde hij daar nog met zijn moeder en stiefvader toen hij op 24 november 1737 trouwde met Maria Willem van Roessel uit Oisterwijk. Als zijn woonplaats werd in ieder geval Udenhout vermeld. Uit het huwelijk werden twee kinderen geboren: Marten, gedoopt in Udenhout op 19 september 1738, en Maria, gedoopt aldaar op 6 juli 1741.

Op 19 november 1738 – dus op de dag dat Marten gedoopt werd – verklaarde de armentafel van Oisterwijk de armentafel van Udenhout voor de helft te zullen ontlasten voor het onderhoud van de kinderen uit dit huwelijk, wanneer die tot armoede zouden vervallen (RAT, Oisterwijk 417, f. 108v.). Mogelijk betekende dit dat de bestaansmogelijkheden van het gezin toen niet rooskleurig waren.

Drie maanden na de geboorte van het tweede kind overleed de moeder. Zij werd op 5 oktober 1741 in Udenhout begraven. Thomas hertrouwde op 5 augustus 1742 in Oisterwijk met Huberdina Jan Schoenmakers. Uit dit huwelijk werd op 9 juni 1743 in Udenhout het eerste kind gedoopt: Cornelis, en op 13 oktober 1744 het tweede: Jan.

Op 6 november van dat jaar huurde Thomas van Wouter van Iersel (RAT, Not. Oisterwijk 5299, f. 393):
eene stede, bestaende in huys, schuer, schop en daeraengelegen hoff, acker en weijlanden, alle gestaen en gelegen onder dese dingbanke tot Berkel aen den Heycant, soo als deselve jegenswoordig in huere gebruijckt en bewoont werden bij Jan van Besouwen, uijtgesondert ontrent vijff lop. lant, die den verhuerder ten sijnen behoeve is reserverende, hem huerder bekent, en sulcx voor eenen tijt en termyn van ses jaren, waer van het eerste ingaen sal te weten hoff en wey te halff meert, de huijsinge mey avont en het ackerlant t’oigst aende stoppelen des jaers van 1745, sulcx het laeste expireren sal op de voorschreven tijden des jaers van 1751, ten ware partije die sulx gelieven sal malkanderen dese huere quamen op te seggen voor Alderheijligen des jaers van 1747, in welk geval dese huere ijndigen sal op de gemelde tyden des jaers van 1748, en dat jaerlijx omme ende voor eene somme van twee en twintig gulden tot voorlijff, vijff sacken rog en twee en een halve sack boeckweijt, alle jaer te leveren schoon, suijver en wel gewant, waer van den eersten betaeldag vant voorlijff sal wesen Kersmis des jaers van 1745 en den levertyt vant voorz. coorn Ligtmis des jaers van 1747, en soo vervolgens van jaer tot jaer geduerende dese huere. Incluijs den huerder sal jaerlijcx op de voorz. huijsinge moeten leveren en laten verdecken hondert steenen goet regt dackstroij, den decker uperen en de cost geven, dog sal daer voor den afval genieten, soo als ook den timmerman, de wanden en weegten onderhouden met het hout hem aen te wijsen. Den huerder sal oock sonder corten moeten onderhouden alle schouwen van straten, wegen en waterlaten de voorseijde goederen eenigsints subject. En neemt den verhuerder voor sijn rekeningh de reële lasten die jaerlijx vande verhuerde goederen moeten betaelt werden.

Op 12 september 1746 werd in Udenhout ex Berckel gedoopt een zoon Marten en op 25 oktober 1748 in Oisterwijk een dochter Catharina. De laatste zal al snel na de doop overleden zijn: op 30 oktober van hetzelfde jaar werd in Oisterwijk een kind van Thomas begraven. In april 1749 stierf ook zijn tweede vrouw, Huberdina Schoenmakers; zij werd op de 29ste van die maand in Oisterwijk ten grave gedragen.

Op 6 januari 1751 verschenen voor notaris Anthonij Glaviman in Oisterwijk
den eersamen Thomas de Bruijn, laest weduwenaar van Huijberdina Schoenmakers, wonende onder dese dingbank tot Berkel, ter eenre ende Jenneken Dilles Heijms, meerderjarige jongedogter, geassisteert met mij notaris, woonende alhier, ter andere zijde,
die voor hem huwelijkse voorwaarden maakten. Hierin werd bepaald
dat sy conthoralen tot onderstant van dit hun huwelijck sullen in- en aenbrengen alle sodanige goederen waer van sij de meesterschap zijn hebbende, en verders dat de drie voorkinderen vanden bruijgom verweckt aende voornoemde Huijberdina Schoenmakers voor de erffhaeffelijke goederen in den inventaris bij hem eerste comparant opgeregt begrepen sullen genieten eene somme van twintigh gulden of anders deselve naer haer nemen en dan egael deelen met de kinderen de welke sij onder Godes zegen staende huwelijck sullen komen te conquesteren als die haer van weersijden souden mogen komen aen te versterven, sonder onderscheit hooft voor hooft in alsulken schijn of het kinderen waren van een en den selven bedde voortgekomen ende geprocreert. Ende ingeval sy comparanten geen kinderen quaemen te verwecken is bedongen dat de goederen van den bruijdegom en die van sijne zijde aenkomen alleen sullen sijn en blijven aen zijne drie voorgemelde voorkinderen en het kind bij hem in eersten huwelijck verweckt aen Maria van Roesel met de helft der goederen die de bruijd staend hun huwelijck van hare zijde mogten komen aen te sterven, waer van de andere helft zal komen aende naesten vrienden van de bruijd.

Hieruit blijkt dat Thomas enig onroerend goed bezat. Kort hierna, op 17 januari 1751 trad hij in Haaren voor de derde keer in het huwelijk, met Jenneke Dielis Heijms. Uit dit huwelijk werden nog negen kinderen geboren, onder wie mijn voorvader Hendrik de Bruijn. Zij werden zowel in Oisterwijk als in Udenhout gedoopt. Het echtpaar bleef in Berkel wonen. Toen de jongste, Gertrudis, op 11 augustus 1772 gedoopt werd, was Thomas bijna 62 jaar oud.

Al in 1762 trouwde het eerste van zijn kinderen, de oudste Maria – er waren er twee, de ene gedoopt op 6 juli 1741 en de andere op 23 juli 1752. Op 9 mei van dat jaar trad de eerstgenoemde in Oisterwijk in het huwelijk met Peter Willem Jacobs, weduwnaar van Geertrui Jan Swarts.

In 1768 erfde Thomas van zijn tante en doophefster Elizabeth van Beurden (RAT, Not. Oisterwijk 97, f. 46) en op 5 februari 1773 verkocht hij aan Adriaan Hendrik Bertens akkerland, genaamd den Moolen acker in Udenhout bij de Kreitenmolen (RAT, R. Oisterwijk f. 10v.-11).

Thomas overleefde ook zijn derde vrouw, Jenneke Heijms, die op 27 mei 1775 in Oisterwijk werd begraven. Op 14 november van hetzelfde jaar werd de erfenis van zijn tante Elizabeth van Beurden verder verdeeld en werd hem nog een stuk akkerland in Udenhout bij de Kreitenmolen, genaamd de Koeijweij, toebedeeld, waarvoor hij overigens aan enkele mede-erfgenamen nog 20 gulden moest betalen (RAT, R. Oisterwijk 494, f. 3v.-5). De erfgenamen verkochten hem ook nog voor 168 gulden een broekveld in Udenhout bij de Brandse steeg. Hiertegenover zal hij nog meegedeeld hebben in de opbrengst van de andere verkochte goederen.

Begin 1777 trouwde Thomas’ zoon Cornelis in Hilvarenbeek met de Rielse Wilhelmina Peters en aan het eind van hetzelfde jaar zijn zoon Hubert in Oisterwijk met de uit Oisterwijk afkomstige Maria Antonie Scheffers. Hubert is vóór Thomas overleden en liet een dochter Johanna na. Haar moeder hertrouwde in 1780 met Antonie Wisselaers uit Tilburg. In 1778 trouwde zoon Jan in Helvoirt met Maria Hendrik Pullens.

Op 16 februari 1779 verklaarde Thomas schuldig te zijn aan Jan Jans van Roessel, de som van 50 gulden. Misschien was hij toen al ziek, want op 9 juli van dat jaar benoemde hij tot voogden over zijn nog onmondige kinderen Adriaan Jans van den Beijgaart uit Berkel en zijn nog ongehuwde zoon Marten de Bruijn (RAT, Not Oisterwijk 89, f. 50). Op 16 juli 1779 werd Thomas in Oisterwijk begraven.

Op 4 december van hetzelfde jaar verkochten zijn erfgenamen, dit wil zeggen elf nog levende kinderen, en Johanna dochter van zijn inmiddels overleden zoon Huibert:
    aan Adriaan Hendrik Bertens het hiervóór genoemde akkerland de Koeijweij (3½ lopen) voor 384 gulden;
    aan Andries Cornelis van den Bosch twee naast elkaar gelegen broekvelden bij de Brandse steeg, het ene (1½ lopen) voor 92 en het andere (1½ lopen) voor 66 gulden.
Dat lijkt het hele bezit aan onroerend goed te zijn geweest.

Opmerkelijk is het grote aantal kinderen dat volwassen is geworden. Dit wijst op goede voeding en in zijn algemeenheid een gezond leefklimaat, en dit terwijl de inkomsten van Thomas als pachtboer met een beetje eigen grond niet royaal zullen zijn geweest.

Terug naar de stamreeks

© 2015 C.J.C. Broer en M.W.J. de Bruijn. - Gepubliceerd 28 juli 2015; laatst bewerkt 13 september 2015.