Panorama Goirke
Startpagina | Inhoudsopgave | Lezingen | Uitgaven | Vrijwaring | Contact

op het web alleen op deze webstek
(om alleen op deze pagina te zoeken druk op Ctrl-F)
Terug naar de stamreeks

Bronnen
De gegevens uit de doop-, trouw- en begraafregisters worden niet gespecificeerd.
Voor de hier gebruikte afkortingen zie ook de webpagina Stamreeks Van Heyst-De Bruijn.
Regionaal Archief Tilburg [RAT], Rechterlijk archief Tilburg [R.], nr. 297 oud, f. 13-15v. (26.5.1551); f. 24 (29.8.1551); R. 301, f. 28-28v. (13.12.1555); R. 617bis, f. 46 (17.10.1580); R., civiele processtukken 1197; R. 337, f. 40v.-42 (18.10.1591); R. 350, f. 147-149v. (30.8.1618);
RAT, Oud administratief archief Tilburg [Oud adm. arch.] 309 (1569; Loven); 212 (1575; Loven); 212a (1580; Loven); 212b (1583; Loven); 212c (1588; Loven); 212d (1590; Loven); 212 (1595; Loven); 316 (na24.6.1600); 214 (1601-1603; Loven); 216 (1604; Loven); 215 (1607; Loven).

Literatuur
Een overzicht over Tilburg van het midden van de vijftiende tot het eind van de achttiende eeuw met literatuuropgave biedt M.W.J. de Bruijn, ‘Groeien tegen de verdrukking in 1450-1780’, in: C. Gorisse (hoofdred.), Tilburg stad met een levend verleden
(Tilburg 2001) 95-187.
Peter Pauwels Cornelis Hermans

Peter Pauwels Cornelis Hermans heeft voor die tijd een lang leven gehad: hij moet omstreeks 1530 geboren zijn en overleed pas op 17 juli 1618 in Tilburg. Hij heeft het eerste deel van de Tachtigjarige Oorlog meegemaakt, die voor een flink deel op het platteland van Brabant werd uitgevochten en beschouwd moet worden als een grote ramp.

Het eerste deel van Pauwels’ leven had echter plaats tijdens de regering van keizer Karel V, in een periode van vrede en zelfs van enige voorspoed, al moet die voor de boeren niet overdreven worden. Bovendien had in die tijd een wrede vervolging van andersdenkenden plaats. In hoeverre mijn familie daarvan het slachtoffer is geweest valt niet na te gaan. Waarschijnlijk zijn zij binnen de door de overheid opgelegde kaders van het roomse geloof gebleven.

Peter is vóór 13 december 1555 getrouwd met de Tilburgse Adriana Marten Antonis Willem Zegers. Ondanks de vier genoemde vaderlijke voorouders ben ik nagenoeg niets over haar voorgeslacht te weten gekomen. Zeker is dat Adriana erfgoed heeft nagelaten, en wel in de herdgang Loven in het oosten van Tilburg, zoals blijkt uit de erfdeling die na haar overlijden in 1591 heeft plaatsgehad.

Maar laten we eerst maar eens de gegevens van en over Peter tot aan dat jaar onder de loep nemen.

Bij het overlijden van Peters vader in 1550 of 1551 was Peter al volwassen. Bij de deling van zijn vaders erfgoederen vormde hij een ‘lot’ of ‘kavel’ met zijn eveneens volwassen broer Joost en zijn zuster Adriana, gehuwd met Cornelis Cornelis Peter Mutsaerts (zie de vorige generatie). Tot die kavel behoorde een huis met toebehoren, geheten doude stede, in Tilburg aan de Heikant byden dreyboem en een stuk erf aldaar, tot land ende heyde liggende (RAT, R. 297, f. 13-15v.). Maar op 29 augustus van hetzelfde jaar verkochten Peter en Cornelis Mutsaers als man van Adriana hun deel in die kavel aan hun broer en zwager Joost Pauwels Cornelissen Hermans (R. 297, f. 24v.). Joost beloofde aan Peter een jaarlijkse en erfelijke cijns van 5½ karolusgulden en 1¾ stuiver. Peter verkreeg dus in plaats van vastgoed een jaarlijks bedrag. Omdat folium 25 in het betreffende schepenprotocol ontbreekt, weten we niet uit welk goed dit bedrag betaald werd.

Op 13 december 1555 verkreeg Peter het vruchtgebruik van 3 karolusgulden en 14½ stuiver van zijn schoonvader Marten Antonis Willem Zegers. Marten had die cijns verkregen uit de erfenis van zijn vader Antonis Willem Zegers en zijn moeder Heilwig. Hij was gevestigd op een huis en toebehoren en een stuk erf, tot zaailand, weide en heide liggende, in Tilburg in de Rauwbraken in het noordoosten van de Heikant. Peter verkocht die cijns daarop aan Jan de Jonge, zoon van Adriaan Gerit Mijsz. (R. 301, f. 28-28v.).

De vraag of Peter zelf vastgoed bezat vinden we beantwoord dankzij de hertog van Alva. Onderdeel van zijn schrikbewind was de eenmalige heffing in 1569 van de honderdste penning, dus 1%, van al het onroerend goed in de Spaanse Nederlanden. In het kohier van deze belasting (RAT, Oud adm. arch. 309) vinden we op f. 130v.:
Peeter Pauwels Cornelissen besit als eijghenaer een huijsken met eenen quaeden scuerken, metten erve tot hoff ende weye vier lopenssaet groot zynde, geleghen tot Looven, gheeestimeert elck loopenssaet op X stuyvers, maeckt      II Karolus gulden.
Besit alnoch dezelve III loopenssaet zaeylandts, waer aff deen helft int Sonder loct ende dander helft in Loovenacker is geleghen, elck loopenssaet deen deur dander gheestimeert op drie loopen roggen, maect negen loopen, facit in gelde      XXXIII stuyvers III oirt.
Deselve besit alnoch anderhalff loopenssaet weyen, geleghen aldaer over die straet, geestimeert dloopenssaet op X stuyvers, maeckt      XV stuyvers.
Ende hier toe besit de selve alnoch een loopenssaet beempden, gelegen tot Looven, geestimeert op X stuyvers, beloopt tsaemen      III Karolus gulden XVIII stuyvers III oirt,
compt voorden hondertsten penninck            XXI st. III oirt.

Een ‘lopenzaad’ of ‘lopense’ was ongeveer 1/6 hectare. Het ging dus om relatief kleine stukjes land. Opvallend is dat de grondstukken in de Stokhasselt en de Heikant, in het bezit van de oudere generaties, aanmerkelijk groter waren dan die op Loven. Naar mijn idee duidt dit erop dat het op Loven om ouder cultuurgebied ging dan in het noorden van Tilburg. Daar duiden toponiemen met de bestanddelen ‘hei’, ‘brem’ en dergelijke, maar ook de gemeint als belending, erop dat hier op veel plaatsen sprake was van ontginning.

Peter heeft dus – wat al enigszins uit het voorgaande viel af te leiden – geen erfgoed van zijn ouders in de herdgang de Heikant verkregen, maar bezat in 1569 al wel enig bescheiden vastgoed in het zuidoosten van Tilburg, in de herdgang Loven. Waarschijnlijk was dat althans voor een deel afkomstig van zijn vrouw Anna Cornelis Hendrik Gerit Smolders, wier familie, net als die van zijn moeder Adriana Marten Antonis Willem Zegers, op Loven gegoed was. Gezien de aanduiding een huijsken met eenen quaeden scuerken – moeiteloos in algemeen beschaafd Tilburgs te vertalen met ’n höske meej ’n kaoi schuurke – en de geringe hoeveelheid zaailand, weide en hooiland, kan men zich afvragen of hij hiermee kon boeren. Mogelijk hebben hij en zijn gezin ook pachtgoed of andere bronnen van inkomsten, bijvoorbeeld in de lakennijverheid, gehad.

In de ‘kommerboeken’, de lokale belastingkohieren, bewaard vanaf 1575 (RAT, Oud adm. arch. Tilburg, 212-216), die ik heb nagetrokken, komen we Peter Pauwels Nelen steeds tegen onder de herdgang Loven. Hij was toen steeds ‘gezet’, dit wil zeggen getaxeerd, op tussen de 11½ en 18 stuivers. Dit betekende dat ieder jaar door de ‘collecteurs’ zoveel keer dat bedrag werd opgehaald als nodig was. En dat kon in oorlogstijd gigantisch oplopen. Wanneer de benodigde bedragen echt niet meer uit de bevolking geperst konden worden, werd er door het dorpsbestuur ook geld geleend, wat de toch al bestaande schulden en de daarmee gepaard gaande renten alleen nog maar verder deed stijgen. In de jaren tachtig en negentig van de zestiende eeuw bedroegen de jaarlijkse uitgaven van het dorp Tilburg een enkele keer meer dan 60.000 gulden op een bevolking van nog geen 5000 mensen, meer dan tien keer zo veel als doorgaans in vredestijd. Brabant is in die tijd dan ook gigantisch verarmd.

Op 17 oktober 1580 verscheen Peters vrouw Adriana met enkele andere personen voor de schepenen om op verzoek Willem Willems Verschueren getuigenis af te leggen over het overlijden van Bartholomeus Jan Geritsz. op 16 augustus 1580. Deze had de dag tevoren, op Maria Hemelvaart dus, op zijn ziekbed het Heilig Sacrament ontvangen van Dirk Laurensz., de vicecureyt (onderpastoor) van Tilburg. Adriana heette toen veertig jaar oud te zijn (R. 617bis, f. 46). In werkelijkheid zal zij wel wat ouder geweest zijn. Ik heb al verschillende keren kunnen vaststellen dat mannen zich vaak ouder voordeden dan ze waren en vrouwen vaak jonger.

Mogelijk in verband met de heersende schaarste ten gevolge van de oorlogssituatie werd Peter in 1586 met een aantal andere Tilburgers beboet voor het ongeoorloofd maaien van hei (R. Tilburg 1197; civiele processtukken).

Adriana zelf overleed in 1591 en liet tien toen nog levende kinderen na, waarvan er vijf nog ‘onmondig’, dus niet volwassen, waren. Op 18 oktober maakten deze kinderen met hun vader Peter een erfdeling van de door haar nagelaten goederen (R. Tilburg 337, f. 40v.-42). Hieruit blijkt dat het bezit aan vastgoed in de afgelopen decennia aanzienlijk vermeerderd was.

Aan de weduwnaar vielen in vruchtgebruik ten deel:
– een huys, hoff metten affhanck aen den turffschop ende derffenisse dairaen liggende, V½ lopensaet oft dairomtrent begrijpende, nochtans alsoo groot ende cleyn als tselve gelegen ende affgepaelt is binnen der prochie van Tilborch ter plaetsen geheyten Loven, aldair tusschen erffenisse sijnen vijff jongste kynderen hiertegens ten deele gevallen deen zijde ende tusschen erffenisse Peeters Cornelis Vendicx dander zijde, streckende vanden gemeynen ackerwech totter gemeynder strate;
– noch een stuck saylants geheyten tVlierstuck, twee lopensaet oft dairomtrent begrijpende, gelegen binnen der prochie ende plaetse voirscreven, aldair tusschen erffenisse Barbara weduwe Jans van Bardt deen zijde ende oyck deen eynde ende tusschen erffenisse Goyart Jan Goyart Smitten dander zijde, hodende metten anderen eynde aen de gemeyn heirbane;
– noch een stuck saylants geheyten den Byster, twee lopensaet oft dairomtrent begrijpende, nochtans alsoo groot etcetera, prochie ende plaetse voirscreven, aldair tusschen erffenisse Adriaen Laureys Colen deen zijde ende tusschen erffenisse Cornelis Peeter Vendicx dander zijde, streckende van der erffenisse Adriaen ende Cornelis voirscreven totter gemeynder straten;
– noch die helft ombedeylt in een stuck saylants geheyten den Leegenacker, in tgeheel II lopensaet ende VI½ royen begrypende, gelegen binnen der prochie ende plaetse voirscreven in tSonderlock, aldair tusschen erffenisse Willem Claes Henricx Verhoeven deen zijde ende tusschen erffenisse Cornelis Peeter Vendicx dander zijde, streckende van der erffenisse der kynderen Adriaen Willemssen Verlynden totten gemeynen ackerwech aldair;
– noch die helft bedeylt in een stuck erffs tot weye liggende, deselve helft II½ lopensaet oft dairomtrent begrijpende, nochtans alsoo groot ende cleyn als deselve gelegen is binnen der prochie ende plaetse ierstgescreven, aldair tusschen erffenisse sijnen vijff jongste kynderen ten deele gevallen deen zijde ende tusschen erffenisse Jan Cornelis Brocken dander zijde, streckende van der erffenisse Jan Pauwels Verhoeven totter erffenisse Cornelis Henrick Smolders, die dese erffenisse behoirlycken gehouden is te weghen volgende den bestheede (?) (besthecke?) dairaff sijnde;
– ende noch een stuck beempden, II½ lopensaet oft dairomtrent begrijpende, gelegen binnen der prochie voirscreven ter plaetsen geheyten aen de Broickzijde, aldair tusschen erffenisse des Heyligeest van Tilborch deen zijde ende tusschen erffenise Dirck Willemssen de Bye dander zijde, streckende van der erffenisse Dirck voirscreven totten loopenden stroom geheyten de Leye.
Zoals uit de andere gegevens blijkt, was met de genoemde akkerweg de huidige Pelgrimsweg bedoeld, met de gemene straat, de ‘heerbaan’, dit wil zeggen de Oisterwijksebaan. Ook de andere genoemde goederen lagen daar in de buurt, in de herdgang Loven.

Uit deze goederen moesten verschillende lasten worden betaald:
– 13 lopen rogge uit een pacht van 26 lopen rogge aan het klooster van Coudewater bij ’s-Hertogenbosch;
– aan de rector van het Onze-Lievevrouwealtaar, aan de provisoren van de Tafel van de Heilige Geest (de armenzorg) en aan de dekens van het Sint-Barbara-altaar, alle in Tilburg, samen 9 ½ lopen rogge per jaar.

Aan Willem Willems Verschueren als man van Marij en zijn zwager Thomas Peter Pauwels vielen ten deel:
– een stuck saylants, twee lopensaet min X½ royen oft dairomtrent begrypende, nochtans alsoo groot ende cleijn als tselve gelegen is binnen der prochie van Tilborch ter plaetsen geheyten Loven inde Houdtsche straet, aldair tusschen erffenisse Jan Pauwels Verhoeven deen zyde ende tusschen erffenisse Henrick Jan Vendicx dander zyde, streckende vander erffenisse Niclaes Peeter Vrancken met synen kynderen totter gemeynder straten aldair;
– ende noch hen aendeel, te weten (opengelaten) royen oft dairomtrent in een stuck weyen met Pauwelsen, Servasen ende Niclasen hen te deele gevallen tsamen voer vyff portien, een lopensaet ende XIIII½ royen oft dairomtrent begrypende, gelegen binnen der prochie ende plaetse voirscreven, aldair tusschen erffenisse Cornelis Henrick Smolders deen zyde ende tusschen erffenisse der vyff jongste kynderen Peeter Pauwels hier tegens gedeylt dander zyde, streckende vander erffenisse Cornelis voirscreven totter erffenisse Jan Pauwels Verhoeven.
Dit deel werd dezelfde dag verkocht en overgegeven aan Nicolaas Huibert Goiart Smitten.

Aan Servaas Anthonis Mattheus Wouters en Nicolaas Huibert Goiart Smitten als man van respectievelijk Aleid en Heilwig, dochters van Peter en Adriana, vielen ten deel:
– een stuck saylants geheyten Jan Colen landt, twee lopensaet ende IX½ royen oft dairomtrent begrypende, nochtans etcetera Tilborch ter plaetsen geheyten in Loven acker, aldair tusschen erffenisse Cornelis Cornelis Henricx zoen deen zyde ende tusschen erffenisse Marten Peeter Vrancken dander zyde, streckende vander erffenisse Sebastianen Goyaert Smitten totter erffenisse der kynderen Symon Goyaertssen vanden Broick, dair den schauw waterlaet tusschen beyde is loopende;
– ende noch hen aendeel, te weeten (opengelaten) royen oft dairomtrent in een stuck weyen met Pauwelsen, Willemen ende Thomasen hen te deele gevallen, tsamen voor vyff portien, een lopensaet ende XIIII½ royen etcetera.

Aan Pauwels (mijn voorvader; zie de volgende generatie) vielen ten deel:
– die helft in een stuck saylants geheyten den Legenacker, int geheel twee lopensaet ende VI½ royen oft dairomtrent begrypende, nochtans alsoo groot ende cleyn als den selven gelegen is binnen der prochie van Tilborch ter plaetsen geheyten int Sonderlock, aldair tusschen erffenisse Willem Claes Henricx Verhoeven met synen kynderen deen zyde ende tusschen erffenisse Cornelis Peeter Vendicx dander zyde, streckende vander erffenisse der kynderen Adriaens Willemssen Verlynden totten gemeynen ackerwech aldair;
– ende noch syn aendeel, te weeten thien royen in een stuck weyen, tsamen een lopensaet ende XIIII½ royen oft dairomtrent etcetera, gelegen binnen der prochie van Tilborch ter plaetsen geheyten Loven, aldair tusschen erffenisse Cornelis Henrick Smolders etcetera.

De onmondige kinderen Marten, Jan, Hendrikske, Cornelia en Jenneke kregen toebedeeld:
een schuer, turffschop sonder den affhanck, metter erffenisse dairaen liggende, vijff lopensaet ende XIIII½ royen oft’ dairomtrent begrypende, gelegen binnen der prochie van Tilborch ter plaetsen geheyten Loven, aldair tusschen erffenisse der onmundige kynderen vader ten tochtrichte ten dele gevallen deen zyde, streckende vanden gemeynen ackerwech tot voor opde gemeyne strate, ut dicebant, op welcke schure, turffschop ende erffenisse vooirgescreven ende noch een lopensaet bedeylt vuyt eenen stuck weyen, gelegen binnen der prochie ende plaetse voirscreven, aldair tusschen erffenisse hennen vader hiertegens ten dele gevallen deen zyde ende die vyff oudtste kynderen Peeter Pauwels Cornelis dander zyde, streckende vander erffenisse Jan Pauwels Verhoeven totter erffenisse Cornelis Henrick Smolders, dairover dese weije behoirlycken int geheel werdet geweeght ende gesteeght.
Last: de helft van 26 lopen rogge aan het klooster van Coudewater bij ’s-Hertogenbosch.

Opmerkelijk is dat in het kommerregister van 1595 de vader en alle tien kinderen bij elkaar opgesomd staan onder de herdgang Loven (RAT, Oud adm. arch. 212):
Peter Pauwels Nelen            IIII st.
Thomas de soon                   II oirt
Marten de bruer                    II oirt
Pauwels de bruer                  II oirt
Jan de bruer                          II oirt
Marije de suster                    II oirt
Heylken de suster                 II oirt
Aleydt de suster                    II oirt
Henricxken de suster            II oirt
Cornelia de suster                 II oirt
Jenneken de suster               II oirt
ende tgebruyck der hoeffve  IIII½ st.
Het ‘gezette’ bedrag bedroeg zo in totaal voor de vader en de kinderen 13½ stuiver.

In 1600 was Peter in het bezit van een vierstede, terwijl eenen oven en een ploech waren doorgehaald. Dit bezit werd getaxeerd op 2 gulden en 10 stuivers (RAT, Oud adm. arch. 316).

Tussen 1601 en 1603 werden hij en al zijn tien kinderen nog steeds bij elkaar opgesomd, Peter voor 4 stuivers en ieder kind voor 2 oort (½ stuiver) (Oud adm. arch. 214).

In een belastinglegger uit 1604 (Oud adm. arch. 216) vinden we weer een taxatie van zijn vastgoed:
Peeter Pauwels Nelen saylant is metter mate groot bevonden elff loopensaet ende twee royen, getauxeert op    XI gl.
De weyen syn metter mate groot bevonden vier loopensaet vyventwintich royen, getauxeert op                     IIII gl. X st.
Van synen beemdt                        X st.

Al met al was dit zeer bescheiden.

In 1607 vinden we in het kommerregister (Oud adm. arch. 215) na de naam van Peter nog slechts drie van zijn kinderen: Pauwels, Jan en Cornelia. Voor Pauwels zie de volgende generatie; Jan was gezet op 3 oort (¾ stuiver) en Cornelia op 2 oort (½ stuiver).

In april 1609 stierf Peters zoon Pauwels, eveneens mijn voorvader (zie de volgende generatie). Bij de afhandeling van zijn nalatenschap had er ook nog een verdere deling plaats van de vaste goederen die hij en de andere kinderen van hun moeder Adriana Marten Antonissen hadden geërfd. Hieruit blijkt dat het vijfde lot van de deling van 18 oktober 1591, toebedeeld aan de nog onmondige kinderen – Marten, Jan, Hendrikske, Cornelia en Jenneke – nog onverdeeld was gebleven.

Van zijn aandeel in dit vijfde lot – te weten het vijfde deel van een stuk erf, gedeeltelijk land en gedeeltelijk wei, en het vijfde deel van een stuk wei (zie hieronder) – had Cornelis Aart Corsten, gehuwd met Hendrikske Pauwels Cornelissen, op 10 april 1595 afstand gedaan ten behoeve van zijn zwager Peter (R. 341, f. 17-18v.) en op 17 mei 1600 had Marten Peter Pauwels Cornelissen zijn tiende deel in de erfelijke goederen van hun moeder Adriana overgedragen aan zijn broer Pauwels (R. 346, f. 39 van 1600).

Voor de verdere deling van hun aandeel moesten op of kort na 11 mei 1609 voor de Tilburgse schepenen verschijnen (R. 347, f. 318v.-321):
Jan Peter Pauwelsen, voor zichzelf en vuyt crachte ende opdrachte van versterve door Jan Peter Gerit Beykens als man van Jenneke Peter Pauwelsen;
  Adriaan Cornelis Hendriks met Jan Cornelis Hendrik Gerit Smolders als voogden over Cornelis, Jan, Adriana en Marie, kinderen van wijlen Pauwels Peters en van Anna Cornelis Hendrik Smolders;
  Jan Cornelis Brocken en Cornelis Peter Vennicx als naaste buren voor Cornelia Peter Pauwels.

Voorafgaande aan de deling was er op dezelfde datum al een akte verleden waarbij de man van Cornelia, Jacob Adriaan Jacob van Aalst afstand had gedaan van alle goederen die aan Cornelia ten deel zouden vallen en kreeg zij het recht daarmee te doen wat ze wilde (R. 347, f. 318v.). De reden daarvan was de voorschreven Jacob seyde deselve syne huysvrouwe voor de verseeckeringhe desselffs houwelycx door eenen anderen benoidet geweest te hebbene van eenen kynde, dwelck daernaer by haer ter weerelt gebrocht ende alnoch inne levende lyve is, wesende een dochter oudt alsnu seven jaren, waeromme tusschen de voirschreven houwelycxlieden alsulcken twist ende tweedrachte is gecomen dat deselve met malcanderen egeen huys en syn houdende, hoewel nochtands omme ’t selve te doene veele ende diversche persoonen gediligenteert hebben, ende want er qualyck middel noch ter tyt is omme dese saecke te accorderen, ten ware deselve Cornelia haer en begeerde t’ontlasten van den kynde vooregeschreven, ende dat van de erffelycke goeden vanweghen der bovengenoemde Adriana, moeder der voorschreven Cornelia, d’andere kynderen ende erffgenamen nijettegenstaende den voorschreven twiste begeerden aen te gaen behoirlycke deylinge, daerinne de voorschreven Jacob in der voorschreven qualiteyt mede is gerechticht - - - enzovoorts.
Zie over Cornelia M.W.J. de Bruijn, ‘Een geëmancipeerde vrouw uit de zeventiende eeuw’, Actum Tillburgis, tijdschrift van de Heemkundekring Tilborch 6 (1975) 117-123, en inmiddels ook de webpagina Cornelia Peter Pauwels Cornelissen).

Het is echter de vraag of de genoemden verschenen zijn. De betreffende akte is niet afgemaakt en bevat een aantal onvolkomenheden.

Behalve van de goederen van Adriana zou er op 11 mei 1609 ook een deling worden gemaakt van enkele goederen die hun aangekomen waren van Aart Corsten van Gilze, hun aangetrouwde oom. Zijn zoon Cornelis was getrouwd geweest met Hendrikske Peter Pauwels Cornelissen.

Dit is merkwaardig, omdat uit het huwelijk van Cornelis en Hendrikske twee kinderen zijn geboren, Jan en Huibert, die overigens in 1618 nog onmondig waren (zie R. 350, f. 147-149v.).

Volgens de genoemde conceptakte stonden Jan Peter Pauwels Cornelissen en de voogden over de onmondige kinderen van zijn broer Pauwels verder toe dat Cornelia Peter Pauwels Cornelissen, gehuwd met Jacob Adriaan Jacob van Aalst, zou hebben hare optie ende coeus daer zij hare portie zal willen verkiesen.

Aan Jan moesten vervolgens worden toebedeeld:
– een stuck erven tot saylant ende weye liggende, twee loopensaet ende vier royen metter mate begrijpende, geleghen binnen der parochie van Tilborch ter plaetschen geheyten Looven, aldaer tusschen erffenisse der weduwe metten kynderen Pauwels Peeter Pauwelssen voorschreven, hiertegens affgedeylt, deen zijde ende tusschen erffenisse Cornelia huysvrouwe Jacob Adriaenssen van Aelst, hiertegens oock affgedeylt dander zijde, streckende van eenen gemeynen wech geheyten den Pelgerwech totter gemeynder strate;
– ende noch een stuck erffven tot weye liggende, twintich royen metter mate begrijpende, gelegen binnen der parochie ende plaetsche voorschreven aen dander zijde over der strate, aldaer tusschen erffenisse der huysvrouwe Jacobs voorschreven deen zijde ende tusschen erffenisse der weduwe metten kynderen Pauwels Peeter Pauwels voorschreven, hiertegens affgedeylt, dander zijde, streckende vander erffenisse der weduwe Cornelis Willem Hendrick Smolders totter erffenisse Jan Pauwels Verhoeven.
Uit het eerste stuk moest betaald worden een vijfde deel in 13 lopen rogge onlosbaar per jaar aan het klooster van Coudewater bij ’s-Hertogenbosch en moest de schouw van de waterlaat aan het einde van de wei worden onderhouden.

Aan de weduwe van Pauwels en haar kinderen moesten worden toebedeeld:
– een stuck erffven tot saylandt ende weye liggende, twee loopensaet ende vier royen metter mate begrijpende, gelegen binnen der parochie ende plaetsche voorschreven, aldaer tusschen erffenisse Cornelis Peeter Vennicx deen zijde ende tusschen erffenisse Jan Peeter Pauwels, hiertegens affgedeylt, dander zijde, streckende vanden gemeynen wech geheyten den Pelgromwech voorschreven totter gemeynder strate;
– ende noch (een) stuck erffven tot weye liggende, een loopensaet ende twintich royen metter mate begrypende, gelegen binnen der parochie ende plaetsche voorschreven aen dander zijde over der strate, aldaer tusschen erffenisse Jan Peeter Pauwels deen zijde, hiertegens gedeylt, deen zijde, ende tusschen erffenisse der weduwe Cornelis Willem Hendrick Smolders dander zijde streckende ende oock deen eynde, hoodende metten anderen eynde aender erffenisse der weduwe Jan Pauwels verschreven.
Hieruit moest jaarlijks worden betaald tweevijfde deel in 13 lopen rogge aan Coudewater en moest de schouw aan het einde van de wei worden onderhouden.

Aan Cornelia Peter Pauwels Cornelissen hadden moeten worden toebedeeld:
– den timmer vander schuere staende opten gronde toecomende Peeter Martens [a], haren sweer, die zij terstont op haer erve sal moeten wijnen ende stellen;
– een stuck erffven tot saylandt ende weye aen malcanderen liggende, een lopensaet ende twee royen metter mate begrijpende, gelegen binnen der parochie ende plaetsche voorschreven, aldaer tusschen erffenisse Jan Peeter Pauwels, derselver Cornelia broeder, hiertegens affgedeylt, deen zijde ende tusschen erffenisse Peeter Pauwels, haeren vader, dwelck hij ten rechte van tochte is besittende dander zijde, streckende vanden gemeynen wech genoemdt den Pelgromwech totter gemeynder strate;
– ende noch een stuck erffven tot weye liggende, thien royen metter mate begrijpende, gelegen binnen der parochie ende plaetsche voorschreven aen dander zijde over de strate, aldaer tusschen erffenisse Peeter Pauwels voorschreven deen zijde ende tusschen erffenisse Jans haars broeders, hiertegens affgedeylt, dander zijde, streckende vander erffenisse der weduwe Cornelis Hendrick Geridt Smolders totter erffenisse Jan Pauwels Verhoeven weduwe.
[a]
Met de genoemde Peter Martens zal bedoeld zijn Cornelia’s oom van moederskant Peter Marten Antonis Willem Zegers.

In de voorgenomen, niet afgewerkte deling van 1609 vind ik een zekere bevestiging van mijn vermoeden dat er door het voortbestaan van de gedeeltelijk ongedeeld gebleven boedel van Adriana Marten Antonis Willem Zegers sprake was van een soort grootfamilieverband. Dit zou ook het feit kunnen verklaren dat in de belastingregisters haar weduwnaar Peter Pauwels Nelen samen met al zijn kinderen bijeen wordt vermeld. Nog, jaren later, in 1626, vinden we nog steeds als post onder de herdgang Loven (RAT, Oud adm. arch. Tilburg 265:
De drye kynderen Peeter Pauwels Nelen   III oirt
Cornelia de suster                                       I st.
De weduwe Pauwels Peer Pauwels            IIII st.

Het is niet duidelijk wie met die drie kinderen zullen zijn bedoeld. Van zoon Marten heb ik nog geen huwelijkspartner gevonden Hij had in 1600 afstand gedaan van zijn erfdeel ten behoeve van zijn broer Pauwels (zie hierboven). Verder zullen er enkele weduwen mee bedoeld zijn. In 1628 wordt Jenneken Jan Cornelis Brock met de gebruyckers … Ancems de Leuw vermeld (Oud adm. arch. Tilburg 267). Jenneke was de weduwe van Peters zoon Jan.

Hun woonomgeving op Loven, in het oostelijk deel van Tilburg, is aan de hand van de situering van hun goederen nog goed aan de hand van tegenwoordige wijk- en straatnamen te bepalen: de Lovensestraat, de Pelgrimsweg en ongeveer parallel ten zuiden daarvan de heerbaan (= Oisterwijkse Baan), verder de Broekstraat en in het zuiden nog dicht bij het riviertje de Leij de Kommerstraat. Ik aarzel of met de genoemde Byster en de Houdtsche straet de tegenwoordige Besterd en Houtstraat zijn bedoeld. Deze liggen ten noordwesten van de herdgang Loven, terwijl de genoemde toponiemen op Loven zelf worden gesitueerd.

Peter Pauwels Cornelissen Hermans stierf, voor die tijd hoogbejaard, in Tilburg op 17 juli 1618; op 23 september van dat jaar wordt hij in het overlijdensregister ook vermeld voor het zondagsgebed.

Zijn goederen werden al op 30 augustus 1618 gedeeld (RAT, Tilburg 350, f. 147-149 v.). Verschillende van zijn kinderen waren inmiddels al overleden, waardoor hun kinderen, dus kleinkinderen van Peter, erfgenaam waren geworden. Hier volgt een kort overzicht van de erfgenamen.

Nog in leven waren Peters kinderen Marten, Jan, Cornelia en Jenneke, die gehuwd was met Jan Gerit Beykens.

Overleden was inmiddels, zoals hiervóór al is uiteengezet, in de eerste plaats mijn voorvader Pauwels – hij was in april 1609 in Tilburg begraven – gehuwd met mijn voormoeder Anna Cornelis Hendrik Smolders. Zij was blijven zitten met vier nog onmondige kinderen: Cornelis, Jan, Adriana en Marie (zie de volgende generatie).

Verder was al overleden Heilwig, die gehuwd was geweest met Klaas Huibert Goiart Smitten. Uit dit huwelijk waren zes kinderen in leven gebleven: de nog onmondige kinderen Jan, Sebastiaan, Lucia, Huibertke en Marie, en verder nog een dochter Anna, die inmiddels gehuwd was met Adriaan Somers.

Peters overleden dochter Hendrikske was gehuwd geweest met Cornelis Aartsen (Corsten van Gilze). Er waren twee kinderen: Jan en Huibert, bijnaest mundich.

Peters overleden dochter Marie had als man gehad Willem Willemsen Verschueren. Uit dit huwelijk stamde om te beginnen een dochter Dingna, die gehuwd was met Peter Petersen en in Rotterdam woonde. Er was ook een dochter Liesbet, die gehuwd was geweest met de inmiddels overleden Jan Jan Stevens. Hier waren twee onmondige kinderen: Willem en Jenneke.

Tot slot waren ook Peters dochter Aleid en haar man Servaas Antonis Matteussen overleden. Dit echtpaar had zeven onmondige kinderen nagelaten: Adriaan, Thomas, Peter, Antonia, Mechteld, Wouterke en Lucia.

Voor de deling van 30 augustus 1618 van de erfgoederen van Peter Pauwels Cornelissen verschenen voor de Tilburgse schepenen:
  zijn zoons Marten en Jan;
  zijn dochter Cornelia;
  Jan Gerit Beykens als man van Peters dochter Jenneke;
  Anna, de weduwe van zijn zoon Pauwels (zie de volgende generatie), en de hiervoor genoemde zoon Jan en Jan Cornelis Hendrik Smolders als voogden over de vier onmondige kinderen van Pauwels en Anna;
  Klaas Huibert Goiart Smitten, weduwnaar van zijn dochter Heilwig, voor zichzelf en met Adriaan Cornelis Adriaan Somers als voogden voor de vijf onmondige kinderen van Klaas en Heilwig, en Adriaan Somers als man van Adriana dochter van Klaas en Heilwig;
  de gebroeders Jan en Huibert, zonen van Cornelis Aartsen en van wijlen Hendrikske dochter van Peter (voor deze bijna mondige kinderen trad met toestemming van de schepenen de secretaris van Tilburg als voogd op);
  Dingna dochter van wijlen Willem Willemsen, vrouw van Peter Petersen, wonende in Rotterdam, dochter van Willem en van Marie dochter van Peter, met haar oom Marten, die zich voor Dingna en haar afwezige man sterk maakte;
  Gerit Adriaan Gerit Smolders voor Willem en Jenneke, onmondige kinderen van Jan Jan Stevens, kinderen van Liesbet Willem Willemsen;
  Matteus Antonis Matteussen als voogd over de zeven onmondige kinderen van Servaas Antonis Matteussen en van Aleid dochter van Peter.

De deling vond plaats in twee loten of kavels. In de eerste kavel zaten Marten, Jan Gerit Beykens, de broers Jan en Huibert zonen van Cornelis Aartsen, de kinderen van Servaas Antonis Matteussen en de kinderen en kleinkinderen van Willem Willemsen.

Aan de erfgenamen in dit eerste lot vielen ten deel:
een huys, hoff metten gronde ende erffenisse dairaen liggende onder saylant, weye ende boomgart, vyff lopensaet oft daeromtrent begrypenden, nochtans alsoo groodt ende cleyn als tselve gelegen is binnen der prochie van Tilborch ter plaetschen geheyten Looven, aldair tusschen erffenisse Cornelia dochtere wylen Peter Pauwels Cornelissen, haer te voerens toebehoirende, deen zyde, ende tusschen erffenisse Peeter Peeter Vennix dander zyde, streckende vander gemeynder hairbane tot seeckeren wech geheyten den Pelgrom wech.

In het tweede lot bevond zich om te beginnen Denis Corstiaan Denis Hermansen als man van Peterke dochter van Thomas Peter Pauwels Cornelissen. Maar deze had overmits de mennichfuldicheyt der schulden doir den voirschreven Tomassen, synre huysvrouwe vader, achtergelaten, afstand gedaan van het erfdeel van zijn vrouw afstand gedaan ten behoeve van syn Thomas schuldenaren (hier: crediteuren), ende dat hy Denys dairaff egeen prouffyt oft schade en behoirt te verwachten. Verder zaten in deze kavel Jan en Cornelia kinderen van Peter Pauwels, Nicolaas Huiberts met zijn kinderen, Anna weduwe van Pauwels Peters – in de akte staat abusievelijk Peeter Vrancken – met haar kinderen.

Peters zoon Thomas was al op 19 augustus 1604 in Tilburg overleden. In het overlijdensregister staat achter zijn naam pauper. Hij zal dus ‘van de arme’ begraven zijn. Vanaf 1586 vond ik hem verwikkeld in processen (RAT, R. 107-II, nr. 1203 (16.6.1586; R. 80, f. 15 (15.12.1586); f. 16v. (23.4.1587); f. 28v. (11.10.1594); R. civiele processtukken nr. 1300 (1592); nr. 1557a (1600). In 1592 procedeerde hij over een koe, in 1600 over een stuk laken en verder over het niet betalen van schulden. Een triest geval. In ieder geval heeft zijn enig overgebleven dochter Peterke een echtgenoot gevonden: Denis Corstiaan Denis Hermans. Zijn vader zal een zoon zijn geweest van Corstiaan Denis Hermans, die gehuwd was met Jenneke Laureis Jan Eelkens. Maar ik heb dit niet verder nagetrokken.

Aan de erfgenamen in het tweede lot vielen ten deel:
– een stuck saylants geheyten den Byster, twee loopensaet oft daeromtrent begrypende, nochtans alsoo groodt ende cleyn als tselve gelegen is binnen der prochie ende plaetse voirschreven, aldaer tusschen erffenisse Adriaen Adriaen Goyartssen deen zyde ende tusschen erffenisse Cornelis Peeter Vennix dander zyde ende oock deen eynde, hodende metten anderen eynde aende gemeyne hairbane off strate;
– noch een stuck saylants geheyten den Legenacker, een lopensaet oft daeromtrent begrijpende, nochtans alsoo groodt ende cleyn als tselve gelegen is binnen der prochie ende plaetse voirschreven, aldaer tusschen erffenisse der weduwe metten kynderen Pauwels Peeter Pauwels Cornelissen deen zyde ende tusschen erfffenisse Willem Willemssen Verlynden dander zyde, streckende vanden voirschreven Pelgrom wech totter erffenisse Willems Verlynden voirschreven;
– noch een stuck erffven tot weye leggende, geheyten de Grootte weye, twee loopensaet oft daeromtrent begrypende, nochtans alsoo groodt ende cleyn als tselve gelegen is binnen der prochie ende plaetse voirschreven, aldaer tusschen erffenisse Jan Cornelis Brock deen zijde ende tusschen erffenisse Cornelia dochtere wylen Peeter Pauwels Cornelissen dander zyde, streckende vander erffrenisse Gerit ende Pauwels gebroederen, soonen Cornelis Hendrick Smolders;
– ende hiertoe noch een stuck saylants geheyten het Flierstuck, anderhalff loopensaet oft daeromtrent begrypende, nochtans alsoo groot ende cleyn als tselve gelegen is binnen der prochie voirschreven ter plaetschen geheyten de Commerstraet, aldair tusschen erffenisse der erffgenamen Catarina van Breugel binnen der stadt van tsHertogenbosche deen syde ende tuschen de gemeyne heirbane dander zyde, streckende vander erffenisse der erffgenamen Catarina van Breugel voirschreven totter erffenisse der weduwe metten kynderen Gooyart Jan Goyartssen;

Een beemdje in Tilburg aan de Broekstraat en een stuk beemd in Gilze bij of in de Elsbeemt bleven onverdeeld.

Het beemdje werd in een akte van 5 februari 1619 omschreven als groot II½ lopensaet oft daeromtrent, gelegen binnen der prochie van Tilborch ad locum aende Broeckstrate tuschen erffenisse Denys Dirxssen de Bie deen  syde ende tuschen de erve vanden Heyligen Geest binnen Tilborch dander syde, streckende vander erffenisse des voerschreven Denijs totter Leye. Het werd toen door de erfgenamen overgedragen aan Gerit Adriaan Smolders ten behoeve van Jan Willem Klasen Verhoeven. Als lasten gingen uit dit beemdje jaarlijks:
– 1½ stuiver gewincijns aan jonckheer Griecken tot Berckel;
– 2 lopen rogge aan het Sint-Barbara-altaar in Tilburg;
– 1 loop rogge en 1 stuiver en 2 penningen en 2 stuivers (?) aan het Onze-Lieve-Vrouwealtaar aldaar.
Uitdrukkelijk werd vermeld dat de crediteuren van Thomas Peter Pauwels een tiende gedeelte in dit beemdje toekwam.

Het stuk beemd onder Gilze werd in een akte van 17 oktober 1618 omschreven als: eenen beemdt - - - int geheel drye loopensaet oft dairomtrent begrypende, gelegen onder den lande van Breda inder prochie van Gilze ter plaetschen geheyten den Elsbempt, aldair tusschen erffenisse Denys Dirx zoen de Bie aende oiste syde ende tusschen erffenisse Cornelis Jan Meussen met syne mede erffgenamen de weste zyde, reenende meten noirden eynde aende lantscheydinge ende metten suyden eynde aen erffenisse Adriaen Peeter Jan Dirx. In deze akte machtigden de erfgenamen Jan Cornelis Aartsen, wonende in Breda, om voor schepenen aldaar negen tiende deel van deze beemd, wairaff tontbrekendt tiende gedeelte doir Denys Corstiaen Denys Hermans als man ende momboir Peeterken synre huysvrouwe, dochtere Tomas Peeter Pauwels Cornelissen, mits de mennichfuldige schulden des voirschreven Tomas is gerepudieert ende affgegaen ten prouffyte der crediteuren desselffs Tomas Peeter Pauwelssen, te transporteren aan Peter Marten Peter Vrancken in Tilburg (RAT, Notarieel archief Tilburg 6, f. 31-31v.).

Uit het eerste lot moesten jaarlijks worden betaald:
– 13 lopen rogge aan het klooster van Coudewater in ’s-Hertogenbosch;
– 6½ lopen rogge aan de Heilige Geest in Tilburg.
Uit het tweede lot moesten alle gebuerlycke rechten van waterlaten ende andere onderhouden worden.

Al met al ging het om een bescheiden boedel. Aardig is het op te merken dat er maar weinig goederen waren die niet ook in de erfdeling van de goederen van Peters vrouw op 18 oktober 1591 en de voorgenomen voortgezette deling van 11 mei 1609 genoemd worden. Peter had in 1591 een deel van die goederen in vruchtgebruik gekregen.


© 2019 C.J.C. Broer en M.W.J. de Bruijn. - Gepubliceerd 26 juni 2019; laatst bewerkt 13 juli 2019.