Panorama Goirke
Startpagina | Inhoudsopgave | Lezingen | Uitgaven | Vrijwaring | Contact

op het web alleen op deze webstek
(om alleen op deze pagina te zoeken druk op Ctrl-F)

Bronnen
Voor de gebruikte afkortingen zie ook de webpagina Stamreeks Van Heyst-De Bruijn.
Regionaal Archief Tilburg [RAT], Rechterlijk archief [R.] Tilburg 269, f. 18 (3.5.1520); 274, f. 19v.-20 (14.3.1528); 277, f. 6-9 (20.1.1530); 277, f. 6-9 (28.1.1538); 284, f. 56v. (31.3.1538); 287, f. 18v.-19 (17.8.1540); 290, f. 10v.-11 (16.5.1543); 293, f. 80-80v. (14.3.1548); 297, f. 12v.-15v. (26.5.1551)
.

Literatuur
Een overzicht over Tilburg van het midden van de vijftiende tot het eind van de achttiende eeuw met literatuuropgave biedt M.W.J. de Bruijn (red.), ‘Groeien tegen de verdrukking in 1450-1780’, in: C. Gorisse (hoofdred.), Tilburg stad met een levend verleden
(Tilburg 2001) 95-187.
Pauwels Cornelis Hermans (Heijsten)

Op 3 mei 1520 droegen de kinderen van Wouter Gerit Woutersen aan Pauwels Cornelis Hermansz. over een stucxken erffs met eender scaepscoeye daer op staende ende metter toebehoerten, een vierde vaetsaet off daeromtrent begrypende, gelegen inder prochien van Tilborch ter steden geheyten achter die Stochasselt tusschen erffenissen Jan Eelkens deen syde ende deen eynde ende tusschen erffenissen Gherit ende Jan ghebruederen, zoenen wilner Wouter Gerit Wouterssen voerschreven, dander syde, hoedende metten anderen eynde op die ghemeyn strathe (RAT, R. Tilburg 269, f. 18). Het is de eerste keer dat we Pauwels zien optreden.

Op 20 januari 1530 kreeg hij bij de erfdeling van de bezittingen van zijn vader de ouderlijke boerderij en een wei van 2½ lopense toebedeeld in de Heikant (R. 277, f. 6-9; zie de vorige generatie):

Die erffgenamen omnes dempto Pauwels elck syn recht ende gedeelt (in) een huys, hoff, gront ende erffenissen daer aen liggende ende daer toe behorende, een loepensaet vel circiter begripende, gelegen inder prochyen van Tilborch ter plaetsen geheyten aen die Heydsyd tussen erffenissen Peter Pulskens deen sy ende deen eynd ende tussen erffenissen Wyt Joest dander syde, hodende metten anderen eynd aen die gemeyn straet; noch een stuck erffs gelegen tot weyen, derdalleff loepensaet vel circiter begripende, gelegen inder prochyen ende ter plaetsen voerscreven tussen erffenissen Goert Pulskens aen beyden sijden ende den (!) eijnd, hodende mitten anderen eynd aen erffenissen Gerit Vranck Lemmenssen ende Peter Cornelis Hermanssen, alsoe sij zeden, supportarunt Pauwelssen zoen wilner Cornelis Hermanssen hunnen brueder ende zwager. Et promiserunt warandiam more solito, loss ende vri, dempto een half mud roggen erffpachs aen Aert Jan Melissen te betalen, ende allen commer ende calaengyen daer in wesende altemael aff te doen den selven.

Hij bezat meer grond in de Heikant, want op 28 januari 1538 transporteerde hij – hij werd bij die gelegenheid nog eens Heijsten genoemd – aan Peter Goiart Pulskens een stuck erffs gelegen tot lande ende heijen, geheyten die Hoghe Heije, metten heijvelde daer theynden aenliggende, hem toebehorende, in alder groten etcetera in parochia de Tilborch in loco die Heydsijde, tsamen tusschen erffenis Pauwels voerscreven deen syde ende tusschen erffenis Peter Goyaert Pulskens cum alio dander syde, hodende metten eenen eijnde aen erffenis Ariaen Ghijb Goessens ende metten anderen eijnde aen die gemeijn straet (R. 284, f. 31). Voorwaarde was dat Pauwels voerscreven noch syn naecomelingen den graft liggende tusschen tvoerscreven heijveldt ende tusschen erffenis Pauwels voerscreven, welcken graft hy Pauwels voerscreven tot hemwaerts gehouden heeft, dat hy dijen nummermeer slichten noch breeken en sal ten sy by consente ende wille van Peteren voerscreven oft synen naecomelingen. Deze sloot was dus kennelijk nodig voor de afwatering van het heiveld.

Een interessant verschijnsel vormt de aanwezigheid van Pauwels met een zestal neven in het gilde van sint Kathelijne in de kerck van Tilborch. Het betreft Herman, Daneel en Joost, zonen van Peter Hermans (van Heyst), en Herman, Daneel en Cornelis, zonen van Gerit Hermans (van Heyst). Met de vier dekens van het gilde, Cornelis Klaas van Gierle, Wouter Vrank Lemmens, Cornelis Wouter Wouters en Jan Peter Reinen, en nog één andere gildebroeder, Joost Gerit van Eethen, bekenden zij op 31 maart 1538 een jaarlijkse erfcijns van 13½ stuiver schuldig te zijn aan Jan Lambertsz. van Beurden uit alle goederen van het gilde. Deze som kon afgelost worden met 10 carolusgulden (RAT, R. Tilburg 284, f. 56v.).

Waarschijnlijk gaat het hierbij om een kerkelijke broederschap. De aanwezigheid van zeven leden uit de familie is opmerkelijk. Verder was Margriet Cornelis Hermans getrouwd met Gerit Vrank Lemmens, een broer van de gildedeken Wouter Vrank Lemmens. Gildedeken Jan Peter Reinen werd na het overlijden van Pauwels' eerste vrouw, Hendrikske Peter Pulskens, samen met Daneel Cornelis Hermans voogd over de nog onmondige kinderen (RAT, R. Tilburg 287, f. 18v.-19 (17 augustus 1540)). Zoals uit verschillende bronnen blijkt, bezat Jan Peter overigens grond in de Heikant, die grensde aan die van Pauwels. Deze gegevens tonen met vele andere aan hoezeer de familie Van Heyst geïntegreerd was in de Tilburgse samenleving.


Literatuur
G.J.W. Steijns, ‘Een gilde van “Jongmans onder den naame van Sinte Catharina” te Tilburg’, Taxandria, Jaarboek van de Kon. Geschied- en Oudheidkundige Kring van de Antwerpse Kempen, Nieuwe Reeks LVII (1985) 409-416.


Vóór 17 augustus 1540 is zijn vrouw Hendrikske Peter Pulskens overleden. Op die datum droeg Pauwels het vruchtgebruik in een beemd uit haar nalatenschap over aan zijn kinderen (R. 287, f. 18v.-19). Het ging om eenen stuck beempts, zess lopensaet vel circiter off soe groot ende cleyn als dat aldaer gelegen is ende metter maten bevonden sal wordden, geheyten Cleys beempdeken, in parochia de Tilborch in loco by Cleverplack tusschen erffenis Jenneken weduwe wilner Peter Zegers cum pueris ende Cornelia weduwe wilner Cornelis Daniels cum pueris et cum adhuc aliis deen syde ende tusschen den broecksloet geheyten die Leye aldaer lopende dander syde, hodende metten eenen eynde aen erfenis der weduwe, Jenneken ende Cornelis, hoeren kynderen voerscreven, ende metten anderen eynde aen erffenis Ariaen Ghijb Goessens, geheyten Doertken.

Zijn kinderen transporteerden vervolgens deze beemd aan Goiart Hendrik Pulskens. De beemd was gelegen in het zuidoostelijk deel van Tilburg langs het riviertje de Leij waar veel Tilburgse boeren hooiland bezaten.

Op 16 mei 1543 maakte Pauwels als man van zijn tweede vrouw, Cecilia Cornelis Jan Pauwels, gebruik van zijn naastingsrecht op een huis met toebehoren in de Stokhasselt dat Quirijn Wouter Caeyten gekocht had van de zonen van Wijtman Joost Lenaarts (R. 290, f. 10v.-11). Ik ben dit goed niet verder onder zijn bezittingen tegengekomen.

Pauwels was voogd over de kinderen van zijn broer Peter, die gehuwd was met Ieke Adriaan Zomers. Het ging hierbij om een rechtshandeling op 14 maart 1548 betrekking tot betaling van een cijns uit goed in de Heikant, grenzend aan de Kromstraat (R. 293, f. 80-80v.) en grenzend aan onder meer aan goed van de zojuist genoemde Quirijn Wouter Caeyten. Toen de in de betreffende akte op 10 juni 1551 doorgehaald werd, was Pauwels al overleden. In zijn plaats was zijn broer Herman voogd over de kinderen geworden. De weduwe in een steken - - - gelegen theynde die Stockhasselt in die Cromstraet. Deze straat lag op de grens van de Stokhasselt en de Heikant.

Zoals blijkt uit een akte van 26 mei van genoemd jaar was Pauwels toen al overleden (R. 1297, f. 12v.). Op die datum vond een aantal rechtshandelingen plaats, waaruit de omvang van de door hem nagelaten boedel kan worden afgeleid.

Om te beginnen droeg Jan Wouters Vermee als man van Pauwels’ dochter Anna aan de andere zes kinderen uit het eerste huwelijk van Pauwels met Hendrikske Peter Pulskens (R. 297, f. 12v.-13):

een sevende gedeelt hem toebehorende in twee huysen, hoven, schuer ende schop metten gronde ende toebehoerte ende inde erffenis daer aenliggende ende daer toe behorende, gelegen inder prochien van Tilborch in loco dicto die Heydsyde, in alder groten als die selve twee huysen, hoven, schuer, schop, gronde ende toebehoerte, erffenis daer aenliggende voerscreven aldaer gelegen syn tusschen erffenis Anthonis Goyart Pulskens zoen aen deen syde ende oick deen eynde ende tusschen erffenis Joest Pauwels Cornelis Hermans zoen, Adam Henrick Adamssen ende Marcelis Haermans cum aliis aen dander syde, hodende metten anderen eijnde aen die gemeyn straet;
ende noch hier toe een sevende gedeelt hem toebehorende in eenen stuck erffs tot ackerlande ende heyde liggende, in alder groten alst stuck erffs gelegen is inder prochien ende plaetssen voerscreven aldaer tusschen erffenis Peters Goyaert Pulskens zoen aen deen syde ende tusschen erffenis des selfs Peters voerscreven ende Adriaen Ghyb Goessens zoen cum pueris aen dander syde, hodende metten eenen eynde aen erffenis Adriaens Ghyb Goessens zoen cum pueris voerscreven ende metten anderen eynde aen die gemeijn straet.

Uit deze goederen moest worden betaald:
– drie mud en vijf lopen rogge aan verschillende personen;
– 2 karolusgulden per jaar aan Bartelmeus Willems Verlinden;
– 4 karolusgulden en 5 stuivers per jaar aan Laureis Zwijsen;
– 30 stuivers per jaar aan Marie weduwe van Peter Hermans en haar kinderen;
bovenstaande lasten zijn allen losbaar; verder:
– 10 stuivers erfcijns aan de heer en de gezworenen van Tilburg (dit waren de beheerders van de gemene gronden, de gemeint);
– ½ stuiver aan de Heilige Geest van Tilburg.

Vervolgens maakten de kinderen van Pauwels en Hendrikske Peter Pulskens een erfdeling in twee kavels:
1. Joost, Peter en Adriana (voor haar haar man Cornelis Cornelis Peter Mutsaerts);
2. Corneliske en de voogden van de onmondige kinderen Jan en Aleid.

Aan kavel 1 vielen ten deel:

een huys, hoff met halff der schueren metten gronde ende toebehoerte, geheyten doude stede, ende erffenis daer aenliggende ende daer toebehorende, in alder groten alst gelegen is inder prochien van Tilborch in loco dicto die Heydsyde byden dreyboem, aldaer tusschen erffenis Anthonis Goyaert Pulskens zoen aen deen syde ende deen eynde, ende tusschen erffenis Corneliskens ende der onmundiger kynderen voergenoemde hier tegen ende affgedeylt aen dander syde, hodende metten anderen eynde aen die gemeyn straet;
ende noch hier toe een stuck erffs tot lande ende heyde liggende in alder groten alst gelegen is inder prochien voerscreven in loco dicto die Heydsyde voerscreven, aldaer tusschen erffenis Peter Goyaert Pulskens zoen ende Adriaen Ghyb Goessens zoen cum pueris aen deen syde zuydtwaert ende tusschen erffenis Corneliskens ende der onmundiger kynderen voergenoemde hier tegen gedeylt aen dander syde noordtwaert, hodende metten eenen eynde aen erffenis Adriaens Ghyb Goessens zoen met synen kynderen voergenoemde ende metten anderen eynde aen die gemeyn straet;

Zij moesten hieruit betalen:
een mud rogge erfpacht aan het Sint-Geertruidklooster in ’s-Hertogenbosch;
vier lopen rogge in een mud erfpacht aan enkele personen aldaar;
vier lopen rogge aan Jan Gerit Reinen;
2½ lopen rogge en en een kwart stuiver erfcijns aan de Heilige Geest (de armenzorg) van Tilburg;
de helft van ongeveer 10 stuivers erfcijns aan de heer en de gezworenen van Tilburg;
2 karolusgulden erfcijns aan Bartholomeus Willems Verlinden, losbaar met 32 karolusgulden;
30 stuivers erfcijns aan de Heilige Geest van Tilburg, losbaar met 24 karolusgulden;
28 stuivers erfcijns aan Marie weduwe van Peter Hermans en haar kinderen;

Aan kavel 2 vielen ten deel:
 
een huys met eenen hoff ende erffenis daer aenliggende ende daer toebehorende, geheyten die nyeuwe stede, met een halff schuer ende met eenen schop noch ter tijt staende opten grondt vander ouder stede, welcke huys, hoff ende erffenis daer aenliggende voerscreven gelegen is inder prochien van Tilborch in loco dicto die Heydsyde byden dreyboom, in alder groten etcetera tusschen erffenis Joestens zoen wilner Pauwels Cornelis Hermans voergenoemde ende Marcelis Haermans aen deen syde ende tusschen erffenis Joestens ende Peters gebruederen ende Cornelisen huns zwagers voerscreven hier tegens gedeylt aen dander syde, hodende metten eenen eynde aen erffenis Anthonis Goyaert Pulskens zoen ende metten anderen eynde aen die gemeyn straet;
ende noch hier toe een stuck erffs tot lande ende heyde liggende in alder groten alst gelegen is inder prochien voerscreven ter plaetssen geheyten die Heydsyde voerscreven, aldaer tusschen erffenis Peter Goyaerts Pulskens zoen aen deen syde noordtwaert ende tusschen erffenis Joestens ende Peters gebruederen ende Cornelisens hens zwagers voerscreven, hier tegen gedeylt, aen dander syde zuydtwaert, hodende metten eenen eynde aen erffenis Adriaens Ghyb Goessens zoen met synen kynderen ende metten anderen eynde aen die gemeyn straet.

Hieruit moest worden betaald:
12 lopen rogge erfpacht Oisterwijkse maat aan de Heilige Geest aldaar en aldaar te leveren;
4 lopen rogge erfpacht, eveneens Oisterwijkse maat en aldaar te leveren aan heer Roelof Peynenborch in Oisterwijks als rector van een altaar aldaar – er is ruimte in de tekst opengelaten die niet is opgevuld;
4 lopen rogge erfpacht aan de weduwe van Klaas Bertroms in Loon (op Zand);
4 lopen rogge erfpacht aan Gerit Gerit Reinen;
2½ lopen rogge en een kwart stuiver erfcijns aan de Heilige Geest;
de helft van ongeveer 10 stuivers erfcijns aan de heer en de gezworenen van Tilburg;
3 karolusgulden erfcijns aan Laureis Hendrik Zwijsen, losbaar met 48 karolusgulden;
25 stuivers erfcijns aan Laureis, losbaar met 20 karolusgulden.

De kinderen Joost, Peter, Corneliske, Anna (door haar man Jan Wouters Vermee), Adriana (door haar man Cornelis Cornelis Peter Mutsaers), Jan en Aleid (door hun voogden) deden afstand ten behoeve van Cecilia Cornelis Jan Pauwels, weduwe van Pauwels Cornelis Hermans – aan haar het vruchtgebruik en aan haar kinderen die zij van Pauwels verkregen had het erfelijk recht – van

een huys, hoff, grondt ende erffenis daer aenliggende ende daer toebehorende, geheyten sKeysers hoff, een sleyck lopensaet off daer ontrent begrijpende off soe groot ende cleyn alst gelegen is inder prochien van Tilborch in loco dicto aen die Heydsyde, aldaer tusschen erffenis Denys Herman Ariaenssen aen deen syde ende tusschen erffenis Peter Goyaert Pulskens zoen aen dander syde ende oick deen eynde, hodende metten anderen eynde aen die gemeyn straet.

Een half mud rogge erfpacht dat op dit goed geheven werd door Gerit Gerit Reinen en zijn broer Jan zou door de kinderen worden betaald.

Op 29 augustus 1551 verkochten en droegen zoon Peter en dochter Adriana (door haar man Cornelis Peter Mutsaers) hun derde deel van de eerste kavel over aan hun broer en zwager Joost, zodat deze de hele kavel in bezit had gekregen (R. 297, f. 24). Hij zou ook de lasten daaruit betalen.

Op dezelfde datum verkocht en transporteerde Joost het stuk land in de Heikant aan zijn zwager Cornelis Cornelis Peter Mutsaerts, gehuwd met zijn zuster Adriana (R. 297, f. 24v.).


© 2019 C.J.C. Broer en M.W.J. de Bruijn. - Gepubliceerd 7 juni 2019; laatst bewerkt 1 juli 2019.