Panorama Droochsloot
Startpagina | Inhoudsopgave | Lezingen | Uitgaven | Op en rond het Domplein | Vrijwaring | Contact

op het web alleen op deze webstek
(om alleen op deze pagina te zoeken druk op Ctrl-F)
Voor de Utrechtse huizen en hun geschiedenis zie:
Utrecht. De huizen binnen de singels ('s-Gravenhage 1989).
Literatuur over de bouw en de vroegste geschiedenis van Paushuize, zijn bezitters en bewoners:
M.W.J. de Bruijn, De bezitters van Paushuize 1517-1584 (Utrecht 1985).
Paushuize in Utrecht
door Martin de Bruijn


Een van de bezienswaardigste huizen in Utrecht is het zogeheten Paushuize. Het is een gebouw met een rijk geornamenteerde gevel, gelegen op een markant punt in het hart van de stad Utrecht, een vijfsprong aan het begin van de Nieuwegracht en de Kromme Nieuwegracht.


Paushuize in 2010.
Foto M.W.J. de Bruijn 2010.

Het pand is sinds enkele eeuwen eigendom van de provincie Utrecht, die het gebruikt voor representatieve bijeenkomsten. In 2011 is het opnieuw gerestaureerd, een restauratie die gezien de hoge kosten nogal omstreden was. De heropening vond plaats op 15 december 2011. Het gebouw wordt af en toe als horecabestemming gebruikt.

Dat de hoge kosten niet zijn gaan zitten in historisch onderzoek, blijkt wanneer men een webpagina van de provincie Utrecht bezoekt. Daar trof men enkele jaren geleden onder meer de volgende tekst aan:

'Kanunnikkenwoningen

Al in 1393 werd op het Pausdam gebouwd aan kanunikkenwoningen van de Sint Pieterskerk. Kanunikkenwoningen zijn houten huizen voor de priestergemeenschap van de Sint Pieterskerk. Ook paus Adrianus kocht zo'n woning, om hier in de toekomst zijn oude dag door te brengen.

Paus

Paus Adrianus wilde bij zijn aankoop twee kamers van steen aanbouwen. Uiteindelijk gaf hij in 1714 opdracht tot de bouw van een compleet nieuw huis: het Paushuize. Door de jaren heen is er nog veel aangebouwd en bijgebouwd, in de stijl zoals Paus Adrianus het heeft laten ontwerpen.'

Dat kanunniken tot tweemaal toe met een k te veel en een n te weinig wordt geschreven is nog tot daaraan toe. Behoorlijk spellen is ook bij de overheid niet meer gebruikelijk. Maar ook de inhoud van dit provinciaal proza kan iemand die een beetje van de Utrechtse geschiedenis weet slechts met gekromde tenen lezen.

Om te beginnen werden er al veel eerder dan 1393 kanunnikenhuizen in Utrecht gebouwd, en die waren al minstens vanaf de dertiende eeuw doorgaans van steen. Het kapittel van Sint-Pieter bestond – net als de andere vier Utrechtse kapittels – uit kanunniken die wel geestelijke maar lang niet allemaal priester waren. Het is dan ook verkeerd om van een priestergemeenschap te spreken.

De suggestie dat paus Adriaan VI zo'n woning kocht om zijn oude dag door te brengen is te absurd voor woorden. Alsof een paus op latere leeftijd enkele duizenden kilometers van Rome kon gaan wonen!

Toen de geboren Utrechter Adriaan Florisz. Boeyens het huis op deze plaats kocht, was hij nog geen paus, maar bisschop in het Spaanse Tortosa en verder onder meer proost van het Utrechtse kapittel van Oudmunster. Het was toen nog zeer wel denkbaar dat hij zou terugkeren naar de Nederlanden. Hij liet het huis nagenoeg geheel herbouwen. In de gevel werd een beeld van Sint-Salvator, de patroon van Oudmunster, geplaatst.

De bouw van Paushuize vond niet plaats in 1714 (!) – toen was Adriaan al bijna twee eeuwen dood – maar na de aankoop door hem in 1517.

Zoals bekend is Adriaan in 1522 paus geworden – de enige Nederlandse paus ooit – en daarmee was een terugkeer naar Utrecht nagenoeg verkeken. Hij overleed al een jaar later.

Elders op dezelfde provinciale website las men:

'Paushuize is op stadskasteel Oudaen na, het oudste pand van de stad Utrecht.'

Ook dat is onzin. Oudaen is niet het oudste pand van Utrecht en overal in de stad vindt men nog huizen die ouder zijn dan Paushuize.

Restauratiearchitect Ubbo Hylkema noemde Paushuize op een inmiddels verdwenen webpagina ‘een mislukt paleis voor een oude man’. Dat is een verkeerde typering. Nog afgezien van de vraag of men Paushuize als een paleis moet beschouwen, was het al in de Middeleeuwen heel gebruikelijk dat leden van de adel en hoge geestelijken representatieve woningen bezaten in steden waar zij belangen hadden. Ook Paushuize heeft als zodanig gefungeerd, eerst voor Adriaan Florisz. Boeyens, later voor kardinaal Willem van Enckenvoirt en na hem voor zijn neef Michiel van Enckenvoirt.

Tot slot: op grond van één teruggevonden Romeinse scherf met een erotische afbeelding wordt op bovengenoemde webpagina meteen maar geconcludeerd dat Paushuize gebouwd werd op de plek van een voormalige hoerenbuurt. Wat is geschiedenis toch eenvoudig. Iedereen met een beetje fantasie kan het!


© C.J.C. Broer en M.W.J. de Bruijn 2011-2015. - Gepubliceerd december 2011; laatst bewerkt 2 juni 2015.