Panorama Droochsloot
Startpagina | Inhoudsopgave | Lezingen | Uitgaven | Op en rond het Domplein | Vrijwaring | Contact

op het web alleen op deze webstek
(om alleen op deze pagina te zoeken druk op Ctrl-F)


















[1]   De stad waaraan het adellijke geslacht zijn naam ontleent heet tegenwoordig Wevelinghoven.










[2]   S. Muller Fz. en A.C. Bouman uitg.,  Oorkondenboek van het sticht Utrecht tot 1301, I (Utrecht 1920) nr. 101: concedimus monetam fiendi in civitate Traiectensi, in qua modo venerabilis vir Baldricus episcopali officio fungi dinoscitur.














Zegel Floris van Wevelinghoven
Afdruk van het zegel ad causas van Floris van Wevelinghoven uit 1390. De bissschop is hier zoals gebruikelijk afgebeeld met mijter en staf. Onder zijn afbeelding links het wapen van het bisdom en rechts dat van de bisschop. Uit J.H. de Vey Mestdagh, Liber sigillorum. De zegels in het archief van de Ridderlijke Duitsche Orde, Balije van Utrecht, 1200-1811(Utrecht 1995) 162.


[3]   Aldus bv. bij J.H. Huiting, ‘Florens van Wevelinghofen (ca. 1315-1393), bisschop van Utrecht’, in: J. Aalbers e.a. (red.), Utrechtse biografieën 1 (Amsterdam-Utrecht z.j.) 190; en R. de Bruin en M. Brinkman, ‘Het bisdom Utrecht tot 1580. Opvolgers van Willibrord’, in: De Verzamelingen van het Centraal Museum Utrecht 9, Utrechtse geschiedenis (Utrecht 2007) 116.










[4]   H. Enno van Gelder, De Nederlandse munten (5de druk; Utrecht-Antwerpen 1972) 31-32 en 271; G.M. de Meyer en E.W.F. van den Elzen, ‘Honderd oude schilden’, Overijsselse Historische Bijdragen 97 (1982) 7-15.

[5]   Het Utrechts Archief, Kapittel van Oudmunster 329, f. 51v. (14 november 1346): aureos denarios monete Francie.

[6]   Het Utrechts Archief, Kapittel van Sint-Jan 379-4 (18 juli 1377): ad summam quadraginta novem scudatorum antiquorum boni auri et iusti ponderis monete regis Francie.


Het wapen van het geslacht Wevelinghoven
Het wapen van het geslacht Wevelinghoven met de twee dwarsbalken, zoals dat ook op het schild van bisschop Florens voorkomt.


[7]   Afgedrukt in S. Muller Fz., ‘Stukken betreffende den strijd der bisschoppen van Utrecht met de stad Utrecht’, Bijdragen en Mededeelingen van het Historisch Genootschap 9 (1886) 59-60.

[8]   Ald. 60-61.

[9]   Ald. 85.

Een oud Frans schild van bisschop Florens van Wevelinghoven (1378-1393)
door Martin de Bruijn

In het kader van een project ‘Munt met een missie’ van het Ministerie van Financiën, de Koninklijke Nederlandse Munt en de Rijksakademie van Beeldende kunsten werd van 10 september 2011 tot 19 augustus 2012 een tentoonstelling in het Centraal Museum in Utrecht gehouden. Een klein deel van deze expositie was gewijd aan de collectie historische munten in het bezit van het museum.

Een van de topstukken van deze collectie is een gouden munt geslagen onder de Utrechtse bisschop Florens van Wevelinghoven (doorgaans Wevelinkhoven genoemd).[1] Hij was bisschop van 1378 tot aan zijn dood in 1393. Zoals bekend waren de bisschoppen zowel geestelijk als wereldlijk heer, het laatste over het zogeheten Sticht. Dit omvatte in de Late Middeleeuwen het Nedersticht (ongeveer de provincie Utrecht) en het Oversticht (om en nabij de provincies Overijssel en Drenthe en verder de stad Groningen). Het bisdom Utrecht was aanmerkelijk groter. Hiertoe behoorden ook een stukje van Vlaanderen, verder Holland en Zeeland en het grootste deel van Gelderland.

Al in 936 hadden de bisschoppen van Utrecht van Roomskoning Otto I (936-973) het recht gekregen om munt te slaan. De inkomsten kwamen ten goede aan de Utrechtse kerk.[2] Eeuwenlang waren de geslagen munten van zilver. Het zojuist genoemde schild is de eerste gouden Utrechtse munt.

Op de voorzijde staat een tronende figuur die een kroon draagt en een zwaard in de rechterhand houdt. De linkerhand rust op een schild. Op de keerzijde staat een kruis in een vierpas afgebeeld. Het randschrift op de voorzijde luidt: FLORENC(IVS) EPISCOPVS TRAIECTEN(SIS) en dat op de keerzijde: XPC (CHRISTVS) VINCIT XPC REGNAT XPC IMPERAT.

Oudschild van bisschop Florens van Wevelinghoven

Voorzijde en keerzijde van het gouden schild van bisschop Florens van Wevelinghoven.

Op grond van het randschrift wordt door Utrechtse onderzoekers aangenomen dat het hier om bisschop Florens van Wevelinghoven gaat.[3] Maar is dat zo? Een bisschop wordt doorgaans afgebeeld met een staf en een mijter, terwijl een kroon en zeker een zwaard was voorbehouden aan een wereldlijk vorst. Een zwaard verwacht men niet in de handen van een geestelijke, ook al trokken de middeleeuwse bisschoppen onbekommerd ten strijde.

De oplossing van het probleem is te vinden in de oorsprong van deze muntsoort. Zij is ontleend aan een munt van de Franse koning Philips VI (1328-1350). Deze introduceerde dit gouden ‘schild’ in 1337. De overeenkomst van het originele Franse schild met de Utrechtse munt is opmerkelijk.
Voorzijde oudschild
Keerzijde oudschild
Voor- en keerzijde van een gouden schild van koning Filips VI van Frankrijk.

Het Franse schild was de meestverbreide gouden munt in de Nederlanden. Hij werd onmiddellijk nagebootst door aanmuntingen van de Nederlandse landsheren. Zowel in uiterlijk als in gewicht en gehalte kwamen deze nagemaakte munten overeen met hun voorbeeld. Zij werden vaak ‘oude schilden’, ‘koningsschilden’ en ook wel ‘klinkaarts’ en, heel toepasselijk, ‘zetelaars’ genoemd.[4]

Om ons tot het Utrechtse te beperken: daar is al in 1346 sprake van ‘gouden penningen van de munt van Frankrijk’[5] en vanaf 1377 vond er ik melding gemaakt van ‘oude schilden van goed goud en juist gewicht van de munt van de koning van Frankrijk’.[6] Sindsdien komt men deze schilden onder dergelijke benamingen in de Utrechtse oorkonden tegen.

Vergelijken we de op de munten afgebeelde wapenschilden, dan zien we op het originele exemplaar het bekende wapen van de Franse koning met de lelies, maar het Utrechtse heeft een heel andere afbeelding. Hierop vinden we in een schildhoofd een adelaar, het schild heeft het kruis van het Sticht Utrecht en hierbinnen bevindt zich een hartschild met het wapen van het geslacht Van Wevelinghoven.
 
Wat het schildhoofd betreft: hoewel binnen het Oversticht Deventer als vrije rijksstad een adelaar in zijn schild voerde, valt hier eerder te denken aan ontlening aan de het Rijk zelf. De Nederlandse vorsten, onder wie de Utrechtse bisschop, gedroegen zich in de Late Middeleeuwen wel heel zelfstandig, maar de gedachte deel uit te maken van het Heilige Roomse Rijk bleef aanwezig. In de tijd van bisschop Florens van Wevelinghoven bleek dit uit het privilege dat de stad in 1381 van rooms-koning Wenceslas kreeg betreffende de beëdiging van een schout tijdens een sedisvacatie van de bisschop.[7] Na het overlijden van bisschop Florens van Wevelinghoven werd deze voor het eerst toegepast. De eed die de schout aflegde luidde:

Dat sweer gi, dat gi van desen daghe voert tot Onser Lieve Vrouwen Lichtmisse toe naestcomende den Heylighen Roomschen Rike ende den Ghestichte van Utrecht hout ende trou wezen zult, ende enen ygheliken recht doen zult na uwen vijf zinnen, ont dier tijd ende in al derzelver manieren dattes Roomsch coninx brief inhout ende begrepen heeft. Dat u Godt also helpe ende zine heylighen.[8]

In een stuk van omstreeks het midden van de vijftiende eeuw wordt gezegd:

Item soe plecht men den schouten van der stadt altoes een zweert nae te dragen, van des keysers wegen van Roemen ende in die eer des bisscops van Utrecht.[9]

Duidelijker bewijzen van het besef van verbondenheid van het Sticht met het Rijk zijn nauwelijks te geven.

Maar aangezien in de bronnen bij de vermelding van de gouden schilden veelvuldig gesproken wordt van de koning van Frankrijk en niet van de koning of keizer van het Heilige Roomse Rijk, zal men ook in de tronende figuur met kroon en zwaard op deze munten toch de Franse koning hebben gezien. Gezien de veelvuldige nabootsing van deze gouden schilden ook binnen het Rijk hebben de tijdgenoten daar klaarblijkelijk geen moeite mee gehad. Dat ze de op het schild van bisschop Florens van Wevelinghoven afgebeelde vorst met kroon en zwaard als hun bisschop hebben beschouwd, zoals sommige onderzoekers willen, lijkt me hiermee uitgesloten.


© C.J.C. Broer en M.W.J. de Bruijn 2011-2015. - Gepubliceerd 2011-2013; laatst bewerkt 17 oktober 2015.