Rivierfront Lekkerkerk
Startpagina | Inhoudsopgave | Lezingen | Uitgaven | Vrijwaring | Contact

op het web alleen op deze webstek
(om alleen op deze pagina te zoeken druk op Ctrl-F)
Zie ook de webpagina's
Kwartierstaat van Charlotte (Lotty) J.C.
     Broer
Lekkerkerkse families II
Lekkerkerkse families III

Lekkerkerkse families I (pagina in opbouw)
door Charlotte Broer

Via mijn grootmoeder van vaderszijde, Stijntje Broer-Roest (1895-1976), stam ik af van verschillende families, Van der Graaf en Roest, die al eeuwen en dus generaties in Lekkerkerk woonden. Is in dat opzicht de familie Broer als een relatieve nieuwkomer te beschouwen die zich eerst in de latere negentiende eeuw in Lekkerkerk vestigde, via het huwelijk van mijn overgrootvader Willem Broer Kz. met mijn overgrootmoeder Adriana Deelen was ook deze familie toch weer geparenteerd aan een andere werkelijk oude Lekkerkerkse familie.

Over wat ik uit verhalen en inmiddels door eigen onderzoek weet en aan documentatie bijeen heb gebracht, heb ik nu verschillende webpagina's samengesteld, die in beginsel per familie(tak) zijn ingedeeld, al lopen ze uiteraard ook in elkaar over.


Aantekeningen J. van der Graaf, 1865-67

"Meermalen het voornemen gehad hebbende aanteekening te houden van een en ander in mijne omgeving, zowel in mijn maatschappelijke als zedelijke voorbijgaande zaken om er nut mede te stichten door ze blijvende te maken waar mijn geheugen tekort schiet alsook waar een volgend geslacht ze mogt vinden om er in te zien de steeds voortgaande verandering der tijden de afwisseling van vormen in een woord verschijnen en verdwijnen: niets nieuws onder de zon en daaruit als gevolgtrekking ons besluit worde gegrond om rustig te zijn met opgeslagen blik daarhenen waar ons harte ons drijft zich te wenden als zij zich moede peinst en eindelijk moet uitroepen: "Neen, O Wereld, gij zijt mij niet genoeg".
Om bij den voorspoed dezes levens niet uitgelaten vrolijk tot ligtzinnig toe; en bij den rampspoed niet tot wanhoop treurig en mismoedig te zijn en zich door eene bijgeloovige menigte laten slingeren en bevreesd maken. God behoede ons allen en leere ons zijn Vaderlijk Albestuur oplettend gadeslaan. Dezen tot voorwoord aan den lezer."


(Voorwoord bij de aantekeningen van Jacob van der Graaf Hzn.,1865-1867. Bijeengebracht en uitgegeven door M. Hoogenboezem, Lekkerkerk 1984, p. 147).



De familie Van der Graaf


























Kerkweg, richting dorp
Kerkweg, richting het dorp.



Boerderij in De Loet (2)
Boerderij 'Het Loethuis'  (De Loet 10).

Boerderij in De Loet (2)
Zijaanzicht van 'Het Loethuis'







































































Jacob van der Graaf Hzn.
Jacob Hendrikszn. van der Graaf.

Sijgje de Jager
Sijgje de Jager.














'De haat en wangunst baren niet
Dan grote kommer en verdriet,
Dat ziet men alle dagen.

Hoevele listen en kwellend smart
Bedenkt het wangunstig en wrevelig hart,
Om den even mens te plagen.

Maar God die het groot heelal gebied
En duisternis en licht doorziet
Bewaakt ons nacht en dagen'.

(Aantekeningen van Klaas Boon, a.w., p. 95)





Oude boerderij Opperduit 304 (2)
Boerderij van Jacob Hendriksz. van der Graaf, later van Pieter en Marrigje van der Graaf, Opperduit 304. Rechts op de foto staat Pieter Jacobsz. van der Graaf.







































Familiewieg
Wat mogelijk een oude familiewieg is geweest, in afwachting van mijn geboorte, december 1959.

Doop 8 mei 1960 (1)
Met mijn moeder Neeltje Alida Brakkee, bij de boerderij Opperduit 304, 8 mei 1960.

Doop 8 mei 1960 (2)
Ter gelegenheid van mijn doop, op 8 mei 1960 in Lekkerkerk, in de tuin bij Opperduit 304 'poserend' met de grootouders.
Zittend links Jansje van Dijk, rechts Stijntje Roest.; staand links Wilhelmus Hendrikus  Brakkee en rechts Nicolaas Wzn. Broer.

Begin in de Loet?

Misschien is er bij anderen die onderzoek hebben gedaan meer bekend, maar voor zover mijn onderzoekingen tot dusver reiken lijkt de familie Van der Graaf in Lekkerkerk haar wortels te hebben in De Loet. Dit is een kleine polder van ongeveer 50 hectare, gelegen ten noorden van en behorend tot Lekkerkerk, die via de boezem uitwaterde op de zuidelijk ervan gelegen grotere polder Den Hoek.

Kaart Krimpenerwaard, Lekkerkerk
Lekkerkerk met de polders Schuwacht, Den Hoek, De Loet en Zuidbroek, met daarbij aangegeven de wijze waarop de bemaling middels windwatermolens was geregeld omstreeks 1850. Uit: Mensen in een waard vol wind en water. De geschiedenis van de waterhuishouding in de Krimpenerwaard, p. 157.

Oorspronkelijk – de Kerkweg als verbinding met het dorp Lekkerkerk bestond nog niet of was hooguit een pad langs een sloot – was De Loet een betrekkelijk geïsoleerd gelegen gebied, voornamelijk begroeid met houtgewas, waar allerlei soorten vogels en ook ander wild leefden. Ook bevonden er zich verschillende eendenkooien. Als enige bebouwing stond er vanouds een boerderij, het zogeheten 'Loethuis'.

Naast boerenbedrijf was dit ook een soort pleisterplaats voor passanten op weg van en naar Ouderkerk of Berkenwoude. Een vergunning uit 1794 zou aan de toenmalige eigenaar van de boerderij, Pieter Hendriksz. van der Graaf, toestemming hebben gegeven wijn, bier, brandewijn en gedestilleerd te schenken (Aantekeningen van Klaas Boon, 1865-1950. Bijeengebracht en samengesteld door M. Hoogenboezem, Lekkerkerk 1984, p. 92-93).

Deze Pieter Hendriksz. van der Graaf was op 14 november 1767 in Lekkerkerk gedoopt, als zoon van Hendrik Pietersz. van der Graaf (1723-1781) en Martijntje Willemsd. Bak (circa 1734-1784).

Op 27 april 1794 trouwde Pieter in Lekkerkerk met Annigje Huijgen(sd.) Boon, die geboren was in Lekkerkerk op 3 maart 1765 als dochter van Huijg Arisz. Boon (1737-1794) en Niesje Prak (1734-1823). Annigje zou overlijden op 22 juni 1825, Pieter op 7 mei 1852.

Het echtpaar Pieter van der Graaf en Annigje Boon kreeg meerdere kinderen, waaronder in elk geval twee zonen, Hendrik en Huig, die respectievelijk omstreeks 1797 en circa 1798 werden geboren en – zoals toen gebruikelijk – vernoemd zijn naar de beide grootvaders.

Zowel Hendrik van der Graaf als zijn broer Huig van der Graaf zijn beiden betbetovergrootvaders van mij, daar een kleindochter van Hendrik van der Graaf, Sijgje Cornelisd. van der Graaf (1868-1899), en een kleinzoon van Huig van der Graaf, Huig Willemz. Roest (1866-1901, zoon van Neeltje Huigsd. van der Graaf), in 1893 met elkaar trouwden en in 1895 de ouders werden van mijn grootmoeder, Stijntje Roest.

Of ook de ouders van Pieter van der Graaf, het genoemde echtpaar Hendrik Pietersz. van der Graaf en Martijntje Bak, en daarvoor zelfs zijn grootouders, Pieter van der Graaf (1684-1762) en Aartie Hendriksd. Vermeulen (ca. 1690-1772), al boerden op de boerderij in De Loet, is mij niet bekend, maar interessant om nog eens na te gaan. Aartie Vermeulen zou zijn geboren in Elst (?), de andere genoemde voorouders allemaal in Lekkerkerk.

Opmerkelijk is dat in het geval van Pieter van der Graaf niet zijn oudste zoon Hendrik de boerderij in De Loet overnam, maar de tweede zoon, Huig, waarover hierna meer.

Hendrik Pietersz. van der Graaf, boer in Opperduit

Hendrik Pietersz. van der Graaf trouwde op 16 februari 1820, ongeveer 23 jaar oud, met de toen vijftigjarige weduwe Marrigje de Jong. Zij was op 24 september 1769 in Lekkerkerk geboren als dochter van Willem Eijbertse de Jong en Grietje van der Ham, en op 25 april 1790 gehuwd met Willem Oskam, die op 16 januari 1819 op 62-jarige leeftijd overleed.

In de akte van overlijden is vermeld dat Willem Oskam, zoon van Cornelis Willemsz. Oskam en Maria Cornelissen Kaptein, ‘bouwman’, dus boer was, en thuis (adres: nr. 56) was overleden. Aangifte van dit overlijden werd gedaan door Jan Kleijburg, eveneens 'bouwman', en Arie Boon Klaasz., beiden buren van Willem Oskam en Marrigje de Jong.

Marrigje de Jong, weduwe en naar het schijnt zonder kinderen, trouwde als gezegd dertien maanden na het overlijden van haar eerste echtgenoot met de jonge Hendrik Pietersz. van der Graaf, die voorts het boerenbedrijf hier voorzette. Marrigje overleed echter nog datzelfde jaar 1820, op 8 december.

Weduwnaar Hendrik van der Graaf trouwde daarna op 24 mei 1822 met de twintigjarige Pietertje Kleijburg, die geboren was op 12 juni 1801 in Lekkerkerk als dochter van Jacob Kleijburg en Lijntje Schenk.

Hendrik van der Graaf en Pietertje Kleijburg kregen, voor zover mij bekend, veertien kinderen, waarvan er zeven jong (voor het merendeel als zuigeling) kwamen te overlijden. Onder de kinderen die de volwassenheid bereikten waren onder meer de zonen Pieter (1826-1877), Jacob (1830-1899), Martinus (1835-1893) en Cornelis (1838-1930).

Geboorteakte J. van der Graaf Hzn.
Geboorteakte van Jacob van der Graaf, zoon van Hendrik van der Graaf en Pietertje Kleijburg, december 1830, mede ondertekend door de vader Hendrik van der Graaf.

Ook meerdere van de zonen hebben daarna boerenbedrijven gehad in Den Hoek, op Opperduit. Terwijl de oudste zoon Pieter in Bodegraven lijkt te zijn terechtgekomen (hij trouwde in 1850 in Bodegraven met Jannigje Verlaan, en overleed daar in 1877), heeft mogelijk Jacob Hendriksz. van der Graaf, in 1857 getrouwd met Sijgje de Jager, het bedrijf van zijn vader voortgezet.

Als boer met land in de laag gelegen polder Den Hoek regelmatig geconfronteerd met ernstige wateroverlast, waarvan hij in aantekeningen voor met name de periode 1865-1867 uitvoerig verhaalde, heeft Jacob van der Graaf zich - samen met anderen - nadrukkelijk beijverd om te komen tot de oprichting en het installeren van een stoomgemaal dat de afwatering voor de Lekkerkerkse polders Schuwacht maar vooral Den Hoek beter zou doen plaatsvinden. Dit stoomgemaal zou na veel wikken en wegen en veel vergaderen in 1869 tot stand komen, werd in 1870 in gebruik genomen als bovengemaal en voorts in 1878 uitgebreid en omgebouwd tot algemeen gemaal, dat toen de naam kreeg van de burgemeester van Lekkerkerk, tevens schout van de polders Schuwacht en Den Hoek, Reiner Blok (1822-1897) (W. Hoogerdijk, ‘Rondom de stoombemaling voor de polders van Lekkerkerk en Zuidbroek, 1865-1878’, in: Mensen in een waard vol wind en water. De geschiedenis van de waterhuishouding in de Krimpenerwaard, onder redactie van G.P. van de Ven, Hilversum 2004, p. 151-172, met name p. 154-156; Aantekeningen van Klaas Boon, a.w., p. 131-137).

Stoomgemaal Rienier Blok
Het gemaal Reinier Blok in 2004, totstandgekomen in 1870 als boven(stoom)gemaal en in 1878 uitgebreid en omgebouwd tot algemeen gemaal. Uit: Mensen in een waard vol wind en water. De geschiedenis van de waterhuishouding in de Krimpenerwaard,
p. 170.


Ook de jongste zoon van Hendrik van der Graaf en Pietertje Kleijburg, Cornelis Hendriksz. van der Graaf, die op 12 juli 1861 trouwde met Stijntje Broere (geboren op 17 oktober 1839 als dochter van Arij Aartsz. Broere (ca. 1799-1886) en Sijgje Verboom (ca. 1801-1900)), boerde waarschijnlijk wel in de buurt. Klaas Boon noemt in zijn relaas over de totstandkoming van de 'watermachine' (het stoomgemaal) als voormannen onder meer Cornelis van der Graaf Hzn, die net als zijn broer Jacob van der Graaf Hzn 'landbouwer in Opperduit' was (Aantekeningen van Klaas Boon, a.w., p. 135), terwijl Jacob zelf in zijn aantekeningen er ook melding van maakt van dat hij zijn broer Cornelis - kennelijk dus in buurt wonend en werkend - had geholpen bij onder meer het binnenhalen van het hooi (Aantekeningen Jacob van der Graaf, a.w., p. 151).

Klaas Boon memoreert in zijn opgetekende herinneringen (a.w., p. 95) dat 'op het inrijhek van de voortijds daar staande oude grote boerderij van den Heer C. v/d Graaf Hzn.' een gedicht stond te lezen, dat een verwijzing zou zijn naar bedreigingen aan het adres van de bewoners met brandstichting. De vraag is of deze bedreigingen wellicht ook verband hebben gehouden met indertijd hoog oplopende verschillen van inzicht en mening met betrekking tot de wenselijkheid van een stoomgemaal en ook andere waterstaatskwesties. Deze konden de gemoederen zeer bezig houden, zo blijkt. (Aantekeningen van Klaas Boon, a.w., p. 135-137).

Ook de boerderij van Jacob Hendriksz. van der Graaf aan de Opperduit had, zo meldde Klaas Boon (idem, p. 95), iets beschouwends: boven de deur in de voorgevel zou een engel gegraveerd zijn geweest die een weegschaal in de hand hield, aldus de Gerechtigheid verbeeldend. Op foto’s die mij van de oude boerderij bekend zijn, is deze afbeelding helaas niet te zien.

Oude boerderij Opperduit 304 (1)
De oude boerderij van Jacob Hendriksz. van der Graaf, Opperduit 304. Links staat de zoon van Jacob, Pieter van der Graaf.

Op de boerderij hebben voorts een zoon en een dochter van Jacob Hendriksz. van der Graaf en Sijgje de Jager, Pieter (1863-1934) en Marrigje (1870-1950), beiden ongehuwd, het boerenbedrijf voortgezet en uitgeoefend. De oude boerderij werd uiteindelijk omstreeks 1923 afgebroken, waarna er op dezelfde plek omstreeks 1925 een nieuwe boerderij werd gebouwd, die er thans nog staat (Opperduit 304).

Opperduit 304, nu
De omstreeks 1925 gebouwde boerderij van Pieter en Marrigje van der Graaf, Opperduit 304.

Pieter en Marrigje van der Graaf beëindigden in 1927 hun bedrijf, dat toen werd voortgezet door P. Breedveld, maar in 1941 weer door een Van der Graaf, en wel een kleinzoon van Jacob Hendriksz., namelijk Willem Hendrik oftewel Willempie van der Graaf (1915-2010), zoon van Jan Jacobsz. van der Graaf en Grietje de Vries. Willem Hendrik van der Graaf, getrouwd met Jacoba van Spengen, die in 1988 overleed, woonde bijna tot zijn dood in deze boerderij.

In de jaren vijftig – mij is niet bekend vanaf wanneer tot wanneer precies – woonden mijn grootouders, Stijntje Roest en Nicolaas Wzn. Broer, in een gedeelte van deze boerderij in bij de familie Van der Graaf. Stijntje Roest, dochter van Huig Roest en Sijgje van der Graaf, dochter van Cornelis Hendriksz. van der Graaf, en genoemde Willem Hendrik Van der Graaf, kleinzoon van Jacob Hendriksz. van der Graaf, waren achternicht en -neef van elkaar.

Aan mijn ouders, Nicolaas Nzn. Broer en Neeltje Alida Brakkee, die in maart 1959 trouwden en al kort daarna van mij in verwachting waren, werd door Willem van der Graaf en Jacoba van Spengen een oude, uit rotan gevlochten wieg gegeven, waarvan – zo herinnert zich mijn moeder – gezegd werd dat deze uit de familie Van der Graaf stamde. In deze wieg, steeds opnieuw bekleed, hebben behalve ikzelf mijn drie zussen, enkele baby’s van kennissen, en inmiddels ook al weer enkele jaren geleden mijn neefje en twee nichtjes gelegen. De wieg is er nog steeds.

Ikzelf ben op 8 mei 1960 vanuit het huis waar opa en oma Broer(-Roest) woonden, Opperduit 304, gedoopt in de Nederlands Hervormde Kerk in Lekkerkerk door ds. R. van ’t Lindenhout. Reden voor een fotosessie bij het woonhuis van de grootouders van vaderszijde.

Huig Pietersz. van der Graaf, Loetboer

Terug echter naar de vroege negentiende eeuw, naar de boerderij in De Loet, waar toen Pieter Hendriksz. van der Graaf en Annigje Huijgen(sd.) Boon hun boerenbedrijf  uitoefenden, dat werd voortgezet door hun tweede zoon, Huig van der Graaf. Dit overigens niet eerder dan dat deze, op 27 maart 1827 getrouwd met Cornelia Berkouwer (geboren op 2 september 1803 als dochter van Pieter Berkouwer (1750-1830) en Neeltje Dogterom (1775-1852)), gedurende de eerste jaren van het huwelijk gewoond had in Den Hoek (Opperduit) nr. 57, naast Huigs broer Hendrik, wiens boerderij als gezegd nr. 56 was.

Oude foto van het Loethuis
'Het Loethuis' met nog het voorhuis dat later is verdwenen.
Zie voor Neeltje van der Graaf en Willem Roest ookLekkerkerkse families II: De familie Roest. Huig van der Graaf en Cornelia Berkouwer kregen voor zover mij bekend een negental kinderen, vijf dochters en vier zonen. Voor zover ze trouwden was dat vrijwel steeds met partners uit Lekkerkerk zelf. Zo trouwde de oudste dochter Annigje (1828-1915) in 1850 met Cornelis Kersbergen; dochter Pietertje (1835-1908) met Hendrik van Wijnen; zoon Anthonie (1838-1901; hij zou de boerderij van zijn vader overnemen) met Neeltje den Oudsten; zoon Hendrik (1840-1915) met Willemina Geertruida Dogterom, en de jongste dochter Geertrui (1844-1912) met Lourens Broere (1842-1939).

De tweede dochter van het echtpaar Huig van der Graaf en Cornelia Berkouwer was Neeltje van der Graaf, geboren op 21 mei 1833. Zij trouwde op 8 januari 1858 met Willem Roest, die op 9 juli 1828 geboren was als zoon van Martinus Roest (1796-1857) en Elizabeth Neef (1789-1867).


© C.J.C. Broer en M.W.J. de Bruijn 2016. - Gepubliceerd 17 april 2015; laatst bewerkt 29 februari 2016.