Panorama Goirke
Startpagina | Inhoudsopgave | Lezingen | Uitgaven | Vrijwaring | Contact

op het web alleen op deze webstek
(om alleen op deze pagina te zoeken druk op Ctrl-F)
Terug naar de stamreeks
Joannes Josephus (Jan) de Bruijn

Mijn ouders gingen na hun huwelijk wonen in de Reit, in de Industriestraat langs de spoorlijn (tegenover de Bokhamer), waar ook mijn grootouders De Bruijn-Koks al woonden. De eerste drie kinderen zijn hier geboren. In 1954 zijn we verhuisd naar de Hasselt, waar de twee jongste kinderen het levenslicht zagen.
Industriestraat Tilburg 1938
Luchtfoto uit 1938 van het westelijk deel van de Industriestraat, langs de Spoorlijn van Breda naar Tilburg, met mijn geboortehuis en het huis waar mijn grootouders Tinus en Dingena de Bruijn-Koks woonden.

Linksboven op de foto, aan de noordkant van de spoorlijn, bevindt zich de Bokhamer, die nog gedeeltelijk bewaard is gebleven; rechts de oprit van het viaduct van de Ringbaan-West. Helemaal links, net buiten de foto, bevond zich de spoorwegovergang van de Reitse Hoevenstraat-Reitsestraat. Ik heb er als klein jongetje nog heel wat majestueuze stoomtreinen zien langsdenderen. We mochten soms zelfs op het bankje voor het huis van de spoorwegwachter naast de overweg zitten.

Mijn grootouders woonden in het tweede huis van rechts op de foto (de twee-onder-een-kaphuizen). Naast hen woonde, in ieder geval na de oorlog, de familie Van Gemert. Rechts daarvan, met een hele grote tuin, bevond zich de villa met het schild- of tentdak en de achteraanbouw van Ad (Adriaan Cornelis Johannes Maria) Kruijssen, eigenaar-directeur van een Tilburgse stalenramenfabriek. Hij trouwde in Tilburg op 27 mei 1941 met met Maria Anna Elisabeth Kolen, een zuster van onze buurman Frans Kolen. Zij waren kinderen van de landbouwer Jan Kolen en Adriana Leijten.

Op het erf van mijn grootouders' huis stonden een schuur en een schop, en achter in de tuin, tegen de schuur, een gebouwtje dat wij het 'kietje' (keetje) noemden. Er heeft ook nog een volière van mijn vader gestaan. In die tuin, waar zich ook een perzikenboom bevond, hangt op de foto de was te drogen. Volgens mijn vader hebben mijn grootouders op dit adres nog een geit en een varken gehouden, maar dat heb ik niet meer meegemaakt.

In de zijgevel van het huis bevonden zich muurankers met het jaartal 1862. In die tijd is de spoorlijn Tilburg-Breda aangelegd. Het was geen klein huis en het zou me niet verbazen als er ooit het weefgetouw van een thuiswever in heeft gestaan. Boven in de zijgevel zat ook een fors luik, dat in Tilburg wel als 'woldeur' wordt aangeduid. Daarlangs zou de wol opgeslagen zijn. Ik ben die term overigens nooit in de bronnen tegengekomen.

Aan de achterzijde van het huis bevonden zich een woonkamer en een keuken (de geut) met een pomp. Op het erf lagen twee waterputten. Er liep een gang van de woonkamer naar de straat. Links daarvan, vanaf de woonkamer gerekend, bevond zich de 'goei kamer', waar je eigenlijk nooit kwam, en rechts, vanuit een luik met treden erin, de kelder, met daarboven de hoger gelegen opkamer, waar mijn ongehuwde tante Jo sliep. Dat was een gezellige kamer, waar meer ruimte was dan alleen voor een bed. Mijn grootouders en mijn ongetrouwde oom Sjaak sliepen op de zolder, waar enkele kamers waren getimmerd.

Mijn geboortehuis stond links op de foto, rechts van de doorgang tussen de huizen. De keuken was als gebruikelijk uitgebouwd en achter op de door een schutting afgesloten plaats stond de plee, aangesloten op een beerput. IJskoud in de winter, al hadden we wel een echte toiletpot met wc-bril in plaats van een houten plateautje. Het huis had een voor- en een achterkamer, met vanuit de achterkamer een gang erlangs naar de voordeur. Achter de afgesloten plaats liep een open doorgang voor verschillende huizen. Daarachter bevond zich de tuin waar in mijn kinderjaren een kersenboom in stond, maar die was er in 1938 kennelijk nog niet, is in ieder geval niet op de foto herkenbaar. Die tuin werd verder niet veel gebruikt, al had mijn vader er, net als destijds thuis, een vogelkooi en stond er ook een kippenhok en -ren. Ik heb er met mijn buurjongetje, Jan Kolen, iets jonger dan ik, heel wat kuilen en sleuven gegraven.

Onze buren, Frans (Franciscus Johannes Norbertus) Kolen en Anna (Johanna Wilhelmina Lamberdina) Leijten, die op de foto gezien rechts van ons woonden, exploiteerden een boomgaard, die achter de huizen lag, maar in 1938 kennelijk nog niet bestond. De grond zal afkomstig zijn geweest van de ouders van Frans, de landbouwer Johannes Cornelis (Jan) Kolen, gehuwd met Adriana Leijten. Je kwam er vanaf de Reitsestraat over een pad tussen hagen door langs de boerderij van Jan Groenen, zichtbaar op de foto met openstaande schuur. Dat paadje werd toepasselijk het 'Jan Groenenpedje' genoemd. Eerst kwam je in de Industriestraat nog langs het huis met de kruidenierswinkel van 'Keeke' – haar achternaam weet ik niet meer – helemaal links op de foto.

Kortom, idyllische vroege kinderjaren, al moest er in die wederopbouwtijd na de oorlog hard en lang gewerkt worden voor weinig geld. De werkweek hield pas op zaterdagmiddag op. Toch hielpen mijn vader en ooms in de zomeravonden onze buurman nog bij het binnenhalen van de fruitoogst. Ook wij als kinderen hielpen mee, al snoepten we doorgaans meer dan we plukten.

De straat en de huizen moesten aan het eind van de jaren vijftig van de vorige eeuw verdwijnen voor de spoorverbreding en de stadsuitbreiding. Nu ligt op het rechtergedeelte van de foto het Reitseplein met Bureau van Spaendonck. In de Bokhamer bevindt zich  inmiddels een moskee, maar ook staan er nog steeds de zogeheten Maycrete-woningen, na de oorlog als geprefabriceerde noodwoningen gebouwd.


© 2019 C.J.C. Broer en M.W.J. de Bruijn. - Gepubliceerd 10 juni 2019; laatst bewerkt 10 juni 2019.