Panorama Goirke
Startpagina | Inhoudsopgave | Lezingen | Uitgaven | Vrijwaring | Contact

op het web alleen op deze webstek
(om alleen op deze pagina te zoeken druk op Ctrl-F)

Bronnen
Voor de hier gebruikte afkortingen zie ook de webpagina Stamreeks Van Heyst-De Bruijn.
Algemeen Rijkarchief Brussel, Rekenkamers 45072, blz. 84 en 89 (cijnskring Tilburg; 1380).
Brabants Historisch Informatiecentrum [BHIC], Illustere-Lieve-Vrouwebroederschap 117, f. 146v.
Gemeentearchief 's-Hertogenbosch [GAHt], Rechterlijk archief 's-Hertogenbosch [R.]  1177, f. 75v. (24.9.1383); 1180, blz. 291 (28.1.1395); 1182, blz. 178 (31.5.1400), blz. 481 (14.4.1401), blz. 517 (4.5.1401), blz. 568 (11.6.1401); 1183, f. 62 (26.11.1402), f. 284 (29.3.1403); 1184, f. 230v. (28.11.1405; 11.2.1406); 1185, f. 224 (27.10.1407), f. 400 (12.7.1408); 1187, f. 372 (24.3.1412); 1188, f. 138v. (27.3.1413); 1191, f. 121 (5.5.1419).
Regionaal Archief Tilburg [RAT], R. Oisterwijk 143, f. 62v. (2.7.1420).

Literatuur
Een overzicht van de geschiedenis van Tilburg van de achtste tot het midden van de vijftiende eeuw met literatuuropgave biedt Lauran Toorians (red.), 'Tilburg in de Middeleeuwen 709-1450', in: C. Gorisse (hoofdred.), Tilburg stad met een levend verleden (Tilburg 2001) 47-94.
Jan Pauwels van Heyst

Jan Pauwels van Heyst bezat een hoeve bij de Lind – iuxta tiliam dictam die lyndboem – in Tilburg in de Stokhasselt (R. 's-Hertogenbosch 1187, f. 372 (24 maart 1412)). Deze hoeve vormde een deel van het zogeheten Goed ter Linden.

J
an van Heyst komt voor in het hertogelijk cijnsregister van 1380 in de cijnskring Tilburg. Gerit Crillart betaalde toen een cijns van 9 penningen nieuw voor Jan van Heyst (Rekenkamers 45072, blz. 84). Jan betaalde zelf een cijns van 9 penningen vanwege Amijs van der Hasselt (ald. blz. 89: Iohannes de Heyst ex parte Mijs de Hasselt IX d. nov.). In een Bossche schepenakte van 24 september 1383 komt hij voor als belender van een stuk land aen die Stoc hasselt in Tilburg (R. 1177, f. 75v.). Op 28 januari 1395 verkocht Gijsbrecht zoon van wijlen Jan Meynnaerts hem een halve bunder beemd (hooiland) in Tilburg in de Grote Beemd bij den Vee dike (R. 1180, blz. 291). Op 31 mei 1400 verkreeg hij een erfelijke pacht van een mud rogge Oisterwijkse maat uit een stuk grond in Oisterwijk van Willem zoon van Filips van Macharen schoenmaker (R. 1182, blz. 178).

Drie Bossche schepenakten uit 1401 geven meer inzicht in de familieverhoudingen en in de rechten op onroerend goed in die tijd. Op 14 april van dat jaar gaf Goiart zoon van wijlen Goiart van Heyst een stuk land van een half mudzaad (1 mudzaad is 12 lopenzaad (lopense)) groot in Tilburg op Stoc hasselt tussen erf van Jan van Heyst, broer van genoemde Goiart, aan de ene zijde en tussen erf van Willem van Heyst, zoon van genoemde Goiart van Heyst, strekkend met het ene eind aan de openbare straat geheten die Stoc hasselt, in erfelijke pacht aan Jan van Heyst, zoon van Jan van Heyst, voor een erfelijke pacht van een mud rogge Bossche maat, ieder jaar te betalen op Maria Lichtmis en in Tilburg te leveren. De pacht mocht gedurende zeven volgende jaren ieder jaar worden afgekocht met 42 Gelderse guldens van 36 gemeyn placken voor iedere gulden, en met de pacht van het jaar van de afkoop en met eventuele achterstallige betalingen (R. 1182, blz. 481).

Familieleden en buren hadden in bepaalde gevallen het recht om dergelijke transacties te ‘naasten’, dit wil zeggen om voor hetzelfde bedrag over te nemen. Degene die er een beroep op deed kon het recht overnemen – hij moest letterlijk laten zien dat hij daar zelf het geld voor had (exhibere patentes denarios, quos suos proprios esse dicere) – of het aan de eerdere verkrijger laten, die hem daarvoor vanzelfsprekend een bedrag betaalde.

Jan Pauwels' zoon Pauwels van Heyst kennen we slechts uit een tweetal akten:
– nadat hij een pacht van een mud rogge uit een huis aan de Heuvel en een stuk land in het Goed ter Linden, beide in Tilburg, had verkocht aan Wouter Bac, zoon van wijlen Jan Ommaet, ten behoeve van Wouter Nouten en zijn vrouw Liesbet, natuurlijke dochter van Jan Bac Bertoutsz. van Tilburg, beloofde Jan van der Veken op 20 maart 1399 aan Pauwels dat hij die pacht vóór Maria Lichtmis (2 februari) naastkomende zou lossen en terugkopen. De akte is overigens niet afgewerkt; datering en getuigen ontbreken (R. 1281, f. 168, blz. 331);
op 4 mei 1401 verscheen Pauwels voor de Bossche schepenen, en deed een beroep op zijn naastingsrecht (ius proximitatis) van een pacht van een mud rogge die Goiart Goiartsz. van Heyst bezat uit een stuk grond in de Stokhasselt tussen erf van Jan van Heyst de oude en erf van Willem Goiartsz. van Heyst. Jan Jansz. van Heyst had deze pacht van Goiart Goiartsz. verkregen. Jan deed vervolgens afstand van die pacht, waarna Pauwels ze hem weer overdroeg (R. 1182, f. 206, blz. 517 nw.). Het is niet geheel duidelijk of het hier om de pacht van een mud rogge ging van de transactie van 14 april 1401. Dan zou Jan Jansz. van Heyst deze pacht snel daarna moeten hebben afgekocht van Goiart Goiartsz. van Heyst.

Mogelijk heeft ook een akte van 7 juni 1408, waarin een Pauwels van Heyst de helft in een bunder beemd in Tilburg in het Lievengoor verkocht, betrekking op de hier behandelde Pauwels (R. 1185, f. 372). Maar het kan ook om Pauwels Goiartsz. van Heyst zijn gegaan.

Pauwels zoon van Jan Pauwels moet vóór 5 mei 1419 zijn overleden. Op die datum verkocht Jan van Heyst, zoon van wijlen Pauwels van Heyst, het vijfde deel van tGoet ter Lijnden, dat hij van zijn grootouders Jan van Heyst en Liesbet had geërfd, en alle roerende en onroerende goederen die hij van hen geërfd had aan Hendrik Meusz. van Wickenvoirt (R. 1191, fol. 121).

Deze Jan Pauwels van Heyst was dus een kleinzoon van de hier behandelde Jan Pauwels en was gehuwd met Aartke Aart van den Bloc (zie R. 1192, f. 406 (17.12.1421) en R. 1211, f. 99 (3.10.1440). In 1422-1423 liet hij zich met zijn vrouw inschrijven als lid van de Lieve-Vrouwebroederschap in 's-Hertogenbosch, waar zij door een ijverige klerk werden genoteerd als Jan van Heyst Pouwels soen ende Art Arts dochter vander Plock (!) sijn wijf. (BHIC, Illustere-Lieve-Vrouwebroederschap 117, f. 146v.). In de genealogieën op het web wordt Aartke vaak abusievelijk aangeduid als echtgenote van Jan Pauwels' gelijknamige grootvader.


Op 11 juni 1401 maakte Jan Pauwels van Heyst (de oude) in aanwezigheid van zijn zoon Jan van Heyst, de verkrijger van het hierboven genoemde stuk grond, gebruik van zijn naastingsrecht op die grond. Jan junior deed daarvan afstand, waarna zijn vader al zijn recht van afkoop dat hij vanwege zijn naastingsrecht had verworven weer overdroeg aan zijn zoon (R. 1182, blz. 568).

In 1403 trouwde Jans dochter Mechteld met Hendrik zoon van wijlen Meus van Wickenvoirt. Als huwelijksgave kreeg het echtpaar een erfelijke pacht van 15 lopen rogge Bossche maat die de gebroeders Peter en Gerit, zonen van wijlen Hendrik Pasteel, aan Jan hadden beloofd uit twee bunder land in de parochie Alphen ter plaatse geheten Brakel (R. 1183, f. 284).

Op 28 november 1405 droeg Jan zelfs al zijn roerende en onroerende goeden aan zijn schoonzoon Hendrik van Wickenvoirt over en kreeg ze op 11 februari 1406 van hem voor tien jaar in huur terug tegen de lasten die eruit gingen en een jaarlijkse huursom van 10 nuwe gulden (R. 1184, f. 230v.). Het is overigens ook denkbaar het bij deze overdracht en huur niet om Jan senior maar om Jan junior is gegaan. De laatste is kort hierna overleden. Jan de oude was op 27 oktober 1407 aanwezig in de schrijfkamer van de Bossche schepenen bij de aankoop van een pacht ten behoeve van de weduwe en kinderen van zijn zoon (zie de volgende generatie).

Jan Pauwelsz. van Heyst moet overleden zijn vóór 14 maart 1412. Op die datum verkocht zijn schoonzoon Jan Petersz. Polslauwer van Venloon een erfelijke pacht van zes lopen rogge uit het vijfde deel van een hoeve met zijn toebehoren van wijlen Jan van Heyst, gelegen in de parochie Tilburg bij de linde geheten die lijndboem (R. 1187, f. 372). Dit vijfde deel duidt erop dat er vijf kinderen waren.

Blijkens een schepenakte van 27 maart 1413 was Jan Polslauwer getrouwd met Liesbet dochter van wijlen Jan van Heyst. Op die dag droeg het echtpaar een aantal goederen over aan hun zwager Hendrik Meusz. van Wickenvoirt (R. 1188, f. 138v.). Het ging hierbij om:
–    de helft van een beemd geheten die Langbeemt in Tilburg op Qualenwyel;
–    een huis geheten een boer zonder zijn ondergrond gelegen op erf van wijlen Jan;
–    het vijfde deel van alle erfelijke goederen en van een woonhuis in de parochie Tilburg dat zij van wijlen Jan geërfd hadden;
–    het vijfde deel in een erfelijke pacht van 15 lopen rogge Bossche maat die Jan had uit erven in de parochie Alphen ter plaatse geheten Aesvoert;
–    het vijfde deel van alle erfelijke goederen die Liesbet weduwe van wijlen Jan van Heyst na haar dood zou nalaten en welke goederen zij toen, dus in 1413, bezat (R. 1188, f. 138v.). Met deze laatste mededeling leren we ook de voornaam van Jans weduwe kennen: een niet nader aangeduide Liesbet. Ook wordt in deze akte bevestigd dat het om vijf erfporties ging.

Als vijfde kind van Jan Pauwelsz. van Heyst (de oude) mag men misschien een Katelijn dochter van Jan van Heyst zien. Deze was in eerste huwelijk getrouwd met Aart Aart Emmen en overleed vóór 2 juli 1420 (R. Oisterwijk 143, f. 62v.). Het echtpaar had een zoon Jan, die zich ook Van Heyst noemde of althans zo genoemd werd (R. 1218, f. 327 (1.2.1448): Iohannes de Heyst, filius quondam Arnoldi Emmen).


Opmerkelijk is de verklaring van Meus zoon van wijlen Hendrik van Wickenvoirt op 31 maart 1433 dat hij in het bezit was van de helft van de hoeve geheten tGuet ter Lijnden van Jan van Heyst, gelegen in de parochie Tilburg ter plaatse geheten die Heysyde, en een huis, erf en tuin in ’s-Hertogenbosch op de Vughterdijk (R. 1203, f. 175v.). Ondanks het feit dat hij delen van Ter Linden verworven had, was dit zeker niet de helft van de oorspronkelijke hoeve. Maar van de vijf delen waaruit het al gesplitste goed bestond zal hij er drie van de vijf hebben verworven, om te beginnen het door zijn vrouw Mechteld geërfde deel. Een tweede vijfde deel van de al in tweeën gesplitste hoeve heeft Jan van Heyst, zoon van Pauwels (Jan Pauwels) van Heyst, op 5 mei 1490 overgedragen aan zijn oom Hendrik Meus van Wickenvoirt (R. 1191, f. 121). Jan zal dit vijfde deel hebben geerfd van zijn vader. Met deze overdracht had Hendrik twee van de vijf parten van de al gesplitste hoeve in zijn bezit. Een derde vijfde deel zal behoord hebben aan Hendriks zwager Jan Polslauwer, gehuwd met Liesbet Jansdr. van Heyst. Jan en zijn vrouw transporteerden op 27 maart 1413 namelijk alle goederen die zij van hun vader en schoonvader Jan van Heyst hadden geërfd aan Hendrik Meusz. van Wickenvoert (R. 1188, f. 138v.), waartoe ook dit deel behoorde. De andere twee delen zullen zijn blijven behoren  aan respectievelijk mijn voorvader Jan van Heyst (zie generatie III) en waarschijnlijk de hierboven genoemde Katelijn van Heyst gehuwd met Aart Aart Emmen (zie R. Oisterwijk 143, f. 62v.).

Terug naar de stamreeks

© 2015-2019 C.J.C. Broer en M.W.J. de Bruijn. - Gepubliceerd 20 juli 2015; laatst bewerkt 1 juli 2019.