Panorama Goirke
Startpagina | Inhoudsopgave | Lezingen | Uitgaven | Vrijwaring | Contact

op het web alleen op deze webstek
(om alleen op deze pagina te zoeken druk op Ctrl-F)

Bronnen
De gegevens uit de doop-, trouw- en begraafregisters worden niet gespecificeerd.
Voor de hier gebruikte afkortingen zie ook de webpagina Stamreeks Van Heyst-De Bruijn.
Regionaal Archief Tilburg [RAT], Rechterlijk Archief Tilburg [R.]  56 nw. (25.10.1627; 7.12.1627); 3222 nw. (15.4.1630); 354, f. 65 van 1631 (23.1.1631); R. 354, f. 1 van 1631 (12.7.1631); 356, f. 136v. (16.1.1634); 405, f. 8v. (28.2.1636); R. 85, f. 30v. (24.3.1642); 360, losliggende akte bij f. 169bis (16.2.1645); 363, f. 30v. (13.3.1651); 373, f. 10 (3.2.1674); Oud adm. arch. 2 (dorpsrekening 1631) f. 2v.; 221 (kommerregister 1649 onder Loven); 266 (kommerregister 1627 onder Loven); 267 (kommerregister 1628 onder Loven); 291-3 (register reële omslag 1658 onder Loven); 291-4 (register reële omslag 1662 onder Loven); 781 (register H. Geest 1659/60 onder Loven).

Literatuur
Een overzicht van de geschiedenis van Tilburg met literatuuropgave biedt M.W.J. de Bruijn, ‘Groeien tegen de verdrukking in 1450-1780’, in: C. Gorisse (hoofdred.), Tilburg stad met een levend verleden (Tilburg 2001) 95-187. Zie verder M.W.J. de Bruijn, ‘Eene pretense staeck. Nakomelingen van Jan Paulus Peters als gepretendeerde erfgenamen van Jan Cornelis Baesten uit Tilburg’, in: T. Reniers (red.), Leo Brabanticus. Liber amicorum voor dr. Leo Adriaenssen (’s-Hertogenbosch 2011) 362-369.

Jan Pauwels Peters

Mijn voorvader Jan Pauwels Peters is rond 1607 in Tilburg geboren. Op 22 januari 1628 trouwde hij met de Enschotse Maria Joost Deckers.

Uit dit echtpaar werden zeven kinderen geboren, waarvan het eerste nog in 1628 en het laatste in 1648. Opmerkelijk is dat ze niet alleen allemaal volwassen zijn geworden, maar ook nog allemaal getrouwd. Toen de vader in 1659 overleed, waren er nog vier onmondige kinderen. Zoon Bartel, mijn voorvader, zal in beginsel het boerenbedrijf hebben voortgezet. Het moet een armoedige bedoening zijn geweest.

Begin juli 1627 had hij bij het drinken van kwanselbier in het huis van Jan Gerit Geritsz. ter gelegenheid van het huwelijk van zijn broer Cornelis ernstig gewond of zelfs gedood kunnen zijn door een aanvaller met een mes, wanneer zijn zuster Marie niet tussenbeide was gesprongen (RAT, Tilburg R. 56). Zijn zuster liep daarbij een ernstige wond aan haar hand op, waarvoor zij zich twee maanden lang door de chirurgijn moest laten behandelen. De dader was Antonis Adam Hendriksz. Jan legde hierover zelf een getuigenverklaring af, waarbij hij verklaarde ongeveer twintig jaar oud te zijn. Ook het slachtoffer, zijn zuster Marie, legde een dergelijke verklaring af, net als Adriaan Denis Petersz., oud 26 jaar, en Cornelis Jan Jansz., oud in de 20. In oktober van hetzelfde jaar vond het strafproces tegen de dader plaats. Helaas heb ik de uitslag nog niet kunnen achterhalen.

In 1631 was Jan aangewezen als collecteur, inner van de belastingen, voor de herdgang Loven in Tilburg. Dit betekende dat hij enigszins kon lezen en schrijven, want hij moest zelf verantwoording afleggen van de inkomsten. Overigens ondertekende hij het hieronder vermelde pachtcontract met een kruisje.

De ‘zetting’ – het bedrag waarvoor iedere belastingplichtige getaxeerd was – bedroeg voor de herdgang 18 gulden 1 stuiver 2 oort. Dit bedrag moest 204 maal (!) worden geïnd, zodat hij verantwoordelijk was voor de ontvangst en afrekening van 3.684 gulden en 15 stuivers. Dit was voor één herdgang een zeer hoog bedrag, te wijten aan de oorlogstoestand.

In hetzelfde jaar 1631, op 15 april, huurde Jan voor de tijd van vier jaar een akker van 2½ lopense op Loven van de kinderen van Adriaan Cornelis Hendriksz. De pachtsom bedroeg 15 lopen rogge per jaar, te betalen met Kerstmis (RAT, Tilburg R. 3222). Blijkens een aantekening achter op het contract was de huur hierna verlengd. Maar Jan was op den duur achterstallig met het betalen van de pacht. In 1641 werd hij voor de Tilburgse schepenbank gedaagd door Cornelis Adriaan Cornelisz. wegens het niet betalen van de pacht over het jaar 1638 en de betaling van 1 gulden en 10 stuivers wegens geleverd rood laken. De eiser, die ook het pachtcontract had ondertekend en eigenhandig de notitie over de verlenging had geschreven, was overigens getuige geweest bij het huwelijk van zijn broer Cornelis op 15 juli 1627. Hij zal dus tot de naaste familie of kennissenkring hebben behoord. Ook van dit proces heb ik de uitslag nog niet kunnen achterhalen.

Na de inname van ’s-Hertogenbosch in 1629 door de Staatse troepen, was de strijd in de Meierij tussen Spanje en de Republiek weer in alle hevigheid opgelaaid. Omdat Spanje niet wilde erkennen dat met de stad ook de daartoe behorende Meierij in Staatse handen was gevallen, gingen de Staten hier niet alleen, net als de Spanjaarden, belasting heffen, maar maakten zij zich ook schuldig aan allerlei wraakoefeningen, ‘retorsies’. Daarom wordt deze periode het ‘retorsietijdperk’ genoemd. Vanzelfsprekend waren vooral de bewoners van het Meierijse platteland hiervan de dupe. Dat zoon Arnoldus (Aart) gedoopt is in Alphen is te wijten aan de vlucht van de katholieke geestelijkheid voor de geloofsvervolging uitgevoerd door de legers van de protestantse Republiek der Verenigde Nederlanden. In het Land van Breda, waar Alphen in lag, dat ook onder de Republiek viel, regeerden de Oranjes, die een grotere geloofsvrijheid toestonden.

Op 16 januari 1634 werden de vaste goederen van Jans ouders gedeeld (RAT, R. 356, f.136v.). Hij kreeg hierbij:
– een binnenacker, ooyck gelegen ter plaetsen Loeven binnen dese voorscreven prochie van Tilborch in den aenstede Cornelis Hendrick Smolders, aldaer tusschen erffenisse Laureys Peeter Gijben noordeynde, Huybert Jan Brocken oostwaerts ende westwaerts Geeraert Cornelis Hendricx Smolders, streckende met den eenen eynde aen de gemeyn straete, ut dicebant, los ende vry;
– item denselven alnoch een ackerken ter selver plaetsen geheyten het Hoecxken, los ende vry.
Hij moest hiervoor wel 50 gulden betalen aan Peeter Pas, ruyter binnen Breda.

Dat Jan ook behoefte had aan contanten, blijkt uit de lening die hij op 28 februari 1636 afsloot met joffrouwe Anna Buerdam (R. 405, f. 8v.). Hij beloofde 106 gulden te betalen op Lichtmis (2 februari) 1646 en ieder jaar op Lichtmis 6 gulden interest. Dat was voor die tijd een forse rente. Als onderpand diende een stuk erf van 2½ lopense op Loven tussen Laureis Peter Jan Gijsbert Segers de ene zijde, Gerit Cornelis Smolders de andere zijde, strekkende van Huibert Jan Brock tot de openbare straat. De lening werd afgelost op 26 maart 1642. Merkwaardigerwijs had Jan twee dagen eerder juffrouw Bondam in rechte aangesproken (R. 85, f. 30v.). Mogelijk wilde zij hem geen kwijting verlenen. De zaak zal dus met een sisser zijn afgelopen.

In 1645 trad Jan op als voogd en Joost Klaas Geritsen de Cock als toeziend voogd voor de onmondige kinderen van Jans overleden zuster Marie of Maaike, die gehuwd was geweest met de timmerman Peter Jan Adriaansen van Riel. Deze was inmiddels hertrouwd met Jenneke Adriaan Niclaas Geritsen de Cock (R. 360, losliggende akte bij f. 169bis (16.2.1645)). Overmits die soberheyt van hunne middelen werd er een speciale regeling getroffen in plaats van een gewone deling.

Zoals uit het voorgaande wel is gebleken, zal Jan het niet breed hebben gehad. In het kommerregister van 1649 (RAT, Oud adm. arch. 221) staat hij onder de herdgang Loven als volgt getaxeerd:
18 -  2 -  0   Jan Pauwels Peeters saijlant in verscheijde percelen    
7 lopen 12 roijen

5 - 12 -  0   weijlant     2 lopen 12 roijen
7 -   0 -  0   met eene huijsinge.

In het register van de reële omslag van 1658 van de herdgang Loven wordt gesproken van Jan Pauwels Peters lant 2¼ lop. met een keetken, getaxeert op 3 – 11 – 0 (RAT, Oud adm. arch. Tilburg 291-3). In de kantlijn staat hierbij aangetekend Pro Deo, wat waarschijnlijk betekende dat men niet kon betalen. Wellicht was de vader toen al ziek. Een langdurige ziekte of invaliditeit zou de afname van de hoeveelheid onroerend goed in minder dan tien jaar kunnen verklaren.

In 1662 luidde de vermelding in het register van de reële omslag (RAT, Oud adm. arch. Tilburg 291-4):
   Looven
De weduwe Jan Pauwels Peters een keetken, 2¼ lopensaet lant aen de Houtstraet, geheyten Peer Maeys stede, belast met 3 gulden 15 stuyvers tot Breda aenden kinderen Peeter Pasch.
Zelfs het keetje was dus nog belast met een niet geringe cijns: er moest jaarlijks 3 gulden en 15 stuivers uit betaald worden.

In zijn Beschrijvinge der stadt ende Meijerije van ’s Hertogenbossche (Amsterdam 1649) 9, zegt Jacob van Oudenhoven over de boeren in de Meierij in die tijd:
Haren ordinairen Lijftocht is seer sober. Gebraden knollen, dewelcke de spijse van dien grooten Roomschen Curius Dentatus waren, zijn hare delicatessen. Des somers gaen sij veel blootvoets, ende hebben dat met de luijden van de warme landen ghemeijn, ende des winters gaen sij op zijn Boheems gheschoeijt met holle- of houte Blocken. Om slecht gelogeert, gebedt, ghekleedt en getracteert te zijn, en behoeft daer de ghemeijne Man in geen Clooster te gaen, maer vele gaen daer inne de strengste Clooster-Ordens verre te boven. In hare armoede zijn sij seer wercksaem, ende doorgaens stercke, ghesonde ende welvarende Luijden, ende komen vele tot enen seer hooghen ouderdom.
Een en ander zal ook op veel van mijn  voorouders van toepassing zijn geweest. Opmerkelijk is in ieder geval dat de kindersterfte niet heel hoog was. En wat die hoge ouderdom betreft: iemand van zeventig werd al heel oud gevonden.

De eerste uit het gezin die trouwde – in Tilburg (pr.) op 25 januari 1660 – was Anneke. Zij huwde met Cornelis Vreis Klaas uit Enschot. Bij het huwelijk verscheen haar broer Adriaan in plaats van hun moeder.

De oudste, Paulijn, zal met de smid Jan Willems Jan Jochems van Os, weduwnaar van Maddeleen Michiels, een goede partij gevonden hebben. Na haar huwelijk op 25 februari 1663 zien we hem verschillende malen voor de familie optreden. Een nog betere huwelijkspartij was Peter Michiel Adam Wijtens, die op 7 april 1669 trouwde met Marie. Hij was afkomstig uit een gegoede Tilburgse familie. Dat het echtpaar voor de voltrekking van het burgerlijk huwelijk niet gratis voor de predikant trouwde, maar betaald voor de schepenen duidt op zijn welstand.

Opmerkelijk is dat twee kinderen, Adriaan en Peter, met de geslachtsnaam Kronenburg werden aangeduid (zie hiervoor M.W.J. de Bruijn, 'Eene pretense staeck. Nakomelingen van Jan Paulus Peters als gepretendeerde erfgenamen van Jan Cornelis Baesten uit Tilburg', in: Ton Reniers (red.), Leo Brabanticus. Liber amicorum voor dr. Leo Adriaenssen ('s-Hertogenbosch 2011) 362-369). Ik heb voor deze naam geen verklaring.

De weduwe overleed in Tilburg op 15 december 1673. Al haar kinderen waren toen al getrouwd. Op 3 februari werden de onroerende goederen uit haar nalatenschap verkocht (zie in de kolom hiernaast):
–   een huisje met tuin en hout (?) daarop, 1½ lopense groot, op Loven, belast met 2 lopen en 7½ kom erfrogge aan de rentmeester van de geestelijke goederen in 's-Hertogenbosch;
–    een perceel akkerland van 2 lopense aldaar.
Het huisje was toen in het bezit van zoon Adriaan. Alle kinderen samen verkochten het stukje akkerland. Dit schamele bezit kwam ongeveer overeen met het vermelde in de registers van de reële omslag van 1658 en 1662.

De verkoop van de onroerende goederen in de nalatenschap van Jan Pauwels Peters en Maria Joost Deckers had plaats voor de Tilburgse schepenen op 3 februari 1674 (RAT, R. Tilburg 373, f. 10):
Bartholomeeus, Adriaen ende Peeter gebroeders, soonen wijlen Jan Paulus Peeters, daer moeder aff was Maria Joost Deckers, Jan Willem Jan Jochems als man ende momboir Paulina sijne huijsvrouwe, Cornelis Laureijs Claes als man ende momboir Anna sijne huijsvrouwe, Peeter Michiel Wytens als man ende momboir Maria sijne huijsvrouwe, gesusteren, dochteren wijlen Jan Paulus Peeter ende Maria Joost Deckers voorschreven, hebben wettelijck ende erffelijck vercocht ende mits desen opgedragen ende overgegeven aen ende ten behoeve van Cornelis Huijbert Ancems een parcheel ackerlants, groot twee ende een halff loopensaeten off daerontrent begrijpende, gelegen binnen de parochie van Tilborch ter plaetse genoemt Looven, aldaer tusschen erffenisse Wouter Hendrick Emmen oist, west de gemeijne straet, suijt Cornelis Huybert Ancems, noort de weduwe Jan Huijbert Brocken, los ende vrij, ende dit mette gerechticheijt van te wegen als oock te gedoogen het wegen als van outs. Ende hebben etc., gelovende etc., allen commer etc., pro ut in forma. Actum 3 febr. 1674. Scabini Versteegh et Wijtens.

Hiervóór, maar op dezelfde dag, had zoon Adriaan een huisje getransporteerd:
Adriaen soone wijlen Jan Paulus heeft wettelijck ende erffelijck vercocht, opgedragen ende overgegeven aen ende ten behoeve van Huijbert Huijbert Brocken een huijsken ende hoff met den hout (?) daer opstaende, groot anderhalff loopensaet oft daerontrent begrijpende, nochtans soo groot ende cleijn als tselve gestaen ende gelegen is binnen de parochie van Tilborch ter plaetse genoemt Looven, aldaer tusschen erffenisse west Huijbert Brocken, oist Cornelis Huijbert Ancems, suijt Marten Gerit Claes, noorden de straet, los ende vrij, uytgenomen twee loopen seven ende een halff commen erffrogge jaerl. aende rentmeester Van Deurssen tot ’s Bosch. Ende heeft etc., gelovende etc., allen commer etc., pro ut in forma. Actum 3 febr. 1674. Scabini Versteegh de relatu Wijtens.
Hoewel dit niet blijkt, lijkt het dat het hierbij om het huisje van de weduwe is gegaan, dat mogelijk al eerder uit de boedel is weggehaald.

Terug naar de stamreeks

© 2015 C.J.C. Broer en M.W.J. de Bruijn. - Gepubliceerd 27 juli 2015; laatst bewerkt 20 november 2019.