Afbeelding Droochsloot Utrecht
Startpagina | Inhoudsopgave | Lezingen | Uitgaven | Op en rond het Domplein | Vrijwaring | Contact

op het web alleen op deze webstek
(om alleen op deze pagina te zoeken druk op Ctrl-F)
Dit artikel is oorspronkelijk verschenen in Over kaken, broodbanken en etstoelen. Sporen van Middeleeuws Nederland, onder redactie van Esther Koch, Erwin Mantingh, Jos Stöver en Kaj van Vliet (Utrecht 1995) 103.

Op het ontstaan van de kloostergemeenschap op de Hohorst is uitvoerig ingegaan in met name mijn dissertatie,
Uniek in de stad, uit 2000, waarin ook nadere literatuur is te vinden, en – in korter bestek – in Utrechts oudste kloosters. Van Sint-Salvator tot Paulus, verschenen in 2007.



















De beken bij Amersfoort
Amersfoort, Leusden en de Hohorst in het stroomgebied van de Eem en de beken die erin uitmonden. Tekening M.W.J. de Bruijn.


De Heiligenberg op de plattegrond van Jacob van Deventer
Detail van de stadsplattegrond van Amersfoort van Jacob van Deventer omstreeks 1560, met daarop nog net aangegeven de Heiligenberg.


Topgrafische kaart Heiligenberg
Topografische kaart, detail, met de ten zuidoosten van de stad Amersfoort en ten noorden van het goed Lokhorst gelegen Heiligenberg.
De Hohorst of Heiligenberg bij Amersfoort
door Charlotte Broer


Op enige afstand van Utrecht ligt een weinig toegankelijke heuvel, die aan één zijde begrensd wordt door een rivier en aan de overige kanten omgeven is door een groot moeras, zo vermeldt de elfde-eeuwse historieschrijver Alpertus van Metz. Deze afgelegen plek aan wat later de Heiligenbergerbeek genoemd wordt, ten zuidoosten van het huidige Amersfoort, heette de Hohorst. Dit betekent: ‘met bomen begroeide hoogte’.


De Hohorst of Heiligenberg

De Hohorst of Heiligenberg aan een tak van de Eem, die hier ook wel de Heiligenberger of Lunterse beek wordt genoemd. Foto M.W.J. de Bruijn 1994.

Hier liet bisschop Ansfried van Utrecht omstreeks het jaar 1000 een kapel en voor zichzelf een cel bouwen om zich daar in alle rust voor gebed te kunnen terugtrekken. Toen ook anderen zich daarna tot een dergelijk religieus leven aangetrokken voelden en zich hier vestigden, ontstond er een kloostergemeenschap, waar monniken leefden volgens de regel van Benedictus. Vanwege de als heilige vereerde grondlegger van het klooster noemde men de Hohorst later wel de Heiligenberg. Ook komt de naam Mariënberg voor, wat verwijst naar de voornaamste patroonheilige van het klooster, dat één van de oudste benedictijner abdijen was in Noord-Nederland.

Lang is de gemeenschap overigens niet op deze plek gevestigd geweest. Al tegen 1050 werd ze door een van Ansfrieds opvolgers, bisschop Bernold, overgebracht naar Utrecht, waar ze sindsdien bekend zou staan als de Sint-Paulusabdij. Ook deze abdij, die even ten zuiden van het Domplein heeft gestaan, bestaat niet meer. Op de oorspronkelijke vestigingsplaats op de Heiligenberg bleef naast een kapel een uithof van de abdij bestaan, waarvan het beheer gevoerd werd door een proost. Onder deze hof ressorteerden de verschillende abdijbezittingen in de omgeving, die door ontginningen in de elfde en twaalfde eeuw in belang toenamen. Degenen die hier land van de abdij in gebruik hadden dienden in die hof aan de proost hun betalingen en leveranties te doen.

Op een omstreeks 1560 door Jacob van Deventer getekende kaart van Amersfoort en omgeving is de Heiligenberg nog te zien met op het zuidelijk deel ervan de kapel. Aan de voet van de Berg bevindt zich aan de oostzijde een vierkant gebouw dat door een grachtje wordt omgeven. Waarschijnlijk is dit de proosdij. Deze  heeft gefunctioneerd tot kort na 1572. In dat jaar namen de Geuzen Amersfoort is en werd mogelijk de kapel op de Berg verwoest. Na de Hervorming en de opheffing van de Sint-Paulusabdij in Utrecht in 1580 namen de Staten van Utrecht alle bezittingen van de abdij over. De Heiligenberg kwam nadien in handen van particulieren en het geheel ontwikkelde zich tot een buitenplaats.

Wat er nog aan middeleeuwse bebouwing restte, is vervolgens praktisch geheel verdwenen. Nadat zij waarschijnlijk al in de zeventiende eeuw verbouwd was, werd de voormalige proosdij in de negentiende eeuw afgebroken om plaats te maken voor het huis zoals dit er heden ten dage staat. Verder verdwenen door de aanleg van tuinen – waarvoor de Berg aan de zuidkant werd afgegraven om het noordelijk deel op te hogen – op de Berg vrijwel alle eventuele restanten van het oude middeleeuwse klooster en de kapel. Bij amateur-opgravingen in het begin van de twintigste eeuw zijn vooral op het opgehoogde noordelijke deel van de Berg nog slechts puinresten aangetroffen. Daaronder echter kwam toen wel een fraaie, mogelijk veertiende-eeuwse tegelvloer aan het licht.

Ofschoon dus op deze plek van de Middeleeuwen uiteindelijk weinig is overgebleven, is de door Alpertus van Metz geschetste situatie aan het begin van dit artikel nog altijd herkenbaar, vooral door de langs de Berg stromende Heiligenbergerbeek. De moerassen zijn weliswaar verdwenen, maar aan alle kanten ingesloten is de Heiligenberg nog steeds, zij het nu door autosnelwegen.


© C.J.C. Broer en M.W.J. de Bruijn 1995-2012. - Hier gepubliceerd 2010; laatst bewerkt 18 september 2012.