Panorama Goirke
Startpagina | Inhoudsopgave | Lezingen | Uitgaven | Vrijwaring | Contact

op het web alleen op deze webstek
(om alleen op deze pagina te zoeken druk op Ctrl-F)
Meer gegevens over het middeleeuwse Tilburg zijn te vinden op de webpagina
Stamreeks Van Heyst-De Bruijn en

Daneel van Heyst. Een vijftiende-
     eeuwse Tilburger en zijn omgeving.

Over de Tilburgse thuiswevers in de negentiende eeuw:
Schôon en lillek. De teloorgang van
     een Tilburgs wevershuis.


Deze webpagina wordt zeer vaak bekeken; kennelijk voorziet zij in een behoefte. Ik realiseer me dat ik de problematiek in een zeer kort bestek heb behandeld en kan me voorstellen dat hierbij nieuwe vragen rijzen. U kunt ze stellen op mijn e-mailadres mwjdebruijn[at]casema[punt]nl.
Zo nodig zal ik naar aanleiding van deze vragen de tekst aanpassen en/of aanvullen.

Hoe oud is Tilburg?
door Martin de Bruijn

‘Stad Tilburg is zeker drie eeuwen ouder’, kopte het Brabants Dagblad op 6 september 2010. Wie de plaatselijke geschiedenis een beetje kent, weet dat Tilburg in 1809 stadsrecht heeft gekregen. In 2009 is het tweehonderdjarig jubileum hiervan met enige luister gevierd. Volgens de geciteerde krantekop zou Tilburg dus al rond 1500 stad zijn geworden.

Maar het artikel onder de kop wijst in een heel andere richting. Daarin staat dat er op een voormalig fabrieksterrein aan de Goirleseweg bij archeologisch onderzoek een grote nederzetting is teruggevonden die tussen de achtste en de elfde eeuw gedateerd wordt. Volgens het artikel werd tot nu toe ‘aangenomen dat de bewoning van het stadsgebied van Tilburg startte rond de Heikese kerk in de loop van de twaalfde eeuw’.

Nu was het in 2009 ook dertienhonderd jaar geleden dat Tilburg voor het eerst in een schriftelijke bron wordt vermeld. In het jaar 709 werd er in Tilliburgis een schenking gedaan aan de missionaris Willibrord. Het is op zijn minst merkwaardig te noemen dat deze dertien eeuwen oude vermelding bij de jubileumviering in 2009 geen rol heeft gespeeld en dat er zelfs nauwelijks melding van is gemaakt.

Overigens levert deze vermelding wel een probleem op. Zij is in het meervoud gesteld; er wordt in een oorkonde gesproken van Tilliburgis, wat te vertalen is met ‘de Tilburgen’. Zo’n vijf eeuwen later, rond 1200, is er in de bronnen inderdaad sprake van twee Tilburgen, een Oost- en een West-Tilburg. Terwijl West-Tilburg vereenzelvigd mag worden met het tegenwoordige Tilburg, bestond Oost-Tilburg ongeveer uit Oisterwijk, Helvoirt, Udenhout, Berkel, Enschot en Heukelom, mogelijk ook Haaren. Het bestaan van dit ‘Groot-Tilburg’ zal wel de reden zijn geweest waarom in Tilburg zelf aan het dertienhonderdjarig jubileum geen aandacht is besteed. Misschien, zo zal men gedacht hebben, lagen de nederzettingen toen wel alleen in het Oost-Tilburgse gedeelte van de Tilburgen.

Met de vondst van de vroegmiddeleeuwse nederzetting aan de Goirleseweg, enkele kilometers ten zuiden van het centrum, lijkt Tilburg dus al enkele eeuwen ouder te zijn dan tot nu toe werd aangenomen. Maar waar is die aanname van de archeologen op gebaseerd? De archeologische vondsten in het gebied van de tegenwoordige gemeente Tilburg gaan al terug tot de zogeheten Allerødperiode (ongeveer 9900-9100 vóór Christus). Dat is nog wel wat anders dan de achtste eeuw na Christus.

Nu moet erkend worden dat deze en ook de prehistorische vondsten uit later tijd vooral in het noorden en zuiden van de gemeente gedaan zijn. Maar daar is ook het meest systematisch gegraven. Het middendeel van Tilburg is het eerst bebouwd, en voor een groot deel in een tijd dat aan archeologisch onderzoek niet eens gedacht werd. Trouwens, ook de recente vondst van de vroegmiddeleeuwse nederzetting, waar het krantenartikel over spreekt, is niet gelegen in het middengedeelte, maar aan de zuidelijke rand van de gemeente.

Wanneer we het ontstaan van Tilburg niet koppelen aan archeologische vondsten maar aan de naam Tilburg, komt de vraag naar de ouderdom in een ander perspectief te staan. Ongelukkigerwijs vormt de vermelding van Tilliburgis in het jaar 709 een eenmalige, een ‘hapax’. Hierna duurt het tot de twaalfde eeuw voor we Tilburg als naamsaanduiding weer tegenkomen.

Wat laat zich rond 1200 van Tilburg, dat dan West-Tilburg wordt genoemd, min of meer hypothetisch reconstrueren? Er zijn lokale heren van Tilburg, van wie de herkomst in het Belgische Landen wordt gezocht. In ieder geval hadden ze bezittingen in Wallonië, ten zuiden van Leuven. Denkbaar is dat een van deze heren, van wie enkele generaties de voornaam Giselbertus (Gijsbrecht) droegen, trouwde met een dochter van de heren van Boxtel. De heerlijkheid Tilburg – bestaande uit Oost- en West-Tilburg – zou een afsplitsing van Boxtel kunnen zijn. In een geleidelijk proces is de heerlijkheid in de dertiende eeuw overgegaan aan de hertogen van Brabant.

Zelfs als leenman van de hertogen hebben de Giselberten zich niet weten te handhaven. Restanten van hun bezit treffen we later onverdeeld aan in het bezit van de heren van Boxtel en van Gageldonk. Maar het gaat dan wel om bezit onmiddellijk ten zuiden van de kerk van Tilburg, waar nu de Heikese kerk staat. Het is aannemelijk dat het hierbij om restanten van de kern van het heerlijke domein Tilburg gaat.

West-Tilburg vormde waarschijnlijk al rond 1200 één rechtsgebied – een zogenaamde eninge – met Goirle. Maar het waren twee afzonderlijke dorpen, die elk ook een eigen parochie vormden. De parochiepatroon van Tilburg, de heilige Dionysius, is waarschijnlijk afkomstig van de genoemde heren, die ook ten zuiden van Leuven bezittingen hadden in een aan deze Franse martelaar gewijde parochie. Dit zou er tevens op kunnen duiden dat de parochie West-Tilburg pas in de twaalfde eeuw door de heren gesticht is.

Aangenomen mag worden dat uit dit domein met deze parochiekerk het dorp Tilburg is voorgekomen. Maar volstrekt onduidelijk is wanneer deze nederzetting met de naam Tilburg de omvang heeft gekregen van om en nabij de latere gemeente Tilburg. Met andere woorden: welk grondgebied met welke bewoningskernen werd aangeduid met Tilburg of West-Tilburg.

In de veertiende eeuw, wanneer de geschreven bronnen rijkelijker beginnen te vloeien, blijkt Tilburg een aantal wijken, zogeheten herdgangen, te hebben. Hiertoe hoorde de Heuvel, die later het centrum werd genoemd. Daar stond ook de linde waar recht werd gesproken. Een van de oudste herdgangen was verder Korvel, waarvan het huidige Korvelplein de kern was. Korvel wordt in 1350 een villa genoemd, met welke Latijnse term aanvankelijk een domein maar later een dorp werd aangeduid. In bronnen uit de veertiende en vijftiende eeuw wordt gesproken van de villa Corvel in parochia de Westilborch, het dorp Korvel in de parochie West-Tilburg.

KorvelKorvel en de kern van Tilburg (Kerk) op een plattegrond uit 1791. Het noorden ligt rechts. De vroegmiddeleeuwse nederzetting is gevonden links van het woord Corvel.

De opgraving waar nu een vroegmiddeleeuwse nederzetting is aangetroffen, is dichtbij Korvel gelegen. Het was niet ongewoon dat nederzettingen zich in de loop van de eeuwen verplaatsten. Het kan gezien de nabijheid dus om een voorloper van het latere Korvel zijn gegaan. Misschien droeg de nederzetting al wel de naam Korvel. Om deze reden is het onjuist om de opgegraven bebouwing zonder nadere aanwijzingen te vereenzelvigen met Tilburg als dorp of stad.

Ik blijf het er daarom nog steeds op houden dat het gebied met de naam West-Tilburg, later Tilburg, pas in de twaalfde eeuw is ontstaan, al zullen in dit gebied verschillende oudere nederzettingen met andere namen hebben bestaan. Hierbij valt ook te denken aan de namen van de oudste herdgangen.


© C.J.C. Broer en M.W.J. de Bruijn 2011-2016. - Gepubliceerd 2011; laatst bewerkt19 oktober 2016.