Panorama Goirke
Startpagina | Inhoudsopgave | Lezingen | Uitgaven | Vrijwaring | Contact

op het web alleen op deze webstek
(om alleen op deze pagina te zoeken druk op Ctrl-F)

Genealogie tussen wetenschap en dilettantisme
door Martin W.J. de Bruijn

Te citeren als: M.W.J. de Bruijn, ‘Genealogie tussen wetenschap en dilettantisme’ (www.broerendebruijn.nl/Genealogie.html, versie van [datum], geraadpleegd op [datum]).
Aanvulling van 21 november 2022:
Op 16 november 2022 plaatste Marcel van Roosmalen een column in NRC over de herkomst van zijn naam en familie. Hij had zich door een tante laten vertellen dat de Van Roosmalen afkomstig waren uit de omgeving van Den Bosch en dat de naam een verbastering was van ros-oliemolen. Ook legde hij de link met het door hem bezochte dorp Rosmalen, ondanks het feit dat zijn naam een letter o meer heeft.
Twee dagen later, op 18 november, werd van Jeroen van Rooijen uit Wageningen de volgende reactie op de opiniepagina van de NRC geplaatst:
“IDENTITEIT
Waarschijnlijk emigratie
Marcel van Roosmalen denkt dat zijn voorouders Rosmalen hebben gesticht (Ro(o)smalen, 16/11). Ik denk dat je ze waarschijnlijk beter kunt vergelijken met de mensen die de Middellandse zee oversteken op zoek naar een beter bestaan. In arme tijden emigreerden veel mensen naar andere plaatsen in de hoop daar werk te vinden. Die mensen werden dan vaak aangeduid met de naam van de plaats waar ze vandaan kwamen. Vandaar dat er in Nederland zoveel mensen zijn met ‘van’ voor hun naam.
In Rosmalen (met de klemtoon op de eerste lettergreep) zal wel een oliemolen gestaan hebben die door een paard werd aangedreven.”
Het is weer genealogisch dilettantisme ten top. Laten we Marcel niet te veel kwalijk nemen; hij vaart op het kompas van zijn (dilet)tante. Het einde van zijn column “Mijn voorouders waren na het stichten van het dorp waarschijnlijk gevlucht en hadden er later voor de zekerheid een extra klinker bij verzonnen” is ongetwijfeld  ironisch bedoeld en past in zijn (gespeeld?) permanent chagrijn. Maar de genealogische dilettant Jeroen van Rooijen uit Wageningen voegt er serieus bedoeld aan toe dat er in Rosmalen wel een oliemolen gestaan zal hebben die door een paard werd aangedreven.
Los van de vraag hoe oud het gebruik van door paarden aangedreven molens is – ik denk dat het al uit de Oudheid stamt – wordt Rosmalen al in het begin van de negende eeuw vermeld als het domein of dorp Rosmella en Rosmalla. De abdij Lorsch bezat er een hoeve. Hoewel de deskundigen voor zover ik weet geen verklaring voor de naam hebben, acht ik het uitgesloten dat mella of malla verwijst naar malen of molen. Zoals de etymologische woordenboeken vermelden, is molen in de oude Germaanse talen mulin of myln-, in het Latijn molendinum, dus zonder e of a.

En die emigratie in arme tijden? Ach, de ontmoeting van een aardig meisje op de kermis was vaak al voldoende om van dorp te veranderen, en de achternamen lagen in Nederland tot de invoering van de Burgerlijke Stand in 1811 niet vast.
Inderdaad is de naam Van Ro(o)smalen een herkomstnaam zoals er in ons taalgebied talloze voorkomen. Om ons tot de omgeving ’s-Hertogenbosch en omgeving te beperken: Van den Bosch, Van Vught, Van Empel, Van Engelen, Van Orthen, Van Rosmalen, Van Nuland, enzovoorts. Ook Empel, Engelen en Orthen worden trouwens al in het begin van de negende eeuw genoemd in verband met bezittingen van het klooster Lorsch.

Op deze webpagina wil ik kanttekeningen maken bij de manier waarop door velen 'genealogie' wordt bedreven. Aanleiding was een stuk van Wim de Jong, 'Stamboom? Ik heb een compleet woud', in 'kwaliteitskrant' NRC van 29-30 mei 2021 dat ik met zulke gekromde tenen heb gelezen dat ik ze na afloop bijna niet recht meer kon krijgen. Zelfs het meest elementaire begrip van wat genealogie is of althans behoort te zijn ontbreekt in dit artikel.

Om me vooralsnog tot de hoofdzaak te beperken: in het stuk wordt alleen gesproken over stamboomonderzoek. Een stamboom is een genealogie in de rechte mannelijke lijn. Dat kan een eenvoudige stamreeks zijn: opeenvolgende gezinnen van vader op zoon, maar ook in de breedte uitgewerkt, dus personen met gemeenschappelijke voorouders: een parenteel. Zie voor een eenvoudige stamreeks met enkele uitwerkingen op deze internetpresentatie Stamreeks Van Heyst-De Bruijn.

Maar in werkelijkheid heeft De Jong het in zijn stuk in de NRC over veel meer dan alleen zijn voorouders in de mannelijke lijn. Het gaat dus meer om wat in de genealogie een kwartierstaat heet: alle voorouders van een persoon.

En bij de behandeling hiervan maakt Wim de Jong een ernstige denkfout door te beweren dat zijn voorouders alleen maar eenvoudige mensen zijn geweest. Dat kan hij namelijk helemaal niet weten.

Ik hoef hier vanzelfsprekend niet uit te leggen dat iedereen twee ouders heeft, vier grootouders, acht overgrootouders, zestien betovergrootouders enzovoorts.

Hierbij moet echter de kanttekening worden gemaakt dat wanneer bloedverwanten met elkaar trouwen het aantal voorouders per generatie vermindert. In de biologie heet dat inteelt, in de genealogie spreekt men van kwartierverlies. Wanneer ik met een volle nicht zou trouwen, zouden mijn kinderen geen vier grootouders hebben, maar drie en geen acht overgrootouders maar zes.

Maar zelfs wanneer er in meerdere generaties sprake is van kwartierverlies of inteelt, dan nog breidt het aantal voorouders zich per generatie uit, zonder deze omstandigheid verdubbelt het zich iedere generatie.

In generatie vier van een kwartierstaat heeft iedereen dan acht voorouders, in generatie vijf zestien, in generatie zes 32, in zeven 64, acht 128, negen 256, tien 512, elf 1024, twaalf 2.048, dertien 4.096, veertien 8.092, vijftien 16.184, enzovoorts. Zie voor de eerste acht generaties, overigens nog niet volledig, mijn Kwartierstaat van Martin W.J. de Bruijn.

Om te weten te komen wie deze voorouders waren, waar zij woonden en wat zij deden is dus veel onderzoek nodig, en er zijn genealogen die daar ook heel veel tijd insteken. Het probleem is dat sommige voorouderreeksen snel bij gebrek aan gegevens doodlopen. Dat is niet anders. Maar dat kan dus geen reden zijn om aan te nemen dat zich onder die voorouders geen adellijke of 'belangrijke' personen hebben bevonden. Zo kon ik als nakomeling van een Brabantse boerenfamilie via een boerendochter aansluiting vinden met het adellijke geslacht Van Arkel, maar bijvoorbeeld ook met het adellijke geslacht Van Megen en de middeleeuwse Bossche patriciërsfamilie Dicbier (zie Van Grevenbroek-Van Arkel).

Maar los daarvan, ook 'gewone' mensen kunnen interessante levens hebben geleid, die door gedegen onderzoek ook in het perspectief van hun tijd en hun wereld kunnen worden geplaatst. Hiervan staan verschillende voorbeelden op de Stamreeks Van Heyst-De Bruijn en de daarvan afgeleide webpagina's. Het idee van Wim de Jong over genealogie en hiermee ook dat van de NRC – zijn artikel staat in de redactionele pagina's – kan dan ook niet anders dan heel benepen, beperkt en hiermee fundamenteel onjuist worden genoemd.

De krant heeft gemeend aan het artikel van De Jong een vervolg te moeten geven door een

'Oproep: ging u ook op zoek naar uw voorouders? En waar kwam u toen achter? Laat het (in maximaal 150 woorden) weten via leven@nrc.nl, onder vermelding van ‘stamboom’.'

In de editie van NRC van 12-13 juni 2021 werd een aantal reacties geplaatst. Ze zijn in enkele gevallen al even tenenkrommend als het stuk van de genoemde auteur.

Het is te veel om op alle evidente onzin en onwaarschijnlijkheid in in te gaan en daarom beperk ik mij als voorbeeld tot het eerste ingezonden stuk, van 'Henricus Nouts (Eric Nuiten)', dat ik hier voor een goed begrip volledig weergeef:

'Meneer Pastoor
Langzaam maar zeker word ik steeds beter in het ontcijferen van de genealogische bronnen. Die werden sinds 1570, tot de invoering van de burgerlijke stand in 1811, in het Latijn opgemaakt door de kerk. Willem is Guilhelmi, Henricus is Henrici, Johannes is Joh in een rare kronkel, et cetera. Veel pausen- en heiligennamen - in vaak belabberde handschriften. Meneer pastoor noteerde wat hij hoorde én zag. Als op 12 februari 1592 Johannis Nouts zijn tweeling Henricus Petrus en Johannis Nouts laat dopen, schrijft meneer pastoor niet 'Nouts' maar 'Nouten'. Gelijk heeft-ie, het zijn er per slot van rekening twee. Pa en ma konden toch niet lezen, laat staan controleren wat meneer pastoor ervan maakte. Nouten wordt vervolgens 'Nauten', 'Neuten', 'Nuijten' en ten slotte Nuiten. Fonetisch dus. Vierhonderd jaar schrijffouten in een notendop.
Henricus Nouts (Eric Nuiten)'

Wat er in dit korte stukje al allemaal niet klopt:

1. Het is onzin dat 'de genealogische bronnen' van 1570 tot 1811 in het Latijn werden opgemaakt 'door de kerk'. Dat geldt maar voor een beperkt deel, en wel de doop- en trouwregisters van de katholieke kerk. Maar er zijn heel veel andere bronnen die voor het genealogisch onderzoek van belang zijn. Te denken valt bijvoorbeeld aan de rechterlijke, bestuurlijke en notariële. En zelfs die vormen nog maar een deel van de voor het onderzoek relevante historische gegevens.

2. 'Henricus Nouts (Eric Nuiten)' maakt een potje van de naamsvermeldingen. Wat de voornamen betreft: Willem is geen 'Guilhelmi' (dat is een genitief), maar Wilhelmus, Guilielmus en enkele andere varianten. 'Henricus' is geen 'Henrici': de naam Hendrik wordt in het Latijn Henricus. 'Johannes' is geen 'Joh in een rare kronkel: de naam Jan wordt in het Latijn Jo(h)annes. De rare kronkel achter 'Joh' is simpelweg een afkortingsteken.

3. Wat Henricus Nouts (Eric Nuiten) met 'veel pausen- en heiligennamen' bedoelt is mij niet duidelijk. Misschien bedoelt hij dat de pastoors en kapelaans de inheemse voornamen vertaalden naar oud- en nieuw-testamentische namen en de namen van heiligen. Omgekeerd zijn veel 'inheemse' voornamen juist aan deze personen ontleend.

4. Dat de geestelijken zo maar wat in hun doop-, trouw- en begraafregisters optekenden is te algemeen gesteld, al wisten ze soms inderdaad niet wat ze moesten opschrijven en kon dat tot vreemde resultaten leiden.

5. Het is me een raadsel wat er in de door Nouts (Nuiten) aangehaalde akte van 12 februari 1592 staat. 'Johannis Nouts' zal wel 'Johannes Nouts' zijn, maar van 'zijn tweeling Henricus Petrus en Johannis Nouts' kan ik niets maken dan dat het zo in ieder geval niet in de akte zal staan. Wat ik wel durf te zeggen is dat 'Nouts' of 'Nouten' niets met meervoud te maken heeft, maar eenvoudigweg een genitiefvorm is van Nout of Arnout. Op die manier zijn veel voornamen tot achternamen geworden, bijvoorbeeld Jans(s)en(s) van Janszoon. De naam Nuiten zal daar geen uitzondering op zijn. Met schrijffouten heeft het ook niets van doen. De spelling van namen is pas in 1811 met de invoering van de Burgerlijke Stand vastgelegd, al werden er aanvankelijk nog veel fouten mee gemaakt, zowel wat de voornamen als de achternamen betreft.

Hier wil ik het vooralsnog bij laten. De helaas te jong overleden historicus en genealoog dr. Leo Adriaenssen is zo moedeloos geworden van het geknutsel en de kritiekloze naschrijverij van de genealogische dilettanten – wat door gebruik van het internet alleen maar is toegenomen – dat hij 'zijn' tijdschrift De Brabantse Leeuw gestaakt heeft. Dat had hij wat mij betreft niet moeten doen, al heeft de rest van de redactie het kennelijk ook niet willen voortzetten. Maar soms is het wel nodig het voor echte genealogie gehouden gepruts op het internet en nu ook in een 'kwaliteitskrant' als de NRC te bekritiseren en er liefst iets beters voor in de plaats te stellen. Ik doe er mijn best voor. In ieder geval worden juist door het internet, waarop onder andere steeds meer bronnen worden gepubliceerd, de mogelijkheden tot verantwoorde genealogie ook ontzettend vergroot. En dat is een geluk bij een onvoorstelbare hoeveelheid genealogische ongelukken.

Aanvulling van 10 januari 2023:











[1] Abdijarchief Tongerlo [AAT], nr. 1, f. 205-205v., afgedrukt in het Oorkondenboek van Noord-Brabant tot 1312, dl. I-2, uitg. H. Camps (’s-Gravenhage 1979) nr. 615, blz. 739-741: sentenciam hominum feodalium predicti domini nostri ducis ad hoc specialiter vocatorum, videlicet domini Danekini de Oerscot, militis, Walteri dicti Toyart, Iohannis de Haren, Hermanni de Rijt et Arnoldi Bac fratrum, Willelmi dicti de Fine, Geenkini dicti Vescere et Walteri Bac de Baescot.


[2] AAT, nr. 116, f. 34, afgedrukt in De oorkonden der abdij Tongerloo, dl. II, uitg. M.A. Erens (Tongerlo 1950) nr. 1013, blz. 173: Aert geheyten Bac Vanderryt, Wouter Bac, Jan die Bye, Berthout, Hubrecht, Heynrick ende Gysbrecht zyn broeder, Kathelyne ende Hille huer zusteren.


[3] AAT, Charters, nr. 916.

Genealogie van middeleeuwse geslachten
 
Ik heb hierboven de staf gebroken over het bijna onvoorstelbaar dilettantisch genealogisch geknutsel op het internet. Vanzelfsprekend zijn er ook bekwame genealogen. Daar zijn zelfs specialisten onder die zich toeleggen op het onderzoek naar middeleeuwse families. Wat dit laatste betreft wil ik hier wijzen op een probleem dat niet altijd wordt onderkend of althans onvoldoende wordt onderkend.
 
Om dit probleem toe te lichten haal ik hier om te beginnen een oorkonde aan van 20 mei 1301.[1] Voor Laureis Folkart, ridder, droeg zijn broer Jan Folkart, eveneens ridder, zes pond jaarlijkse cijns op enkele hoeven in Udenhout over. Het zogeheten vestigen hiervan gebeurde bij vonnis van heer Daanke van Oirschot, ridder, Wouter Toyart, Jan van Haren, Herman van (der) Rijt en Aart Bac, broers, en anderen. Van deze personen waren in ieder geval Herman van (der) Rijt en Aart Bac broers van elkaar, mogelijk ook de daaraan voorafgaande, al denk ik van niet.
 
In een Oisterwijkse schepenakte van 6 november 1354 treden broers en zusters op die beschikken over een pacht uit de hoeve in Udenhout waar Willem van Gestel op woonde. Deze pacht van anderhalf mud rogge hadden zij geërfd van hun grootmoeder Aleid van den Woude. De namen van de eerste drie broers luiden: Aert geheyten Bac Vanderryt, Wouter Bac en Jan die Bye. De overige kinderen worden alleen met hun voornaam aangeduid.[2] Waar het hier om gaat: drie broers, van wie we mogen aannemen dat zij dezelfde ouders hadden, droegen dus verschillende achternamen.
 
Het kan nog ingewikkelder, zoals een Oisterwijkse schepenakte van 19 juni 1385 ons leert. Hierin treden op: Henric gheheyten Bac, zoen wilner Hubrecht Bacs vanden iersten bedde, Jan ende Hubrecht ghebrueders, kynderen Heylwyghen sijnre zuster vanden selven bedde, Jan die Bye, Henric Bac, her Wouter Bac, priester, Willem Bac ghebrueders, Juet ende Elizabeth hoer zusteren met horen momboer daertoe van hen ghecoren ende hen vanden rechter ghegheven als recht is, kynder des voerscreven wilner Hubrecht Bacs vanden lesten bedde.[3] Er was dus een Hendrik Bac uit het eerste huwelijk van Hubrecht Bac, maar ook een Hendrik Bac uit diens tweede en laatste huwelijk, hiernaast uit dit tweede huwelijk een Jan de Bie, weer een Hendrik Bac, een Wouter Bac en een Willem Bac. Er waren dus twee kinderen met de naam Hendrik Bac, maar ook een met de naam Jan de Bie.
 
Uit deze voorbeelden wordt duidelijk dat zonen van dezelfde vader een verschillende achternaam kunnen hebben. Ik heb daar ook elders voorbeelden van gevonden. Voor zover ik heb kunnen nagaan, worden hier steeds namen gebruikt van aanzienlijke voorouders, dus ook voormoeders. Om welke personen het gaat, valt alleen af te leiden uit andere gegevens.
 
Anders dan in de tijd van de doop-, trouw- en begraafboeken en de burgerlijke stand moeten we het in de daaraan voorafgaande periode meestal doen met weinig gegevens, te vergelijken met een legpuzzel waarin de meeste stukjes ontbreken. Slechts in enkele gevallen bieden de bronnen voldoende samenhang om tot een betrouwbaar beeld van de historische werkelijkheid te komen. Dat zou tot grote bescheidenheid moeten nopen, maar de praktijk is vaak anders.


© 2021-2023 C.J.C. Broer en M.W.J. de Bruijn. - Gepubliceerd 12 juni 2021; laatst bewerkt 21 november 2022.