Droochsloot
Startpagina | Inhoudsopgave | Lezingen | Uitgaven | Op en rond het Domplein | Vrijwaring | Contact

op het web alleen op deze webstek
(om alleen op deze pagina te zoeken druk op Ctrl-F)
Voor een inleiding, nadere toelichting en een inhoudsopgave zie het ► Dossier Jan en Hubert van Eyck.
Het vaderlijk voorgeslacht van de gebroeders Jan en Hubert van Eyck
door Martin W.J. de Bruijn


Te citeren als: C.J.C. Broer en M.W.J. de Bruijn, ‘Het vaderlijk voorgeslacht van de gebroeders Jan en Hubert van Eyck’ (www.broerendebruijn.nl/EyckHubert.html, versie van [datum], geraadpleegd op [datum])
Slot Portinc Bergeijk
De resten van het slot Portync in Bergeijk, het geboortehuis van Jan en Hubert van Eyck. Afbeelding van Jacobus Stellingwerf (1667-1727).


[1] Men zie bijvoorbeeld de index van het Oorkondenboek van Noord-Brabant tot 1312 [ONB], dl. I, uitg. H.P.H. Camps (’s-Gravenhage 1979).

[2] Zie hiervoor Lucas G.C.M. van Dijck, Jan en Hubert van Eyck geboren in Bergeijk, 18-21.

[3] Abdijarchief Postel, Oorkonden Eersel nr. 55.

[4] Ald. 41-44. Of deze familie, die hier tot drie generaties tevoren te volgen is, oorspronkelijk uit Sittard in Limburg kwam, is hoogst twijfelachtig (zie Het graf en epitaaf van Jan van Eyck).

[5] Algemeen Rijksarchief [ARA] Brussel, Rekenkamers 45050, f. 42v. en 27 (onder Eersel).

[6] Abdijarchief Tongerlo, Charters nr. 916 (19 juni 1385).

[7] Gemeentearchief ’s-Hertogenbosch [GAHt], Rechterlijk archief [R.] 1177, f. 307 (28 juni 1386).

[8] GAHt, R. 1178, f. 97 (6 april 1389).
Afkomstig uit Tilburg

Het nieuwe onderzoek van dr. Lucas G.C.M. van Dijck, in 2022 gepubliceerd als Jan en Hubert van Eyck geboren in Bergeijk
zie het Dossier Jan en Hubert van Eyck heeft uitgewezen dat de vaderlijke herkomst van de schilderbroers naar alle waarschijnlijkheid bij een vooraanstaande familie Bac in Tilburg ligt. De auteur kwam hierbij uit op de tak Bac van Broekhoven. Nader onderzoek heeft echter duidelijk gemaakt dat dit laatste niet juist is. In een tweede druk van het boek zal dit worden gecorrigeerd.
 
De werkelijke herkomst in de vaderlijke lijn is daarmee niet minder belangrijk en interessant. Dit geldt vooral voor de voornaam Hubert, die in de Middeleeuwen nauwelijks voorkwam in de Meierij van ’s-Hertogenbosch waarin zowel Bergeijk als Tilburg gelegen was.[1]
 
Wat de aansluiting van de Bergeijkse Bac’en bij de Tilburgse familie Bac betreft het volgende. De vader van de gebroeders, Hubert Bac, was schout van Kempenland, een van de kwartieren van de Meierij van ’s-Hertogenbosch van het hertogdom Brabant. Zoals elders op deze website is vastgesteld, voerde het Meierijse kwartier Peelland, net als Kempenland behorend tot de Meierij, een wapen met drie molenijzers. Dit wapen was ook afgebeeld op het epitaaf van zijn zoon, de schilder Jan van Eyck (zie Kanttekeningen bij het voormalige graf en epitaaf van Jan van Eyck).
 
Jans vader Hubert Bac was gegoed in Bergeijk, Westerhoven, Middelbeers, Eersel, Meerveldhoven-Zeelst en Tilburg. Verder was hij leenman van de gruit – een belasting op de kruiden voor het brouwen van bier – in een vrij groot deel van Kempenland: Eersel, Steensel, Dommelen, Riethoven, Westerhoven, Bergeijk, Hapert, Kerkcasteren, Hoogeloon, Duizel en Lommel. De gruit was een leen van de hertog van Brabant voor wie hij dus ook het ambt van kwartierschout bekleedde.[2] Hij is vóór 15 februari 1417 overleden[3] en was gehuwd met Katelijn Hendriksdr. van Zittert, afkomstig uit een familie in Berkt onder Oerle, eveneens in Kempenland,[4] Als haar wapen stond op het epitaaf van haar zoon Jan een slangenkopkruis. Waarschijnlijk was dit, geheel abusievelijk, ontleend aan het wapen van de Limburgse stad Sittard (zie Kanttekeningen bij het voormalige graf en epitaaf).

Hubert, de vader van broers, was op zijn beurt een zoon van een Hendrik Hubertsz. Bac. Van hem, de grootvader van de schilders in de mannelijke lijn, weten we onder meer het volgende. In het cijnsregister – een belastingregister – van de hertog van Brabant van omstreeks 1380 wordt hij zesmaal vermeld als Henricus Bac de Eycke, dus Hendrik Bac van Eyck.[5] Hij zal dus al in Bergeijk gewoond hebben. Dat hij uit Tilburg kwam, blijkt echter uit een oorkonde van 19 juni 1385, toen hij met zijn mede-erfgenamen optrad als Henric geheyten Bac, zoen van wilner Hubrecht Bacs vanden iersten bedde. Het betrof een cijns uit goederen op Korvel in Tilburg.[6] Een jaar later, op 28 juni 1386 verkocht hij een cijns uit een hoeve aen den Hoevel in Tilburg die van zijn vader geweest was. In de oorkonde staat de voornaam van zijn moeder: Goetsto (Godestodis).[7] Hendrik is vóór 6 april 1389 overleden. Toen verkochten zijn drie zoons, Hubert (de vader van de schilderbroers), Aart en Hendrik, een kamp – een door een wal of omheining afgepaald stuk land – achter de Heuvel en andere goederen in Tilburg.[8]
[9] M.A. Erens (uitg.), Oorkonden der abdij Tongerlo III, nr. 741, blz. 248-249 (17 juli 1331).

[10] Ald. nr. 815, blz. 359-360 (14 december 1336).

[11] Abdijarchief Tongerlo, charters nr. 854 en 855a (28 oktober 1378).

[12] Zie onder meer Oorkondenboek Noord-Brabant, nrs. 83 (herfst 1195), 85 (1196), 90 (1200), 111 (1214). Laatstgenoemde oorkonde werd opgemaakt in Tilburg, waarmee zowel Oost- als West-Tilburg bedoeld kan zijn. Zie voor een en ander over de verdere familierelaties H. Vogels, ‘Terug naar de Bac-ermat’, gedeeltelijk gepubliceerd op internet.

[13] Afgedrukt bij Oorkonden Tongerloo II, nr. 488, blz. 311-313 (7 of 8 april 1316).

[14] Ald. III, nr. 730, blz. 233-234 (7 februari 1331).

[15] Ald. nr. 610, blz. 71 (7 januari 1321);  ald. nr. 645, blz. 119 (20 juni 1325); ald. nr. 657, blz. 136 (7 januari 1322).

[16] Blijkens een oorkonde van 6 november 1354 was zij de grootmoeder van de gebroeders Aart Bac van der Rijt, Wouter Bac, Jan de Bie, Berthout, Hubrecht, Hendrik en Gijsbrecht, en de gezusters Katelijn en Hille (Oorkondenboek Tongerlo IV, nr. 1029, blz. 192-193).

[17] Oorkondenboek Noord-Brabant I, nr. 63, blz. 100-101.

[18] Zie C. Gorisse (red.) Tilburg stad met een levend verleden (Tilburg 2001) passim.

[19] GAHt, R. 1205, f. 53 (24 maart 1435).

[20] Ald. 1206, f. 140v. (29 november 1435).
De verdere voorouders van de schilders in de mannelijke lijn heb ik al eerder behandeld op de webpagina De herdgang de Rijt in Tilburg en de daar gelegen hoeve Ter Rijt van de familie Bac. Dit levert de volgende generaties op:

1. (met een vraagteken) Herman van der Rijt, vermeld op 20 mei 1301 met broer Aart Bertout Bac;
2. Hermans zoon (?) Hendrik Bac van Tilburg (deze had twee – waarschijnlijk oudere – broers: Gijsbrecht en Wouter); laatste vermelding van Hendrik is 17 juli 1331;[9]
3. Hendriks zoon Hubert Bac van Tilburg (was een broer van abt Wouter Bac); eerste vermelding 14 december 1336,[10] laatste bewijs van in leven zijn is 28 oktober 1378.[11]
4. Hubrechts zoon Hendrik Bac van Eyck (zie hierboven).
5. Hendriks zoon Hubert Bac, de vader van de schilders (zie hierboven).

De oudst bekende generatie, Herman van der Rijt, is niet geheel zeker, uit de dertiende eeuw ontbreken de gegevens nagenoeg, maar hoogstwaarschijnlijk zijn de genoemden afstammelingen van een Wouter Bac, die omstreeks 1200 regelmatig als getuige optrad in het gevolg van de hertog van Brabant.[12]

De voornaam Hubert

 
Hoe minder een voornaam voorkomt, des te bruikbaarder is hij om een persoon te identificeren. Dit is ook het geval met de schilder Hubert van Eyck, en zeker in combinatie met een Jan van Eyck, die gehuwd was met een Margareta.

De voornaam Hubert (Hubertus, Hubrecht) is ontleend aan de laatste bisschop van Maastricht en de eerste van Luik (655-727). Hubertus werd heilig verklaard en de voornaam Hubert en de varianten daarvan komen later dan ook tamelijk veelvuldig voor. In de Middeleeuwen maakte het gebied van het tegenwoordige Noord-Brabant tot aan de oude loop van de Maas deel uit van het bisdom.

Het telkens weer voorkomen van de voornaam Hubert binnen de familie Bac duidt erop dat er veel belang aan deze naam gehecht werd. Het was in de Middeleeuwen gebruikelijk om zowel voornamen als familienamen van zowel vaders- als moederszijde te laten voortleven ter herinnering aan belangrijke voorouders of familieleden. Dit zal ook hier het geval geweest zijn. De voornaam Hubert hield de herinnering levend aan een abt Hubert van een van de belangrijkste abdijen binnen het hertogdom Brabant, de norbertijnenabdij van Tongerlo. Deze Hubert Bac, eerst kloosterling en vervolgens tussen 1309 tot 1333 abt, was een broer van Gijsbrecht Bac[13] en van Arnoide Berthaut van Tilborch,[14] waarschijnlijk ook van een Hendrik, Willem en Wouter Bac. Hij had verschillende zusters, onder wie Heilwig en Ingelberg, die begijn waren in Diest.[15] Abt Hubert werd opgevolgd door Wouter Bac (1334-1366), een zoon van mogelijk Wouter Bac en Aleid van den Woude.[16]

De omstreeks 1130 gestichte abdij Tongerlo van de orde van Prémontré had al vroeg bezittingen in wat iets later de heerlijkheid Tilburg was. In 1164 was zij al voor een vierde deel in het bezit van de kerk van Enschot, die beschouwd kan worden als de moederkerk van West-Tilburg, dit wil zeggen van het tegenwoordige Tilburg.[17] Belangrijke rechten, zoals het zogeheten patronaatsrecht en de tienden van Tilburg, werden in de eerste helft van de dertiende eeuw aan de abdij overgedragen. Tot in de negentiende eeuw werd de kerk er bediend door reguliere kanunniken van Tongerlo.[18] Verschillende Tilburgse pastoors zijn later abt geworden, wat wijst op het belang van Tilburg voor de abdij. Ook in de omgeving van Tilburg had de abdij Tongerlo belangrijke rechten in haar bezit. Leden van de familie Bac werden er niet alleen kanunnik en abt, maar traden als leek ook op als rentmeester. Regelmatig treffen we ze in de getuigenlijsten van oorkonden van de abdij aan.
 
Waarschijnlijk is de abdij via de vader van de gebroeders ook in Bergeijk in het bezit gekomen van enige bezittingen in den Eyckerenheertganc[19] en aan het Eyckens venne.[20] Percelen van Heilwig dochter van Hubert Bac, de vader van Jan en Hubert en dus haar broers, grensden aan deze bezittingen. Mogelijk ontleende deze Heilwig haar voornaam aan het hierboven genoemde familielid, de Diestse begijn.

De relaties van de familie Bac met de abdij Tongerlo waren zo nauw – regelmatig komen de Bac’en in de getuigenlijsten van in de abdij uitgevaardigde oorkonden voor – dat ik het allerminst uitgesloten acht, zelfs wel voor aannemelijk houd, dat de gebroeders Jan en Hubert van Eyck een deel van hun vorming, wellicht zelfs het begin van hun schildersopleiding, in Tongerlo hebben ontvangen.


© 2023-2024 C.J.C. Broer en M.W.J. de Bruijn. - Gepubliceerd 10 mei 2023; laatst bewerkt 12 januari 2024.