Afbeelding Utrecht Droochsloot
Startpagina | Inhoudsopgave | Lezingen | Uitgaven | Op en rond het Domplein | Vrijwaring | Contact

op het web alleen op deze webstek
(om alleen op deze pagina te zoeken druk op Ctrl-F)

































[1]  Folio 175 van het registertje. In D. Zweers en H. Beijers, De Servatiuskerk te Schijndel. Verborgen middeleeuwse resten in historisch perspectief (Zutphen 2000), 56, wordt in een ‘vrije’ vertaling ten onrechte de suggestie gewekt dat er ‘voor de lafenis van hun zielen een memoriedienst gehouden werd’. De auteurs hebben de werkelijke betekenis van de tekst dus niet begrepen.

Eeuwigdurende memorie
door Martin de Bruijn


In een register van de parochie Tilburg, dat werd aangelegd in het begin van de zestiende eeuw, staat opgetekend dat mijn voorvader in de mannelijke lijn Herman Daneels van Heyst een jaargetijde heeft gesticht ter eeuwige memorie van hem en zijn vrouw Liesbet. Hij schonk hiervoor drie lopen (ongeveer 55 liter) rogge per jaar aan de parochie. Deze moesten betaald worden uit grond van zijn zoon – ook mijn voorvader – Cornelis van Heyst, gelegen in de Tilburgse ‘herdgang’ van de Heikant. Waarschijnlijk is er na Hermans dood ieder jaar op de gekozen dag voor het zieleheil van hem en zijn vrouw een mis opgedragen in de parochiekerk van Tilburg.


In de jaren zeventig van de vorige eeuw heb ik onderzoek gedaan in het archief van de voormalige parochie Tilburg om te zien of deze ‘eeuwige’ memorie nog bestond. Er is mij niets van gebleken, van de jaarlijkse betaling van de rogge overigens evenmin. Ook de pastoor van de parochie ’t Goirke, die de voortzetting was van de vroegere parochie Tilburg, kon mij er niets over vertellen. Kortom, eeuwig bleek ook bij de rooms-katholieke kerk niet voor altijd te zijn.

In 1997 heb ik beroepshalve een memorieboek uit het Brabantse dorp Schijndel bestudeerd uit dezelfde tijd als het Tilburgse. Het registertje bevatte interessante gegevens over de verbouwing van de Schijndelse parochiekerk in het midden van de vijftiende eeuw. Hieruit bleek onder meer dat de geestelijke schrijver zich boos maakte over de kostbare verbouwingen van de Schijndelse kerk, omdat die ten koste waren gegaan van de memories voor het zieleheil van de gelovigen. Dit hield in dat de inkomsten die ze opleverden werden verkocht en voor andere doeleinden gebruikt. Dus al in de Late Middeleeuwen verdwenen eeuwige memories klaarblijkelijk al dan niet geruisloos uit de memorieboeken en werden ze niet meer gehouden.[1]

Memorieboek Schijndel
De tekst luidt:
Item postmodum succedente tempore curiositatis, cum placeret novitatis studiosis hominibus vetera immutare, cum novas campanas, horologium et navim ecclesie omnia facerent et curiosius singula ampliantes innovarent, requirebantur impense maxime et expense immense; quare hoc pratum per mamburnos ecclesie cum pluribus aliis piis legatis venditum est post annos XIIIIc LV incipientes, in dispendium defunctorum qui pro animabus eorum hec dimiserunt, ut eorum anniversalis memoria pro eorum refrigerio animarum ageretur.
Sed dicitur quod ecclesia nunc solvit.

In vertaling:
'Ook in de tijd van nieuwsgierigheid die daarna volgde, toen mensen die streefden naar vernieuwing besloten het oude te veranderen, toen zij nieuwe klokken, een uurwerk en het schip van de kerk als het toppunt beschouwden en nog nieuwsgieriger de afzonderlijke dingen uitbreidden en vernieuwden, werden zeer grote bestedingen gevraagd en onmetelijke uitgaven; daarom werd deze beemd door de voogden van de kerk samen met verschillende andere vrome schenkingen verkocht na de jaren te beginnen bij 1455, ten nadele van de overledenen die dit hebben nagelaten voor hun zielen, opdat hun jaarlijkse nagedachtenis gehouden zou worden gehouden voor de vertroosting van hun zielen.
Maar er wordt gezegd dat de kerk nu heeft betaald.'
(Met dank aan Willem van Bentum voor zijn hulp bij de vertaling van deze lastige tekst.)

Het internet heeft intussen voor een nieuwe vorm van memorie gezorgd. ‘Wie schrijft die blijft,’ luidt al een oud gezegde en het internet heeft hieraan een nieuwe, digitale dimensie toegevoegd. Het valt echter op dat nogal wat internetpresentaties – en dan vooral die van particulieren – na enige tijd weer van het web verdwijnen. Waarschijnlijk wordt er dan niet meer voor betaald. Wie ook in de verre toekomst letterlijk gememoreerd wil worden, zou dus geld opzij moeten zetten voor een seculiere ‘memorie’, dit wil zeggen een kapitaaltje om de jaarlijkse kosten van de site te betalen.

Ik denk er nog eens over na en zal misschien eens met een notaris gaan praten. Maar het zou aardig zijn te horen of er meer mensen met zo’n gedachte spelen. Onder deze koppeling vindt u mijn e-postadres.


© C.J.C. Broer en M.W.J. de Bruijn 2012. - Gepubliceerd 2012; laatst bewerkt 18 september 2012.