Afbeelding Utrecht Droochsloot
Startpagina | Inhoudsopgave | Lezingen | Uitgaven | Op en rond het Domplein | Vrijwaring | Contact

op het web alleen op deze webstek
(om alleen op deze pagina te zoeken druk op Ctrl-F)
Zie over dit onderwerp ook de webpagina’s
Waar(om) is dat feestje?
De vermeende Ierse wortels van De Bilt
900 jaar De Bilt?
Kanttekeningen bij een jubileumjaar
door Charlotte J.C. Broer

Te beginnen op 14 maart 2013 – er was per seconde afgeteld – heeft de gemeente De Bilt het 900-jarig bestaan gevierd. Welke politieke overwegingen en symboliek aan de keuze voor de viering en de genoemde data ten grondslag mogen liggen, interessant is wellicht ook iets te weten over de feitelijke historische gegevens of zelfs de al dan niet geleerde discussies daarover en vragen daarbij.

2013 als jaar waarin De Bilt 900 jaar zou bestaan, is gekozen omdat een oorkonde die ons is overgeleverd als datering 1113 draagt.
Het gaat hier om een verklaring waarin Ludolf, abt van Sint-Laurens in het Oostbroek, spreekt van zijn komst vanuit Vlaanderen naar Oostbroek om daar de leiding van de kloostergemeenschap op zich te nemen. Vermeld wordt daarbij dat met Ludolf zijn vrome zuster meekwam, die zich met instemming van de kloosterbroeders eveneens in het Oostbroek vestigde en wier  aanwezigheid voorts leidde tot een toeloop van andere vrouwen, die zich hier vestigden en aldus een aparte vrouwengemeenschap deden ontstaan.

Deze oorkonde, die niet eerst recentelijk is teruggevonden of ontdekt, maar met andere oorkonden al heel lang bekend is, wordt evenwel – ook allang en  terecht – voor vervalst dan wel onecht gehouden.

Dat is niet alleen vanwege de vorm – een brief – die vreemd aandoet, ook de inhoud, strekking en zeker het erin genoemde jaartal 1113 doen zonder meer een falsum vermoeden. Zo is het op geen enkele wijze serieus aan te nemen dat in genoemd jaar 1113 – dat is dus geruime tijd voordat met de afdamming van de Kromme Rijn omstreeks 1121 in deze streken ontginningen ook van vooral laaggelegen broeklanden (moeras- en veengebieden) mogelijk werden en plaatsvonden – in de wildernis van het Oostbroek een klooster kon bestaan, laat staan dat er toen inmiddels twee afzonderlijke gemeenschappen van mannen en vrouwen waren gevestigd.

Maar ook andere in dit stuk vervatte bepalingen zijn anachronistisch, zonder meer vreemd en dus reden om van een falsum uit te gaan, dat – zelfs wanneer het, gebaseerd op een echt stuk, 'ware' gegevens zou bevatten – toch hoe dan ook niet uit 1113 kan dateren.

In dat licht bezien kan men dus in geen geval spreken van een bestaan van de Bilt in 1113.

Bezien we dan de datum 14 maart, sinds 1997 in de Bilt gevierd als Mathildedag. Deze datum is ontleend aan een andere oorkonde die ons is overgeleverd, daterend uit 1122, waarin door keizerin Mathilde, echtgenote van keizer Hendrik V, aan de kort tevoren ontstane kloostergemeenschap van Sint-Laurens in het Oostbroek een schenking doet van het omliggende moeras en aangrenzende veengebied, met inbegrip van de daarbij behorende rechten van tijns, tienden en rechtsmacht.

Vanuit de abdij zou daarna geleidelijk het hele gebied ontgonnen worden dat in de Middeleeuwen het gerecht Oostbroek-De Bilt zou gaan heten en waar de abdij van Sint-Laurens, naast grootgrondbezitter die er tijnzen, pachten en tienden inde, de rechtsmacht bezat en daarmee ook het bestuur uitoefende. Dit is tot de opheffing van de abdij in 1580 het geval geweest, waarna de rechten van de abdij overgingen in andere handen. Het gerecht Oostbroek-De Bilt ontwikkelde zich nadien tot de gemeente De Bilt.

De oorkonde van 1122, beschouwd als officiële stichtingsoorkonde voor Sint-Laurens, kan met recht ook gehouden worden voor het begin van de bestuurlijke organisatie van het gebied Oostbroek-De Bilt.

Maar dateert deze oorkonde ook werkelijk van 14 maart? Ook op dat punt moet dan helaas worden vastgesteld dat de oorkonde – die ons niet in origineel, maar slechts in afschriften is overgeleverd – in de loop van de tekstoverlevering door verschrijving (lees- of kopiïstenfout) een datum heeft gekregen die naar is gebleken niet klopt of zelfs kan kloppen. Op 14 maart 1122 was keizerin Mathilde samen met haar echtgenoot Hendrik V aantoonbaar niet in Utrecht en omgeving, maar ver weg elders in Duitsland. Eerst eind maart trok het keizerlijk paar met zijn gevolg vanuit Luik via Maastricht naar Utrecht, waarop 14 mei het Pinksterfeest werd gevierd.
Het zal tijdens deze ongetwijfeld plechtig gevierde kerkelijke hoogtijdag zijn geweest dat door de keizerin, namens haar echtgenoot, de schenking aan de jonge abdij werd gedaan.

Als werkelijke stichtingsdatum van de Sint-Laurensabdij in het Oostbroek en het begin van de bestuurlijke organisatie van het gebied – het gerecht Oostbroek-De Bilt – dat zich ontwikkelde tot de gemeente De Bilt, kan dus op goede gronden alleen maar 14 mei 1122 gelden. Van het dorp De Bilt valt aan te nemen dat dit – in beginsel waarschijnlijk bestaande uit enige bebouwing in de nabijheid van het sinds omstreeks 1139 aan een doorgaande weg naar Utrecht gelegen Vrouwenklooster – zich mogelijk eerst in de dertiende eeuw werkelijk heeft ontwikkeld.

Over het ontstaan en de vroegste ontwikkeling van de Sint-Laurensabdij en vooral ook de context waarin een en ander plaatshad is veel meer interessants te vertellen. Zo is het eerste kwart van de twaalfde eeuw een bijzonder boeiende periode, waarin op het kerkelijk-politiek-institutionele vlak maar ook waar het gaat om sociaal-economische ontwikkelingen veel veranderde en ook nieuws tot stand kwam. Dat laatste gold onder meer: de afdamming van de Kromme Rijn bij Wijk bij Duurstede omstreeks 1121, de bevestiging op 2 juni 1122 van de rechten en privileges voor de burgers van Utrecht en Muiden door Hendrik V, en ja, tussendoor op 14 mei 1122 ook: de stichting van de abdij van Sint-Laurens en hiermee ook het ontstaan van het gerecht Oostbroek(-De Bilt).

Omslag Monniken in het moeras

Over dit alles verscheen in maart 2011 van de hand van C.J.C. Broer:
Monniken in het moeras. De vroegste geschiedenis van de abdij van Sint-Laurens in het Oostbroek bij Utrecht.

Uitgebreid wordt in deze studie ingegaan op het voor de vroegste periode van de abdij aanwezige bronnenmateriaal, waarbij op een precieze en afgewogen wijze ook wordt aangegeven welke bronnen (waarom) wel en welke (waarom) niet betrouwbaar mogen worden geacht om te dienen als basis voor onze kennis omtrent het verleden van de abdij en haar omgeving.

De publicatie is te bestellen bij de auteur-uitgever zelf. De prijs bedraagt thans € 16,00 (was oorspronkelijk € 22,95), exclusief een aandeel in eventuele verzend- of bezorgkosten (binnen Nederland € 1,70).

U kunt het boek verkrijgen door overmaking van het verschuldigde bedrag voor het boek en eventuele verzendkosten op ING-bankrekeningnummer 40 41 43 2 ten name van C. Broer te Utrecht. Na ontvangst van de betaling krijgt u het boek zonder verdere bijkomende verzendkosten thuisbezorgd.

Let u er overigens in geval van bestelling bij de auteur wel op dat op uw overschrijving behalve uw naam vooral ook uw adresgegevens – in elk geval postcode en huisnummer! – vermeld zijn, of neemt u even contact op om deze door te geven: e-mailadres of 030 254 19 94. Ook wanneer u het boek wilt komen halen (en verzendkosten uitsparen), dient u even contact met ons op te nemen.



Uitzendingen en berichten van RTV Utrecht

Op 23 februari 2013 besteedde RTV Utrecht aandacht aan de problematiek van het tijdstip van de stichting van de abdij en het jubileumjaar.

Hoe de Stichting 900 jaar De Bilt de geschiedenis van de abdij en van de gemeente benadert, werd duidelijk uit het commentaar dat Marius van den Bosch van de stichting letterlijk gaf:

‘Toen is er gezegd: nee, we gaan uit van 13 en we gaan niet de historie verder opgraven. En 900 jaar is natuurlijk niet niks. Er zal altijd wel discussie blijven over data en oorkondes en inhoeverre er toen al wat op schrift is gezet überhaupt. Maar wij als stichting hebben ons helemaal niet met de historie beziggehouden.’

Deze uitspraak is overigens onwaar. Op de eigen website, die overigens inmiddels voor gewone bezoekers ontoegankelijk gemaakt is, besteedt de stichting op een aparte pagina aandacht aan wat de historische achtergrond wordt genoemd en neemt daarin wel degelijk historische standpunten in.

Twee dagen later, op 25 februari 2013, besteedde RTV Utrecht opnieuw aandacht aan de problematiek. Die bleek ineens een (partij)politieke lading te hebben gekregen, zoals blijkt uit het geplaatste bericht:

DE BILT - De VVD in De Bilt vindt de discussie over het 900-jarig bestaan van de gemeente onzinnig.

De partij wees de gemeente op een oorkonde waaruit blijkt dat De Bilt dit jaar 900 jaar oud is. Dat kwam de partij op kritiek te staan van historica Charlotte Broer. Volgens haar is de VVD negen jaar te vroeg is met het vieren van het jubileum.


Volgens VVD-fractievoorzitter Anne Doedens gaat het niet om een exact jaartal, maar om de historische verbinding tussen de Biltse dorpskernen en hun inwoners.

Bovendien bestaat er volgens Doedens bij verschillende vakkringen ook twijfel over de oorkonde van 1122, waar historica Broer zich op baseert.

Ik begrijp dat hier de VVD in De Bilt, ‘de partij’ en de heer Doedens kennelijk in zijn hoedanigheid van VVD-fractievoorzitter zich roeren en reageren op mijn inbreng en kanttekeningen bij de viering van het Biltse jubileum.

Ten onrechte wordt echter de indruk gewekt dat ik naar deze partij toe mijn kritiek zou hebben geuit. Dat is namelijk geenszins het geval. Ik heb mij sinds 2010 steeds ofwel tot de gemeente De Bilt ofwel de Stichting 900 jaar de Bilt (met op de achtergrond Doedens als historicus) gericht.

Dat nu met name de VVD zich aangesproken voelt en geroepen om te reageren, is niet mijn zaak. Doedens spreekt van ‘historische verbinding’ en in zijn audioreactie zelfs van ‘samenbindend’, maar intussen maakt hij er een partijpolitieke kwestie van. Vreemd!

Overigens is ook de bewering op de website van de Stichting 900 jaar De Bilt dat de zes kernen waaruit de gemeente bestaat ‘al 900 jaar onderling nauw verbonden [zijn] door een rijk verleden’ ver bezijden de waarheid. Deze kernen zijn alle pas later ontstaan en behoorden vanouds tot verschillende bestuurlijke eenheden.

Intussen gun ik de gemeente De Bilt graag haar feest. Mij gaat het om historische kennis en inzicht. Ik ben dan ook zeer benieuwd naar de ‘verschillende vakkringen’ waar volgens Doedens twijfel zou bestaan aan de oorkonde van 1122, en vooral welke twijfel.

Naar boven

© C.J.C. Broer en M.W.J. de Bruijn 2012-2015. - Gepubliceerd 3 oktober 2012; laatst bewerkt 13 september 2015.